Opinie

Ik verplicht mezelf om mij goed te kleden

Dagboek Coronavirus

We schrokken op door een geluid dat we niet onmiddellijk konden thuisbrengen. Toen brak het besef door als een oude herinnering die lange tijd had gesluimerd onder de permafrost van de kille actualiteit. Er werd aangebeld.

Er stond een koerier voor de deur. Veel bestellingen worden niet meer bezorgd, maar af en toe druppelt er bij iemand een pakje binnen als een paranormale boodschap uit een andere wereld. De koerier kwam een zomerjurkje afleveren dat Stella in een vorig leven had besteld bij Patrizia Pepe. De dappere man droeg een mondkapje dat door zijn moeder met liefde in elkaar was genaaid van linten en een zakdoek met een bloemetjesmotief. Bevend zette hij zelf de handtekening voor ontvangst die Stella eigenlijk had moeten zetten.

Dat was ons avontuur van vandaag. Verder gebeurt er niet zoveel. Ik werk aan deze stukjes en denk aan alle romans, tragedies en heldendichten die ik aan deze stilte zou kunnen ontwringen. Maar het is lastig om de concentratie op te brengen. Er is op dit moment een achttal personen besmet uit Stella’s vriendenkring. Dat betekent dat zij acht telefoontjes per dag moet maken om te informeren hoe het met iedereen gaat. Dat moeten we allemaal uitgebreid bespreken en intussen komt er een onophoudelijke stroom pushberichten en nieuws binnen over het virus. Ook dat moeten we allemaal bespreken en interpreteren in afwachting van het dagelijkse virusbulletin met de officiële cijfers om zes uur.

Ik leg mij wel de verplichting op om mij elke dag goed te kleden, al kom ik niet elke dag buiten. Ik denk dat het belangrijk is om te blijven vasthouden aan iets irrelevants als decorum. Als je de hele dag in pyjama op de bank hangt, is alle hoop vervlogen. Vanavond trek ik mijn rokkostuum aan voor mijn diner met Stella.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.