‘Eerlijkheid was achteraf mijn grootste fout’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Abdurahman Mohamed (66) uit Zweeloo.

Foto Aziz Kawak

‘Ik ben een verliezer. Mijn vier kinderen en mijn vrouw zijn winnaars. Daarom ben ik niet boos op Nederland. Ik ben sowieso nooit boos. Ik ben wel verdrietig. Dat voel ik als vuur in mijn borst. Ik ben 66. Ik zou zo graag in een huis wonen, met een eigen studeerkamer. Auto willen rijden. Een keer op vakantie kunnen.

„Bijna dertig jaar geleden vroeg ik asiel aan in Nederland. Ik ben gevlucht uit Somalië. Mijn vrouw en mijn dochtertje kregen een Nederlands paspoort. De drie jongens die hier werden geboren ook. Alleen ik niet. Ik heb 1F. Dat betekent dat ik word verdacht van oorlogsmisdaden. Ik werkte voor het leger in Somalië. Ik was luitenant. Later kapitein.

„Ik had een administratieve functie, ik heb nooit iemand verwond. Laat staan gedood. De IND denkt daar anders over. Of in elk geval hebben ze vermoedens. Ik accepteer dat. Maar ik zeg: kom met bewijzen. Dan zit ik mijn straf uit. Dat kunnen ze niet, dus woon ik al dertig jaar voornamelijk in asielzoekerscentra. Uitzetten mag ook niet, dat gaat in tegen het mensenrechtenverdrag dat Nederland ondertekende. Ik zou dat niet overleven.

„Zo heb ik wel veel van Nederland gezien: ik woonde in Flevoland, in Zuid-Limburg en nu in Zweeloo, Drenthe. Ik leefde ook een paar jaar op straat in Rotterdam. Dominee Visser van de Pauluskerk heeft me enorm geholpen.

„Mijn familie in Somalië was welgesteld. Mooi huis. Geen armoede. We behoorden tot de Gedo-stam. Mijn vader werkte als hoge ambtenaar voor de militaire regering. Hij stuurde me na de middelbare school naar Rusland, om te studeren aan de militaire academie. Ik wilde liever bankier worden. Een vrouwenberoep, vond mijn vader. Ik heb drie broers. Sportieve jongens waren dat. Sterk. En ze haalden ook kattenkwaad uit. Ik was zachter, een beetje een dik jongetje. Liever thuis bij de volwassenen. Huisdier, noemde mijn vader mij. De academie moest een man van mij maken.

In Somalië is het niet zoals hier in Nederland dat je zelf beslist wat je gaat doen. Het leven ligt daar voor je klaar en je loopt dat pad.

„Na drie jaar in Rusland moest ik terug naar huis. Rusland en Somalië hadden ruzie gekregen. Ik ging werken voor de militaire regering. Mijn vader deed dat ook. Mijn ooms ook. En mijn broers. Achteraf kun je zeggen dat dat verkeerd was. Maar toen stond ik daar helemaal niet bij stil. Het is niet zoals hier in Nederland dat je zelf beslist wat je gaat doen. Het leven ligt daar voor je klaar en je loopt dat pad.

‘De burgeroorlog brak uit. Het werd steeds erger. In 1990 begreep ik: Vluchten of vechten. Ik koos voor het eerste. Met mijn vrouw en mijn dochtertje.

„Ik heb het eerlijke verhaal verteld toen ik in Nederland kwam. Achteraf was dat mijn grootste fout. Ik had moeten zeggen dat ik in een winkel werkte of zo. Mijn vader leerde me niet te liegen. Hij was een gentleman. Ik ken genoeg Somaliërs die gejokt hebben. Zij hebben nu een Nederlands paspoort.

„Toen mijn kinderen klein waren, vertelde ik niets over mijn situatie. Ik kwam af en toe langs. Als ze in een toneelstuk speelden op school of de mini-vierdaagse hadden gelopen. Dan stond ik bij de finish met een zak snoep. Toen ze ouder werden, heb ik het verhaal verteld.

„Mijn vrouw houdt van mij. Ik houd van mijn vrouw. Dat is de waarheid. Maar ik kon niet een volwaardig echtgenoot zijn. In 2006 verhuisde ze naar Londen. Met drie kinderen. Ze vond het leven daar beter. Alleen mijn zoon Mohamed woont in Rotterdam. Af en toe logeer ik bij hem. Hij masseert mijn voeten en zorgt voor mij.

„Ik voel me half Nederlander, half Somaliër. Mijn kinderen zijn Nederlanders. Ze hebben hier gestudeerd. Ze zouden nooit in Somalië kunnen wonen. Hier is persoonlijke vrijheid belangrijk. In Somalië gaat het om de islam. Er heerst een stammentaliteit. Je stam is je familie. Daarom heb je ook geen achternaam, maar de naam van je vader, dan de naam van je opa, dan die van je overgrootvader en zo verder. Je kan je in Somalië niet verzekeren, zoals hier. Je stam is je verzekering. Als er iets gebeurt, dan helpt de stam.

„Áls ik ooit nog Nederlander wordt, blijf ik in Drenthe. Dan ga ik in Aalden wonen. Dat ligt vlakbij het azc. Ik fiets er nu regelmatig heen op mijn Gazelle. Ik hou van de mensen daar. Ik hou van de rust. Ik heb verschillende vrienden. Gepensioneerde boeren. Eigenlijk ben ik een boertje geworden. Ik ga bij hen eten. Of we drinken een borreltje. Ik ben mijn eigen soort Hollands boertje.”

Aanmelden: ditbenik@nrc.nl