Reportage

Een lockdown alleen al brengt de armsten in India in levensgevaar

India Niet alleen het coronavirus bedreigt de armste Indiërs. Door de lockdown verliezen ze hun enige broodwinning. Velen weten nauwelijks wat er speelt – ja, iets met een ziekte.

Verlaten straten bij een markt in New Delhi.
Verlaten straten bij een markt in New Delhi. Foto Sajjad HUSSAIN/AFP

Onder het beton van een viaduct in het zuiden van Delhi houdt het leven hardnekkig vol. De drommen auto’s, riksja’s en bussen die hier normaal vechten om iedere centimeter zijn verdwenen, hun getoeter is verstild. Maar op de stoep worden zoals iedere dag vuurtjes gestookt, hangen fleecedekens met bloemmotieven aan hekken te luchten en rennen kinderen op hun blote voetjes over het asfalt. Er zijn nu toch geen autoraampjes om smekend op te kloppen.

De laatste dagen is het hier drukker geworden, zegt Mehru Nisha (35), terwijl ze haar jongste, gekleed in slechts een ruimvallend hemdje, in haar armen klemt. Op de stoep, verspreid over stukken zeil, zitten families als die van Nisha voor wie dit viaduct al langere tijd thuis is. Het plantsoentje in het midden van de weg wordt ingenomen door tientallen jongemannen die loom voor zich uitstaren. Dat zijn de gestrande nieuwelingen.

De bussen en treinen die zij hoopten te pakken naar huis rijden niet meer. Ook India is in lockdown gegaan om verspreiding van het Covid-19-virus tegen te gaan. „Iedere deelstaat, ieder district, iedere straat, ieder dorp gaat drie weken op slot”, zei premier Narendra Modi dinsdagavond in een televisietoespraak waarin hij het volk toesprak. De 1,3 miljard Indiërs kregen in feite huisarrest: alleen voor het noodzakelijke mogen ze nog naar buiten.

Onder het viaduct hebben maar weinigen iets van Modi’s historische woorden meegekregen. Televisie hebben ze niet, noch een huis om binnen te blijven. Verderop is de straat gebarricadeerd en houdt de politie auto’s staande die proberen te passeren („Wat gaat u doen?”). Hen laat de politie met rust, zegt Nisha. Wat er precies aan de hand is, weet ze niet. Ja, iets met een ziekte. Dat had haar broer, die wel kan lezen, gezien in een krant. „En dat je afstand moet houden.”

Dat doen ze, zegt ze, wijzend naar het turquoise kleed waarop haar andere vier kinderen aan het spelen zijn. Tussen hen en de families naast hen is een stukje stoep vrijgelaten.

Italiaanse toeristen

Wekenlang leek het alsof de pandemie aan India voorbij zou gaan. Er waren enkele gevallen, studenten die waren teruggekeerd uit het oorspronkelijke epicentrum Wuhan in China – meer niet. Tot een groep Italiaanse toeristen besmet bleek, evenals hun gids en chauffeur. Langzaam namen de zorgen en daarmee ook de maatregelen toe. Duizenden Indiërs die uit het buitenland terugkwamen werd zelfquarantaine opgelegd, nieuwe toeristen werden geweerd door reeds verstrekte visa ongeldig te verklaren.

Lees over coronabeleid ook: Lockdown? ‘Die is hier niet nodig’

Het bleek niet genoeg. Hoewel de officiële aantallen met 724 besmettingen en 13 doden nog altijd relatief laag zijn voor het op één na meest bevolkingsrijke land ter wereld, vertoont India’s coronagrafiek sinds half maart dezelfde angstaanjagende lijn omhoog als in het zwaar getroffen Europa. En dus ging de regering nog verder. Het luchtruim ging dicht. De Indiase Spoorwegen, die dagelijks 23 miljoen mensen vervoeren, zetten hun treinen stil. En nu zit heel het land op slot.

Hoewel weinig mensen de noodzaak van de lockdown ontkennen – het Indiase gezondheidssysteem kraakt onder normale omstandigheden al in zijn voegen door gebrek aan mankracht en geld – waarschuwen experts dat de armsten de hoogste prijs betalen. De miljoenen straatverkopers, riksjawalla’s en schoonmaaksters die rondkomen van een paar honderd roepies per dag (enkele euro’s), en nu ook dat moeten missen.

„In India dreigt nu niet alleen een groot gezondheidsrisico, maar ook een humanitaire crisis”, zegt ontwikkelingseconoom Jean Drèze. De tot Indiër genaturaliseerde Belg doet al jaren onderzoek naar armoede en voeding in India. In tegenstelling tot meer ontwikkelde landen ontbreekt het hier aan een sterk sociaal vangnet, legt hij uit. Ruim 80 procent van de werkende Indiërs leeft van de informele economie, zonder een arbeidswet die hen beschermt. Drèze: „Zij staan met hun rug tegen de muur.”

Zelf woont de econoom in Jharkhand, een noordelijke deelstaat waar dromen niet verder reiken dan werken op het boerenland. Velen zoeken hun geluk elders. Zoals in staten als Gujarat en Maharashtra, waar ze baantjes vinden in fabrieken en werkplaatsen. Maar afgelopen weekend zag Drèze hele groepen te voet terugkeren. In aanloop naar de lockdown ging de een na de andere deelstaat al op slot en stonden ineens overal migranten op straat.

Plantenspuit

De aankondiging dat ook het openbaar vervoer stil zou komen te liggen, bracht een massale exodus op gang. Het leverde surrealistische beelden op van afgeladen treinstations en bussen die tot het dak toe vol zaten. Gevreesd wordt dat het virus zich zo ook naar de meest achtergestelde uithoeken van het land heeft verspreid; tot nu toe vonden de meeste besmettingen in steden plaats.

Verlaten straten bij een treinstation in New Delhi.
Foto Sajjad HUSSAIN/AFP
Dakloze families en migranten die niet naar huis kunnen, verblijven onder een viaduct in het zuiden van New Delhi.
Foto Eva Oude Elferink
Verlate straten en dakloze families en migranten (rechts) in New Delhi.

Het lukte lang niet iedereen om op tijd weg te komen. Sommigen zetten hun reis te voet voort. In Maharashtra stuitte de politie donderdag bij een grenscontrole op twee vrachtwagens waarbij de „essentiële goederen” die zij zeiden te vervoeren driehonderd opeengepakte migranten bleken te zijn. Weer anderen strandden in steden als Delhi, waar de lokale autoriteiten in allerijl lege gebouwen tot nachtopvang omvormden om de massa’s nieuwe daklozen te kunnen herbergen.

In een reeds bestaande opvang, opgebouwd uit drie grote witte tenten naast elkaar, zijn rond het middaguur alle matrassen al bezet. Op een is onder de deken alleen de grijzende kruin van een man te herkennen, eromheen zoemen talloze vliegen. De bedden staan zo dicht op elkaar dat de stalen frames elkaar bijna raken. Niet bepaald de social distancing waar premier Modi toe opriep, dat weet medewerker Nihal Hussain (22) ook wel.

„We hebben 45 bedden. Als we daar een meter tussen willen vrijhouden, kunnen we minder mensen een plek bieden”, zegt hij. Dus dat doen ze niet. Hoe ze zich dan beschermen? „We hebben mondkapjes en handgels”, zegt Hussain. Ook wijst hij naar de plantenspuit op de tafel bij de ingang, gevuld met desinfecterende gel. „Iedereen moet eerst zijn handen wassen.”

Verschillende deelstaten hebben inmiddels hulpprogramma’s aangekondigd om door de lockdown getroffen armen te helpen, van maandelijkse stortingen van 1.000 roepies (zo’n 12 euro) tot gemeenschapskeukens. Donderdag kwam de minister van Financiën met een eigen hulpfonds van omgerekend ruim 20 miljard euro, onder meer voor kilo’s gratis rijst, tarwe en peulvruchten en een bijdrage van 1.000 roepies voor gepensioneerden, gehandicapten en weduwen.

Lees ook deze reportage over laagbetaald werk: Niemand in India geeft om de poepschrapers

Het is een begin, zegt econoom Drèze, maar het is niet genoeg. „Het is goed dat de regering naar de voedseldistributie kijkt, maar alle mensen hebben ook cash nodig.”

Elektrische riksja

Zoals de 60-jarige Moinuddin Khan, die vlak bij het viaduct in Delhi aan een bekertje chai nipt. Een gezicht met diepe groeven, vrolijke ogen. Gekleed in zijn vaste tenue, een blauwgrijs hemd, een broek in dezelfde kleur. Klaar om mensen te vervoeren in de groengele elektrische autoriksja naast hem, waar hij tot voor kort 500 tot 1.000 roepies per dag mee verdiende. Dat mag nu dus niet meer.

De politie blijft hem wegsturen, zegt Khan. „Ze zeggen dat ik hier niet geparkeerd mag staan.” Maar hij heeft geen huis. Hij slaapt op zijn achterbank, waarvan de geplastificeerde rugleuning is beschilderd met palmbomen en rieten huisjes. Dit hoekje, zegt Khan, is al dertig jaar zijn thuis. Ook hij heeft iets gehoord over een ziekte, maar hoe het precies zit weet hij niet. „Ze zeggen dat dit een maand gaat duren.” Hij is gestresst, zegt Khan. „Ik wil niet doodgaan van de honger.”