De ongunstige rol van de deurkruk

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: virusoverdracht door mensen die deuren gebruiken.

De buitenste balkondeurkruk van het AW-lab.
De buitenste balkondeurkruk van het AW-lab. Foto’s Karel Knip

Wereldwijd hebben wetenschappers het coronavirus in onderzoek. In hoog tempo verschijnen artikelen die de eigenschappen van Covid-19 beschrijven, snelle, korte publicaties, soms niet eens in definitieve staat, die maar een korte peer review ondergingen – of hoogstens een snelle kritische blik. De onaantastbaarheid van de conclusies is wat minder dan anders.

In de New England Journal of Medicine berichtten Amerikaanse onderzoekers dat de stabiliteit van corona-partikeltjes op verschillende soorten ondergrond sterk uiteenloopt. Op karton en koper was die tamelijk gering, op roestvaststaal en plastic bleef het virus een stuk langer goed: meerdere uren (de halfwaardetijd van de levensvatbaarheid is de maat.) In medRxiv kwamen onderzoekers uit Hongkong met een vergelijkbaar resultaat. Op drukpapier en tissues loopt de levensvatbaarheid snel terug, op stof (cloth) en roestvaststaal blijft ze veel langer in stand. Het RIVM gaat er niettemin vanuit dat corona primair wordt verspreid door de druppeltjes die bij hoesten of niezen vrij komen.

Waterkraan en deurbel

Toch kun je een corona-infectie oplopen door het aanraken van besmette oppervlakken, benadrukken NEJM en medRxiv.

De mogelijk besmette oppervlakken zijn wijd verspreid. Je vindt ze in de vorm van deurkrukken, trapleuningen, lichtschakelaars, telefoontoestellen, waterkranen, het handvat van de ijskast, de deurbel, de afstandsbediening, de computermuis en het toetsenbord. Ze werden al lang geleden in kaart gebracht, niet alleen voor ziekenhuizen maar ook voor hotels en supermarkten en andere plaatsen waar overdracht van ziektekiemen gevaar oplevert. De gewone woning kreeg weinig aandacht.

Maar een artikel uit 2011 (Journal of Medical Virology) beschrijft hoe makkelijk rhinovirussen (verkoudheidsvirussen) binnenshuis worden doorgegeven. Het virus uit snot en neusvocht dat de verkouden medebewoner op zijn vingers kreeg, belandt vroeg of laat op de genoemde contactoppervlakken en kan vandaar nog 24 uur lang in goede conditie terechtkomen op de vingers van de huisgenoten – zelfs als het snot al helemaal was ingedroogd.

Een nogal stevige greep

In veel studies springt de ongunstige rol van de deurkruk naar voren. Deurkrukken worden nu eenmaal door veel verschillende mensen beetgegrepen en vaak nogal stevig. Omdat ze verhoudingsgewijs klein zijn, pakt iedereen ze op dezelfde plaats beet. Deurstangen gecombineerd met de aanwezigheid van een dranger hebben dat bezwaar minder, bleek uit een studie in PLOS One (2012).

Wie de deurkrukstukken zo eens doorkijkt (zoektermen ‘door knob’ en ‘contamination’) doet een vreemde ontdekking. Het lijkt of de onderzoekers ervan uit gaan dat mensen uitsluitend de deurkruk gebruiken voor het openen en sluiten van deuren terwijl die toch ook stelselmatig bij de rand worden aangegrepen. Hoe dat precies in zijn werk gaat, stelt de amateuronderzoeker niet makkelijk vast, omdat hij subiet vergeet hoe hij gewoonlijk een deur opent en sluit zodra hij erover begin na te denken. De truc is jezelf in the act te betrappen.

Tot nu toe is het volgende patroon ontdekt. Deuren die je naar je toe moet trekken om ze te openen pak je halverwege de stap over de drempel bij de rand beet om ze weer achter je naar je toe te halen. Pas aan het eind grijp je de andere kruk beet. Bij deuren die je duwend openen moet doe je dat in veel mindere mate of zelfs helemaal niet. Steeds wordt de deurrand vlak boven of onder de deurkruk beetgepakt. Heel anders gaat het als de deur al op een kier stond, dan wordt de deur veel hoger aangeraakt, en niet alleen aan de rand. Hier ligt werk voor de verborgen camera. Deze dagen is van belang dat er veel meer ontsmet moet worden dan alleen de deurkruk.

Jarenlang een raadsel

Zo komen we bij de deur en de deurkrukken van het plaatje. Het gaat hier om de deur die van het AW-lab voert naar een balkon dat op zijn beurt uitziet op een kleinschalig gebied vol inheemse en uitheemse flora. Aan den einder staat de uitgerookte schoorsteen van de Hemwegcentrale. ’s Nachts branden daar nog wat rode lichtjes maar het genoeglijk gezoem is van overheidswege beëindigd.

Het balkon wijst naar het noorden. Er komt geen zon en geen maan en maar zelden een druppel regen. Toch is de kruk aan de buitenzijde van de balkondeur zwaar verweerd terwijl van die aan de binnenzijde nog steeds de blauwige chroomglans straalt. Het verschil bleef jarenlang een raadsel, maar afgelopen week drong opeens door dat de buitenkruk sinds de eeuwwisseling niet één keer was aangeraakt – het smalle noordbalkon is nu eenmaal geen plaats waar je je verpoost. Nooit ontving de buitenkruk de beschermende werking van het huidvet dat zo rijkelijk neerdaalt op de binnenkruk.

Zo simpel was het. Of niet? Technisch adviseur Hans Bosveld van de Vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland ziet na het bestuderen van de foto toch vooral de gevolgen van een goedkope, gebrekkige verchroming. Het lijkt erop dat de dunne chroomlaag van binnenuit wordt opengebroken, zegt hij, doordat het stalen handvat onder invloed van binnentredend vocht ging corroderen. Dunne lagen koper en nikkel hadden dit moeten voorkomen: ‘koper-nikkel-chroom’ is een begrip in het galvanisatiebedrijf. Misschien is hier de nikkellaag te dun geweest. „Niet overal wordt even goed gegalvaniseerd.” Bosveld vond het een interessante foto.