Necrologie

De mooiste chansonnière van het Nederlandse lied

Liesbeth List 1941-2020 De carrière van zangeres/actrice Liesbeth List kende pieken en dalen. Van vroeg succes met Ramses Shaffy tot eigen artistieke bloei en een late come-back als mooiste stem van het Nederlandstalige lied.

Liesbeth List in 2004, in de theatershow ‘Van Shaffy tot Piaf’.
Liesbeth List in 2004, in de theatershow ‘Van Shaffy tot Piaf’. Foto Rick Nederstigt / ANP

De laatste jaren was Liesbeth List niet meer in beeld. Ze leed aan dementie en had zich teruggetrokken in haar huis in Soest. Haar laatste optreden in het openbaar vond plaats in het najaar van 2017, toen ze nog even ten tonele verscheen na de première van de musical Liesbeth die haar unieke status alleszins bevestigde: ze was een Nederlandse zangeres aan wie al tijdens haar leven een musical werd gewijd. Zoiets doet zich niet elke dag voor.

Vlak voordat ze uit de openbaarheid verdween, werd Liesbeth List voornamelijk gekoppeld aan Ramses Shaffy, die sinds zijn overlijden (in 2009) herhaaldelijk werd herdacht – in theatervoorstellingen, boeken en een tv-serie. List werkte daar volop aan mee. Op haar laatste cd Echo (2015) zong ze uitsluitend nummers van Shaffy. Maar ondanks hun hechte band waren ze zelden een duo. Elk had zijn eigen carrière. „Het gebeurde heus weleens dat we elkaar een jaar niet zagen,” zei ze destijds in NRC. „Maar we hadden een heel bijzondere band. Ik uit Indië, hij in Egypte – en we vonden elkaar in Amsterdam.”

Liesbeth List heette eigenlijk Elly Driessen. Haar ouders waren in 1938 naar Nederlands-Indië gegaan. Op 12 december 1941 werd hun dochtertje geboren in een ziekenhuis in het toenmalige Bandoeng. Na de Japanse inval werden moeder en kind gevangen gezet in een van de kampen. Ze zagen elkaar pas in januari 1946 terug. Maar intussen was de moeder zodanig verzenuwd geraakt, dat ze slechts een paar dagen na de hereniging zelfmoord pleegde.

Vader Driessen keerde in de zomer van 1949 met een nieuwe vrouw terug naar Nederland. Na een gesprek dat blijkens de eerste biografie Het voorlopige leven van Liesbeth List niet langer dan vijf minuten kan hebben geduurd, liet de vader zijn zevenjarige dochtertje achter bij een kinderloos echtpaar dat de vuurtoren op Vlieland beheerde. Opeens kreeg Elly Driessen te horen dat ze voortaan Liesbeth List – de achternaam van haar pleegouders – heette. En toen ze eenmaal landelijke bekendheid kreeg als zangeres, gaven de media haar graag de exotisch getinte bijnaam „de dochter van de vuurtorenwachter.” Zo bleef haar ware verleden decennia lang verdoezeld.

Op haar achttiende, in 1960, vertrok Liesbeth List naar Amsterdam, op zoek naar de artistieke kringen waarbij ze aansluiting wilde zoeken. Dat lukte pas na een jaar of vier – na een reeks kantoorbaantjes en een mislukte auditie bij Toon Hermans.

Door een toevallige café-ontmoeting met Ramses Shaffy kreeg ze in 1964 onderdak als leading lady bij diens succesvolle theaterproductie Shaffy Chantant.

Shaffy liet haar zotte liedjes zingen die hij speciaal voor haar schreef, en zette haar ook op het spoor van de Franse chansons die destijds in Nederland danig in de mode waren. Haar in het Nederlands vertaalde versies van nummers als Brussel (Brel) enIn oktober (Béart) gaven haar spoedig landelijke bekendheid.

Liesbeth List was anders dan haar collega-zangeressen. Terwijl de meeste anderen voornamelijk vlotte liedjes op een montere toonhoogte zongen, ontwikkelde zij zich tot een chansonnière die de voorkeur gaf aan liedjes met literaire kwaliteiten. Met haar omfloerste geluid, haar serene verschijning en bezielde dictie wist ze zulke nummers tot de hare te maken. Of, zoals ze vele jaren later in NRC zei: „Als ik iets ga zingen dat niets met mij te maken heeft, kun jij als luisteraar niet in mij geloven.”

Een artistiek hoogtepunt vormde de Mauthausencyclus die ze in 1969 op de plaat zette – de liederen van de destijds in Griekse gevangenschap verkerende componist Mikis Theodorakis.

In datzelfde jaar maakte ze, samen met Ramses Shaffy, ook haar grootste hit: het psychedelisch aandoende duet Pastorale, geschreven door Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot.

Elf jaar lang woonde ze samen met schrijver-dichter Cees Nooteboom – een verbintenis waar ze later met spijt op terugkeek, omdat hij zelden een waarderend woord voor haar zangprestaties zou hebben overgehad. „Ik ben niet gelukkig met Cees geweest,” zei ze in haar biografie. Nooteboom heeft op zulke uitspraken nooit gereageerd. Kort na de beëindiging van hun relatie, in 1979,trouwde Liesbeth List met de restaurateur Robert Braaksma, met wie ze op haar 41ste een dochter kreeg.

Bekijk ook de fotoserie: Liesbeth List, onverminderd fotogeniek

In de loop van de jaren tachtig raakte haar carrière aan het kwakkelen. Waar haar theaterprogramma’s voorheen een trouw en groot publiek trokken, kromp dat allengs in tot nog maar enkele honderden. En ook tv-programma’s en platenmaatschappijen waren niet meer geïnteresseerd. Ze zegde een komende theatertournee af en zat thuis, niet wetend of ze ooit nog weer aan het werk zou kunnen gaan. Maar aan die onzekerheid kwam een eind toen de jeugdige zanger-liedjesmaker Frank Boeijen haar in 1994 benaderde om samen een cd te maken. Het resultaat betekende een glorieuze comeback. Uit die tijd dateert ook haar latere lijflied: Heb het leven lief, op tekst van Han Kooreneef.

Haar herontdekking werd nog extra kracht bijgezet door een lovend artikel van Bas Heijne in het Cultureel Supplement van deze krant. Hij repte van „de mooiste stem van alle zangeressen die in het Nederlands zingen” en schreef dat ze het verdiende om eens per jaar een nieuwe cd te maken en om het jaar een Edison in ontvangst te nemen. List reageerde opgetogen en zond de auteur een grote bos bloemen als dank.

Sindsdien kreeg Liesbeth List meer bijval dan ooit. In 1999 oogstte ze opnieuw veel succes in de hoofdrol van de musical Piaf. En in de reprise, tien jaar later, speelde ze die rol nog eens zo doorleefd. Want ze was niet alleen zangeres, maar ook actrice.

Woensdag is Liesbeth List overleden. Ze was 78 jaar.