Binnenplaats van het hostel in de Peruaanse stad Cusco, waar circa honderd toeristen vastzitten nu twee medegasten van zijn hostel positief zijn getest op het nieuwe coronavirus.

Eigen foto

Interview

Corona-uitbraak maakt Peruaans jeugdherberg tot horrorhostel

Mike van Wijk Nadat twee backpackers, onder wie een Nederlander, besmet zijn geraakt met het coronavirus is hun hostel in Peru volledig van de wereld afgegrendeld. „Onze straat is afgezet met linten met doodskoppen erop.”

Een week geleden was backpacker Mike van Wijk (21) nog optimistisch. Net als honderden andere in Peru gestrande Nederlanders had hij goede hoop snel te worden gerepatrieerd. Maar nu is Van Wijks situatie drastisch verslechterd naar vrijwel uitzichtloos. Hij zit niet alleen vast in het Zuid-Amerikaanse land, maar is nu ook in zijn hostelkamer opgesloten, omdat twee andere gasten besmet blijken met het coronavirus.

„Ze voelden zich al een paar dagen niet lekker en werden zieker. Toen donderdag bekend werd dat ze inderdaad besmet waren, zijn de regels enorm aangescherpt”, vertelt Van Wijk telefonisch vanuit Cuzco, als voormalige hoofdstad van de Inca’s een grote trekpleister. „We moeten nu verplicht de hele dag op onze kamer blijven en mogen maar een keer per dag een klein uurtje de patio op, met een gezichtsmasker.”

Mike van Wijk. Eigen foto

Hij klinkt gespannen en onrustig. De sfeer in de kamer, die hij deelt met vijf andere backpackers, is nu nog redelijk maar verveling en irritaties slaan toe, zegt hij. „Je zit bovenop elkaars lip en je kunt geen kant op. Er is gedreigd dat als we ons niet aan de regels houden we wel tien jaar gevangenisstraf kunnen krijgen.”

Toen Peru eerder deze maand de eerste coronabesmettingen aantrof, ging het in een volledige lockdown. Dit overviel ook een flink deel van de drie miljoen toeristen die het land jaarlijks ontvangt. Omdat ook binnenlandse reizen verboden zijn, is het lastig wegkomen uit het land.

Tot drie maanden isolatie

Nadat de twee medegasten in Van Wijks hostel positief waren getest, werden zij apart in een kamer gezet. Vervolgens kwam een medewerker van het ministerie van Gezondheidszorg langs met militairen en politieagenten om de overige gasten de regels uit te leggen en hen te instrueren hoe ze precies hun handen moeten wassen. „Alleen artsen mogen hier binnenkomen, verder niemand. En ook al zou er nu vanuit Nederland een vliegtuig worden gestuurd om mij en de andere Nederlanders in dit hostel op te halen, we mogen niet gaan. We zitten in hier verplicht een maand tot drie maanden in isolatie.”

De zespersoonskamer waar de Nederlandse Mike van Wijk vastzit. Eigen Foto

De kans is groot dat veel meer mensen in het hostel zijn besmet en volgens Mike van Wijk zijn er al steeds meer ziek. „Een paar dagen geleden, voordat bekend werd dat er besmettingen waren in het hostel, hadden we nog een feestje op een van de kamers. We dronken met z’n allen bier, soms uit elkaar glazen. Zelf voelde ik me een paar dagen geleden ook niet goed en had ik wel enkele symptomen. Misschien heb ik het al gehad, maar nu voel ik me prima. Alleen ben ik snel buiten adem.”

Eten mogen de backpackers wel buiten hun kamer, in een gemeenschappelijke ruimte. Er mogen dan maximaal twee mensen aan tafels zitten, waar normaliter zes mensen aan kunnen. „Je eten wordt opgeschept, je staat dan in een rij met maximaal twintig mensen, waarbij we afstand moeten houden. Er wordt verwacht dat je dooreet, je eigen bord en bestek afwast en dan onmiddellijk terugkeert naar je kamer. Het voelt echt als een gevangenis. Je kunt ook niets doen, alleen maar een beetje op je telefoon appen en op internet films kijken.”

Persona non grata

De anti-Europese sentimenten namen de afgelopen tijd al snel toe in Peru en andere Zuid-Amerikaanse landen waar vooral Europeanen worden gezien als de belangrijkste verspreiders van het coronavirus. Nu het hostel – waar vooral veel Europese reizigers zitten – een besmettingshaard blijkt, voelt van Wijk zich helemaal een persona non grata.

Lees ook: Europese toerist voelt zich in Zuid-Amerika plots een paria

„Ik deed bijvoorbeeld even het raam open en ging op ons balkonnetje staan om te kijken wat er op straat buiten het hostel gebeurt. Onze straat is helemaal afgezet met linten met doodskoppen erop. Er zijn dranghekken rondom het hostel en er staan zes agenten en twee militairen voor de deur. Ik zag hoe de straat helemaal werd geschrobd met ontsmettingsmiddel. Toen een van de politieagenten mij zag, schreeuwde hij keihard in het Spaans dat ik naar binnen moest. Het is een hele onwerkelijke ervaring om je een ongewenst persoon te voelen. Ik leef in een ware nachtmerrie, en iedere keer hoop ik dat het niet echt is. Ik wil maar een ding: naar huis.”