Brieven

Brieven

In de kathedraal van Aken wordt dezer dagen een schrijn gepoetst met daarin wat botjes van een ‘martelares uit de tweede eeuw’ die de stad heetten te beschermen tegen ziekten. De botjes zijn van Sint Corona die haar geloof trouw bleef en dat rond het jaar 175 na Christus in Syrië met de dood moest bekopen. Als zestienjarige moest Corona toezien hoe een soldaat, de later heilig verklaarde Victor van Siëna, vanwege zijn rotsvaste geloof ter dood werd gebracht. Zij troostte hem, en werd later ook vermoord. Een fragment uit haar levensgeschiedenis waarin ze tussen twee palmbomen is opgehangen, wordt vaak verbeeld. De terugbuigende palmen verscheurden haar lichaam. Een gruwelijk detail, maar een typisch element dat de doorslag gaf bij toekenning van het martelaarschap door het Vaticaan. In de kerkelijke kalender valt haar naamdag op 14 mei. Corona is vanwege de palmen sindsdien patroonheilige voor houthakkers in hun risicovolle beroep. Maar haar bemiddelende taak is veelzijdig. Zo werd ze ook te hulp geroepen voor een gunstig lot en goddelijke zegen bij kansspelen, schatgraven en kiespijn. Dit laatste lang geleden voordat ‘kroon’ en ‘gebit’ met elkaar geassocieerd konden worden. Als de epidemie voorbij is, zal de Akense kathedraal Corona’s schrijn tentoonstellen.