Opinie

Bouwen aan een luchtkasteel

Marc Hijink

‘Dan doe ik dit… en alles staat stil.” Tika, de dochter uit de klassieke kindertelevisieserie Tita Tovenaar, woonde in een luchtkasteel, vloog op een bezem en kon een kunstje: als ze in haar handen klapte, stond de wereld om haar heen in één keer stil.

Het coronavirus heeft dezelfde magische uitwerking. De straten en de snelwegen zijn leeg, de vliegtuigstrepen verdwenen. Er wordt nog wel gebouwd; de heimachine om de hoek die elke ochtend om zeven uur begint, vind ik normaal gesproken irritant. Nu is het een levensteken dat bewijst dat niet de hele economie tot stilstand is gekomen. Er klopt nog iets, gelukkig.

Duizenden bedrijven in Nederland staan noodgedwongen op pauze, nog eens duizenden ondernemers moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Omdat hun werknemers thuis zitten, klanten verdwenen zijn of leveranciers niet meer kunnen leveren. Het is een existentiële bedreiging; de wereldeconomie is onderuit geschopt door een pandemie die miljarden mensen tegelijk treft. Als bij toverslag zit iedereen in hetzelfde schuitje. Verbannen in je eigen huis, onzeker over de toekomst. En alle tijd om over je zonden na te denken.

Gaan we zo snel mogelijk terug naar business as usual of hebben we een ‘nieuw normaal’ ontdekt?

Veel bedrijven grijpen de gelegenheid aan om te vernieuwen op een manier die ze tot voor kort niet voor mogelijk hielden. Van de stofzuigerfabrikant die beademingsmachines gaat produceren tot de sportinstructrice die nu videoles geeft.

Als de nood aan de man is hoeft het allemaal niet zo netjes, vertelt een ondernemer van een groot softwarebedrijf. Hij moest in één klap een paar duizend medewerkers vanuit huis laten werken. En verdomd, het lukte; de boel draait nog.

Een grote groep Nederlanders maakt nu kennis met nieuwe hulpmiddelen – samenwerkingssoftware, videomeetings – en zoekt alternatieve manieren om zichzelf te organiseren. Ingesleten patronen en een dwingende vergadercultuur gaan op de schop. Protesteren tegen die vernieuwing heeft geen zin.

Crisis is een goede voedingsbodem voor innovatie. Zo bouwden Airbnb en Uber hun deeleconomie op de smeulende resten van de financiële crisis van 2008, dankbaar gebruik makend van mensen die hun eigen auto en woning moesten verhuren om de eindjes aan elkaar te knopen. Nu wankelen zulke techreuzen zelf in de coronacrisis. Dat creëert ruimte voor flexibele geesten met een beter idee.

We zijn nog maar bij kwartaal één en de recessiescenario’s van het CPB hangen al als donkere wolken boven 2020.

Wat gebeurt er als Tika in haar vingers knipt – deel twee van haar tovertruc – en de wereld weer in beweging komt? Gaan we zo snel mogelijk terug naar business as usual of hebben we een ‘nieuw normaal’ ontdekt?

Na de opeenstapeling van onheil, de afgelopen weken, opteer ik voor het optimistische scenario. Nederland groeit uit tot een hybride maatschappij, leunend op een digitale infrastructuur en een bevolking die daarmee fluitend overweg kan. We beseffen dat de sectoren die er tijdens deze crisis toe doen – een slagvaardige overheid, een sterke zorgsector en adequaat onderwijs – chronisch ondergewaardeerd zijn. En we onthouden dat iedereen kwetsbaar is, ook diegenen die zichzelf onkwetsbaar achtten.

En ja, dat zou je een luchtkasteel kunnen noemen.

Marc Hijink schrijft over technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.