Reportage

Beijings wapen tegen corona: het buurtcomité

De strenge controle van Chinese burgers gebeurt op buurtniveau. Bij de Dertiende Oostelijke Straat in Beijing komt niemand zomaar langs mevrouw Sun.

Foto's Garrie van Pinxteren

Foto's Garrie van Pinxteren

Er staat een nieuw, blauw bord bij de ingang naar de Dertiende Oostelijke Straat: „Meldpunt voor mensen van buiten die terugkeren naar Beijing”, luidt de melding in grote karakters. En, in een kleiner lettertype: „Als je met je auto de straat in wilt, moet je je kofferbak openmaken.” Wie weet verstop je iemand die je illegaal de wijk in wilt smokkelen.

De Oostelijke Dertiende en Veertiende Straat is een laagbouwbuurt waar zo’n tweeduizend mensen wonen, dicht op elkaar in oude, vaak vervallen hofjeswoningen. Hij bestaat naast de twee hoofdstraten uit een wirwar van steegjes die de twee straten met elkaar verbinden.

Als de zon schijnt, zie je er opvallend veel stokoude mensen in allerhande rolstoelen door de wijk gaan. Veel mensen hebben thuis geen toilet of douche: ze gaan naar de openbare toiletten en het badhuis. Het is een wijk die extra kwetsbaar is voor een uitbraak van het nieuwe coronavirus.

Uitschuifbaar hek

Zo’n uitbraak van Covid-19 wil de 33-jarige mevrouw Sun graag voorkomen. Ze staat bij een uitschuifbaar hek in een rode winterjas die ze van haar werk heeft gekregen: ze is in dienst van het buurtcomité van de Oostelijke Dertiende en Veertiende Straat. „We draaien allemaal diensten van zo’n twee à drie uur per dag, en we zorgen dat er dag en nacht mensen staan die de toegang tot onze wijk controleren”, vertelt ze tussen het opnemen van de temperatuur van passerende wijkgenoten door.

Iedereen die de wijk in wil, moet zijn pols naar buiten draaien, zodat mevrouw Sun zijn temperatuur kan opnemen met een scanner. Als je geen koorts hebt, mag je naar binnen. Tenminste: als je ook echt in de wijk woont. Dat laatste moet je bewijzen met een groen kartonnen kaartje waar je naam en adres op staan.

Je komt de wijk alleen in als je zowel een pasje hebt als koortsvrij bent

Bezorgers die op elektrische fietsen maaltijden en andere zaken komen brengen, komen er niet meer in. Ze bellen hun klanten dat hun pakketje er is, en leggen het dan bij het harmonicahek. Daar kunnen de bewoners het ophalen.

Weldadige rust

In de wijk heerst een weldadige rust. Op de grijze muren hangen nog de knalrode wensen voor Chinees Nieuwjaar. Er rijdt vrijwel geen auto. Mensen laten hun hondjes loslopen in de smalle straten. Soms vliegt er een zwerm postduiven over. Duiven hebben hier kleine bamboefluitjes aan hun poten, wat een ijle, hoge fluittoon geeft als ze over vliegen.

Mevrouw Sun doet de controles samen met meneer Zhao, een jonge man van 27 jaar met grote metalen ringen aan zijn zwarte baseballpetje. Om zijn bovenarm draagt hij een brede strook rode stof, met in gele karakters het woord ‘Vrijwilliger’.

Aanwijzingen ter voorkoming van besmetting in de wijk

In heel Beijing zijn er in de maanden dat de epidemie nu duurt in totaal minder dan zeshonderd besmettingen gemeld. Er vielen acht doden. In de Oostelijke Dertiende en Veertiende Straat raakte niemand besmet. In de provincie Hubei, het epicentrum van de uitbraak, raakten volgens officiële cijfers bijna zeventigduizend mensen besmet, en kwamen meer dan drieduizend mensen om het leven.

Toch zit ook in Beijing zowel de angst als de discipline er goed in. In andere woonwijken van Beijing werkt het ook zo: je komt de wijk alleen in als je zowel een pasje hebt als koortsvrij bent. Je wijkcomité controleert dat, soms met behulp van beveiligers, soms met vrijwilligers. Niet af en toe, maar elke keer als je de wijk in wilt.

Het wijkcomité van de Oostelijke Dertiende en Veertiende Straat zetelt aan een binnenplaats in hetzelfde hofje waar ook de politie is gevestigd. Er werkt een kleine, oudere vrouw met een speldje van de Communistische Partij op. Haar naam wil ze niet geven. Ze is streng op mensen van buitenaf. „Dat moet wel. Als ik mensen toelaat die hier niet horen, krijg ik de woede van de buurt over me heen”, vertelt ze.

Dubbele positie

Daarmee legt ze meteen de dubbele positie van de wijkcomités bloot. Het zijn typisch communistische grassroots-organisaties, bijna net zo oud als de Volksrepubliek China (1949) zelf. De comités moeten de belangen van het volk bepleiten bij de lokale overheden, maar ze zijn tegelijk vooral de ogen en de oren van de Communistische Partij. Zo kan de partij doordringen tot in de haarvaten van de samenleving.

Zo speelden ze een belangrijke rol bij het afdwingen van het eenkindbeleid, dat eind jaren zeventig werd ingesteld. Ze bemiddelen bij burenruzies, bij dreigende echtscheidingen en bij huiselijk geweld. Oorspronkelijk was het vrijwilligerswerk. Het werd gedaan door activisten die lid waren van, of sympathie hadden voor de Partij. Tegenwoordig is het een betaalde baan voor jonge hogeropgeleiden.

De rode nieuwjaarswensen van 25 januari (Chinees nieuwjaar) hangen er nog

De wijkcomités zijn de laatste jaren alleen maar belangrijker geworden. Vroeger was het vooral het bedrijf waarvoor je werkte dat je van de wieg tot het graf verzorgde en in de gaten hield. Nu ligt die taak vooral bij bij het wijkcomité.

Voor de bestrijding van Covid-19 kunnen de comitéleden nu gezien worden als een ware zegen. Leden van het comité kloppen onaangekondigd op de deur om te controleren of iedereen wel in de wijk mag zijn. Ze kennen de buurtbewoners goed. Die vertellen het door als ze een onbekende in de wijk zien.

De comités vallen onder een soort stadsdeelraden. Die voorzien ze van mondkapjes, jassen, tenten, thermometers en affiches. Daarvan horen ze ook hoe ze de controles moeten aanpakken en wat de nieuwste regels zijn.

Er staan vooral vrouwen van 70 jaar of ouder als vrijwilliger bij de hekken om de mensen van het wijkcomité te helpen. Maar er is ook meneer Zhang van 57. Hij staat bij een van de twee ingangen aan de westkant van de wijk. De stralende lentezon is onbarmhartig voor de grijze uitgroei aan de wortels van zijn zwarte stoppeltjeshaar.

Hij is trots op zijn vaderland. „Alleen China kan de ziekte op deze manier onder controle brengen”, zegt hij. „Nergens anders in de wereld lukt dat.” Daarin lijkt hij op dit moment gelijk te hebben: het aantal geregistreerde besmettingen in de Verenigde Staten ligt inmiddels hoger dan in China. Zhang wil er dan ook alles aan doen dat de ziekte in elk geval buiten zijn wijk blijft. „Dat doe ik gratis en voor niets.”

Mede door de waakzaamheid van Zhang zijn er in Beijing alleen nog nieuwe besmettingen door mensen die uit het buitenland naar de stad terugkeren. Het zorgt voor een licht optimisme in de wijk en in de stad. „We hebben de ziekte overwonnen”, weet Zhang zeker.

Toch doet Beijing nu eerder denken aan een kankerpatiënt die ziektevrij is verklaard na een serie zware bestralingen. De hoop dat de ziekte wegblijft overheerst, maar de angst dat deze terugkeert is er nog steeds. Het normale leven is nog lang niet op gang. De angst dat de ziekte juist vanuit het buitenland terugkeert, voedt China’s meest recente besluit om zelfs buitenlanders met een geldig visum vanaf 28 maart niet meer binnen te laten. Ook mogen luchtvaartmaatschappijen nog maar één keer per week op één buitenlandse stad in een land vliegen.

Zhang voert de strijd tegen Covid-19 met grote trots, vertelt hij. „Ik ben lid van de partij. We hebben een traditie van activisme”, zegt hij. „Daardoor kunnen wij iets wat zelfs het machtige Amerika niet klaarspeelt.”

Beluister ook deze podcast waarin correspondent Garrie van Pinxteren de Chinese en Nederlandse aanpak van het virus vergelijkt Lees ook dit eerdere artikel van Garrie van Pinxteren over de Chinese surveillance van burgers