Van mild tot hels: de vier coronasmaken van het CPB

Economische gevolgen De invloed van de coronacrisis op de economie wordt fors. Vier scenario’s, oplopend van mild tot buitengewoon ernstig.

Een rustige Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Pas in juni komt er een échte, nieuwe raming voor de Nederlandse economie.
Een rustige Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Pas in juni komt er een échte, nieuwe raming voor de Nederlandse economie. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het wordt een recessie, hoe dan ook. Maar de overheidsfinanciën zijn stevig genoeg om de economie afdoende te steunen. Zelfs in het zwartste scenario.

Dat is de uitkomst van een uitgebreide analyse van de economische gevolgen van de coronacrisis die het Centraal Planbureau (CPB) donderdag heeft gepubliceerd. Het CPB kiest voor het doorrekenen van vier coronascenario’s, variërend van mild tot zeer zwaar.

Drie weken geleden publiceerde het CPB ramingen die nog weinig rekening hielden met de coronacrisis. Inmiddels regent het onheilsvoorspellingen, van de wereldhandelsorganisatie WTO tot zakenbank Goldman Sachs, die op een wedloop beginnen te lijken om wie de grootste doemprognose kan produceren.

De CPB-doorrekening van donderdag wordt juist uitdrukkelijk „geen raming” genoemd. Het verloop van de pandemie is te onzeker en de gevolgen voor de economie zijn daarom te ongewis om harde prognoses te kunnen doen. Toch bieden de vier scenario’s houvast.

Lichtste scenario

In het lichtste geval zijn er maar drie maanden aan contactbeperkingen nodig en kan het land daarna voorzichtig weer ‘open’. Dat leidt weliswaar tot een recessie, met een krimp van 1,2 procent dit jaar, maar omdat de productiecapaciteit van bedrijven intact blijft, volgt al snel een inhaalslag. 2021 ziet dan een economische groei van 3,5 procent. De schade aan het bedrijfsleven blijft beperkt, de werkloosheid loopt maar licht op tot 4,5 procent en de overheidsfinanciën komen er zonder kleerscheuren vanaf.

Naarmate het land langer ‘op slot’ moet, worden de scenario’s duisterder. Zes maanden durende contactmaatregelen treffen het bedrijfsleven zwaarder, en omdat de scenario’s grosso modo ook de landen om ons heen betreffen, valt de wereldhandel sterk terug. Dat is scenario twee, maar pas daarna wordt het écht ernstig. De wereldeconomie krijgt het in scenario drie zwaarder te verduren en de financiële sector komt onder druk te staan.

In dat geval, stelt het CPB, begint de recessie langer te duren dan de beperkende maatregelen zelf. Die langere nasleep zorgt voor extra schade: een economische krimp van 7,7 procent in 2020. Die wordt nog wel voor een deel ingelopen in het jaar daarop, met een bescheiden economische groei van 2 procent.

In het vierde, zwartste, scenario duren de contactmaatregelen twaalf maanden. En omdat de recessie ook dan langer duurt dan de maatregelen zelf, komt er een economische winter van anderhalf jaar. Met een economische krimp van 7,3 procent in 2020 en nog eens 2,7 procent volgend jaar, gaat dan bij elkaar een tiende van de welvaart verloren. Dat is ongekend: alleen in oorlogstijd is een economische schade van deze proporties denkbaar.

Sectoren in gevaar

Het voordeel van scenario’s is dat de effecten van de coronacrisis er duidelijker door worden. Bedrijven kunnen wel éven dicht. Maar als dat te lang duurt, raken zij in het ongerede, vallen klanten weg, versloffen productieketens. Pieter Hasekamp, de directeur van het CPB, noemde donderdag desgevraagd de sectoren op die het meeste gevaar lopen: niet alleen evenementen, horeca en toerisme. Maar ook de exporterende bedrijven en bedrijven die onderdeel zijn van internationale productieketens. Denk aan toeleveranciers aan andere industrieën.

In het zwartste scenario gaat bij elkaar een tiende van de welvaart verloren

De werkgelegenheid kan wel éven op ijs, maar kan niet volledig en langdurig met overheidssteun worden opgevangen. Gevreesd moet worden dat vooral een combinatie van afvloeiende flexwerkers en een stroom van kansloze schoolverlaters de werkloosheid hoog laat oplopen: 9,4 procent in het meest duistere scenario.

Een recessie wordt het dus, de coronacrisis, het is alleen de vraag hoelang en hoe diep. Daar spelen de steunmaatregelen die de overheid treft ook een belangrijke rol bij. Het goede nieuws dat uit de scenario’s valt af te leiden is dat die financiële inspanning dragelijk is. Omdat Nederland de crisis inging met een staatsschuld van nog geen 49 procent van het bruto binnenlands product, is er fors ruimte om bij te lenen.

200 miljard

Zelfs in het naarste scenario loopt de staatsschuld niet verder op dan 73,6 procent van het bbp. Hetgeen trouwens impliceert dat de overheid in totaal het formidabele bedrag van bijna 200 miljard euro tegen de coronacrisis aan zou mogen gooien. De resulterende staatsschuldquote van 73,6 procent zit volgens het CPB ruim onder wat in de economische literatuur als risico wordt beschouwd. Volgens Hasekamp wordt een staatsschuld van tussen de 80 en 100 procent gezien als een grens waarboven die problematisch begint te worden.

Lees ook: Door de coronacrisis lijken al die schulden ineens wél gevaarlijk

Er is dus financiële armslag. Het CPB heeft als aanname bij zijn scenario’s dat de ondersteunende maatregelen stoppen als de opgelegde contactbeperkingen aflopen. Hasekamp beaamt dat het een afweging zou kunnen zijn om de steun iets langer te laten doorlopen.

Zo schotelt het CPB de politiek en het publiek nu vier scenario’s voor, lopend van kwaad tot erger. Waarschijnlijkheden worden daar niet aan toegekend want, zegt Hasekamp, dan veranderen de scenario’s in wezen toch weer in een raming. En daarvoor is het verloop van de coronacrisis, zeker door de internationale dynamiek, veel te onzeker en ongrijpbaar.

Pas in juni komt er een échte, nieuwe raming voor de Nederlandse economie. Tegen die tijd zal er meer duidelijk zijn over het verloop van de coronacrisis in Nederland en de rest van de wereld. Maar wellicht nog niet genoeg om dat alles te laten stollen in een handvol cijfers tot achter de komma.