Urenlange debatten: in crisistijd voelt dat ongemakkelijk

Kamerdebat Ministers urenlang naar de Tweede Kamer roepen terwijl buiten het coronavirus toeslaat: hoe verstandig is dat?

De Tweede Kamer vorige week tijdens het debat over de coronacrisis.
De Tweede Kamer vorige week tijdens het debat over de coronacrisis. Foto David van Dam

Donderdag debatteert de Tweede Kamer voor de derde maal over de coronacrisis. Het laatste debat, vorige week woensdag, zorgde voor het nodige ongemak. Terwijl het virus door het land raasde, zat de crisisbestrijding vast in een langdurig Tweede Kamerdebat.

Tien uur lang moesten premier Mark Rutte (VVD) en vier ministers uit zijn kabinet – de vijf belangrijkste bewindspersonen in de strijd tegen de pandemie – luisteren naar vragen, suggesties en in moties gegoten oproepen van Kamerleden. Het ging over de te volgen strategie bij de bestrijding en het reusachtige steunpakket voor bedrijven en zelfstandigen – maar ook over tv-programma Nederland in Beweging. Dat moest mogelijk wijken voor de overdaad aan nieuwsbulletins. Of Rutte daar niet wat van kon zeggen in Hilversum, vroeg Henk Krol, fractievoorzitter van 50Plus.

Drie van de vijf ministers in vak K zaten het hele debat uit, terwijl zij maar een handvol vragen kregen. Zo schrijven de parlementaire regels het nu eenmaal voor; daar is geen virus tegen opgewassen. Rutte vroeg toestemming om tijdens het debat de zaal uit te lopen. „Vindt u het goed dat minister Hoekstra en ik, omdat er in een crisis altijd weer problemen moeten worden opgelost, heel even weg zijn? Wij komen terug.” Wybren van Haga, de oud-VVD’er die tegenwoordig een eenmansfractie vormt, vond het allemaal maar mal. „Misschien is het goed dat we dit debat de volgende keer met één bewindspersoon doen”, zei hij na afloop.

Ook twee weken geleden was er een coronadebat. Weliswaar korter (achtenhalf uur), maar de ministers, adviseurs en ambtenaren konden pas om drie uur ’s nachts naar huis. Voor een hazenslaapje, want het eerste crisisberaad was alweer vroeg in de ochtend. Kan dat niet anders?

Toegegeven: er zijn door het coronavirus bijna geen debatten of overleg meer in de Tweede Kamer, die een uitgestorven indruk maakt. Tijd zat dus, op het oog. Het kabinet gaat bovendien zelf over de afvaardiging die het naar de Kamer stuurt. Dat ‘vak K’ vorige week woensdag zo vol zat, was een eigen keuze. Donderdag wordt het debat niet met vijf, maar met drie bewindspersonen gevoerd. En ditmaal gaat het debat hoofdzakelijk over de volksgezondheid. Over de economische steunmaatregelen is woensdag al gesproken. Vorige week zaten die twee thema’s in één debat. Toch zal het ook dan weer knagen: is het verstandig in crisistijd zo uitgebreid te vergaderen met de sleutelspelers in het crisismanagement?

Lees ook het verslag van het coronadebat dat woensdag plaatsvond in de Tweede Kamer

Morele wroeging

Kabinetten hebben altijd, ook in crisistijd, een verantwoordingsplicht, zegt Bert van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis in Maastricht. „Het nadeel is, en dat is het écht in dit geval, de versplintering: in de Kamer zijn veel fracties, veel woordvoerders, veel interrupties.” Vorige week voerden in het debat vijftien Kamerleden het woord. „Ik begrijp ook wel dat elke fractie zijn eigen geluid wil laten horen”, zegt Van den Braak. „Maar je zag veel herhalingen van vragen, waardoor het langer duurde dan nodig. Je zou op zo’n moment enige terughoudendheid en zelfreflectie verwachten van de Kamerleden.”

Vooral PVV-leider Geert Wilders en Thierry Baudet (FVD) waren veelvuldig bij de interruptiemicrofoon te vinden. Met soms snoeiharde kritiek op het kabinetsbeleid. Zij pleitten voor veel strengere lockdown-maatregelen. Een dag later zei Baudet desgevraagd: „Of ik morele wroeging heb dat we vijf ministers tien uur lang van hun werk hebben gehouden? Ik vind zeker dat we allemaal een verantwoordelijkheid hebben en aan zelfbeperking moeten doen. Maar ik vind niet dat ik me met bijzaken heb beziggehouden. En ik vermoed dat de anderen dat ook niet vinden van zichzelf.”

Henk Krol zei dat hij na afloop van het debat „met een heel ongelukkig gevoel” bleef zitten en „moeilijk in slaap” kwam. „Wat moeten mensen wel niet denken die hier thuis naar zitten te kijken?” Hij ergerde zich vooral aan de soms hoge toon. Van de vraag over Nederland in Beweging heeft hij geen spijt. „Ik let op de belangen van mijn doelgroep.” Maar veel vragen hadden ook prima schriftelijk afgehandeld kunnen worden, erkent hij.

Wat Krol betreft, wordt gekeken of debatten in crisistijd ook korter of anders kunnen. Volgens hoogleraar Van den Braak is dat mogelijk, maar kan het niet worden afgedwongen. „Als een Kamerlid zegt: ik wil volop in debat, dan kan niemand hem (of haar) tegenhouden.”

Parlementaire cultuur

Nederland heeft, vergeleken met andere EU-landen, een redelijk unieke parlementaire cultuur. De ruimte die de Tweede Kamer heeft en krijgt om het regeringsbeleid te fileren en bij te sturen, is in de Franse Assemblée Nationale of de Duitse Bundestag kleiner. Rutte en zijn ministers moeten tijdens EU-vergaderingen geregeld uitleggen dat het parlement in het Nederlandse bestel een zeer invloedrijke positie heeft.

Ook in crisistijd – of misschien júíst in crisistijd – heeft de Tweede Kamer veel aandacht voor wat misschien pietluttige details lijken. Naast hoofdzaken komen een heleboel randzaken voorbij. Ieder Kamerlid heeft wel een suggestie voor het kabinet. Over Nederland in Beweging. Over verhoging van het maximale bedrag voor contactloos betalen, opdat niet iedereen met z’n vingers aan het pinapparaat zit. Het werd Bruno Bruins uiteindelijk allemaal te veel. Tijdens het debat ging de oververmoeide VVD-minister van Medische Zorg achter het spreekgestoelte van zijn stokje. Een dag later kondigde hij zijn aftreden aan.

Korter en bondiger

Oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas gaf na het incident op Twitter onomwonden zijn mening: „De Kamerleden zouden in een crisissituatie als deze ook niet met zijn vijftienen de op hun top werkende ministers urenlang moeten tergen met vaak dezelfde vragen en dan ook nog op zo’n hoge toon.” Het voorval leidde tot enige reflectie bij D66-fractievoorzitter Rob Jetten. Die liet weten dat het de taak van de Kamer is om het kabinet „in transparantie” te controleren, maar, zei hij, „laten we dat in de komende weken misschien iets korter en bondiger met elkaar doen”.

Thierry Baudet heeft wel een idee. In crisistijd zouden de Kamerleden kunnen besluiten af te zien van hun eerste termijn. „Nu gaat het eerst drieënhalf uur over wat de Kamer ervan vindt”, zegt Baudet. „Die sla je dan over. Je gaat meteen naar de ministers, die vervolgens door de Kamer kunnen worden geïnterrumpeerd. Dat leidt tot kortere, meer to the point debatten.”

Een woordvoerder van Kamervoorzitter Khadija Arib zegt dinsdag desgevraagd dat er vooralsnog geen plannen zijn om de parlementaire praktijk aan te passen. Er komt donderdag „gewoon een volwaardig debat”.

Dit is een geactualiseerde versie van een artikel dat eerder op 19 maart is verschenen