Thuis sporten: onderhouden, niet opbouwen

Fit Binnenblijven betekent niet meteen dat je niet kunt sporten. Van videolessen op YouTube tot trainingen via Instagram Stories.

Illustratie NRC

Het leek of we allemaal wisten dat het de voorlopig laatste keer was dat we naar een sportschool konden. Toen de bepaald niet drukbezochte les – anderen hadden duidelijk al hun conclusies getrokken – was afgelopen, stelde iemand voor nog één minuut te planken. We deden nog een minuut. En nóg een minuut.

Drie dagen later stonden de eerste work-out-video’s van OneFit online. OneFit is een organisatie die actief is in zes steden. Wie een abonnement heeft, kan, of liever gezegd kon, terecht in honderden sportscholen. Inmiddels zijn via het eigen YouTube-kanaal al meer dan tien ‘Working Out From Home’-filmpjes te vinden, die dus ook toegankelijk zijn voor niet-leden. Behalve typische sportschoollesjes als Barre Booty (nu Barre(less) Booty) en HIIT (High Intensity Interval Training) is er ook een hardloopinstructie.

OneFit is uiteraard lang niet de enige die overgegaan is tot onlinelessen. Talloze sportscholen en -leraren hebben inmiddels filmpjes gemaakt. Joël van Wijk, de eigenaar van Personal Performance Training in Den Haag, maakte er vorige week twee voor zijn klanten, met oefeningen die ze thuis zouden kunnen doen. Inmiddels geeft hij een-op-een-lessen via Skype en Facetime – voor de verzoeken voor personal training in zijn gym of de buitenlucht heeft hij „vriendelijk bedankt”.

Lees ook: Hoe je thuis toch goed voor jezelf kunt zorgen.

Filmpjes opnemen is niet zijn „cup of tea” gebleken, zegt hij. Bovendien: „Je kunt op geen enkele manier controleren of iemand de oefeningen goed uitvoert.” Mensen die onlinelessen willen volgen, raadt hij aan alleen trainingen te volgen van hun eigen fitnessinstructeurs. Als dat niet kan, dan trainingen van mensen die zijn gespecialiseerd in onlinesportlessen en niet een van de „bankzitters die zich opeens hebben ontpopt tot leraar bankdrukken”.

Ook niet zonder gevaar: het gebruik van halters, kettlebells en andere attributen. Op bol.com werden die de laatste twee weken vijf keer zoveel verkocht als anders. Van Wijk: „Het is beter je eigen lichaamsgewicht te gebruiken, zeker als je niet veel ervaring hebt. Bovendien: als dit straks voorbij is, doe je niets meer met die spullen.”

Retro-work-outs

Ver voor de coronacrisis was er al een overweldigend aanbod van onlinefitnesslessen. Sommige zijn gratis, zoals de YouTube-filmpjes van Popsugar en van Jessica Smith, die prettige lessen bieden, als je je over de erg Amerikaanse sfeer heen kunt zetten (en in het geval van Smith het gedoe met haar hondje Peanut). Soms moet voor de lessen worden betaald, zoals die van de eveneens Amerikaanse Shaun T, bekend van zijn loodzware Insanity-serie (er is ook een iets lichtere variant, T25).

Volgens de Amerikaanse Vogue zijn oudere work-outs als de aerobicslessen van Jane Fonda en Tae Bo van Billy Blanks, beide te vinden op YouTube, opeens weer populair. De auteur van het Vogue-artikel vermoedt dat dit vooral te danken is aan het comic relief dat deze work-outs bieden. Al vonden zij en de vrienden met wie ze videoparty’s rond de lessen hield ze „verrassend pittig”.

Zulke videoparty’s kunnen een oplossing zijn voor een ander belangrijk nadeel aan thuisfitness: het vergt erg veel discipline. Thuis wordt er, als niemand meekijkt, niet geprotesteerd als je halverwege stopt, oefeningen overslaat of die halfslachtig uitvoert. Bovendien is nu voor veel mensen alle tijdsdruk weggevallen, wat zelfs voor doorgewinterde thuisfitnessers een verschil kan maken; deed je eerst nog even een half uurtje oefeningen voor je de deur uit moest, als verse thuiswerker heb je daar nu de hele dag voor, en kun je het dus eeuwig uitstellen, wat in de praktijk dus vaak zal neerkomen op afstellen.

Een andere oplossing: livelessen. Sergei Gul, die normaal in Amsterdam groepslessen geeft als ‘kickboxing bootcamp’ en daarnaast personal trainer en massageherapeut is, geeft met twee collega’s onder de naam Livestreamworkouts op vaste tijden lessen via Instagram Stories. „Zo helpen we om structuur aan te brengen.”

Gul geeft op dinsdag en donderdag om tien uur ’s ochtends ‘Flow movement’: rekken, strekken en wat krachtoefeningen, „waar je niet kapot van gaat”. De bedoeling is volgens hem het lichaam wakker en de spieren los te maken. „De meeste mensen zitten nu veel meer dan anders.” De oefeningen die hij en zijn collega’s voordoen zijn simpel, om de kans op blessures zo klein mogelijk te houden. Voor vaste leerlingen organiseert hij via videobeldienst Zoom groepstrainingen waarbij hij live kan corrigeren.

Ontwijken van anderen

Wie geen zin heeft in eigen huis of tuin te sporten, vindt het wellicht een goed idee tijdelijk op hardlopen over te schakelen. Gul raadt dat af, net als racefietsen. „Je bent steeds vanwege het verplichte afstand houden bezig met anderen ontwijken, waardoor je je niet op jezelf concentreert en dus eerder blessures krijgt.”

Zaak is ook je nu niet al te zeer af te matten, zegt hij. „Na inspanning moet een lichaam altijd herstellen. Als je een ziekte onder de leden hebt, is heel intensief trainen een te zware belasting. Je kunt je morgen opeens slecht voelen, je weet het niet. Dit is geen tijd om op te bouwen, maar om te onderhouden.” Joël van Wijk adviseert meteen helemaal te stoppen met sporten als je je niet lekker voelt, of verkouden bent.

Maar het allerbelangrijkste voor thuisblijvers is, aldus Van Wijk, gedurende de dag zoveel mogelijk te bewegen, of je nu sport of niet. „Sta vaak op, loop een paar keer de trap op en af en probeer als je je tanden poetst te squatten of op één been te staan. En doe klusjes. Voor de meeste mensen is het schoonmaken van het huis al een work-out.”