Nieuw bewijs: schubdier tussenschakel bij overdracht coronavirus

Covid-19 Bij Javaanse schubdieren hebben onderzoekers virussen aangetroffen die lijken op het coronavirus dat wereldwijd mensen ziek maakt.

In Indonesië in beslag genomen schubdier, een exemplaar uit een levering uit 2017 van 101 dieren die was bestemd voor Maleisië.
In Indonesië in beslag genomen schubdier, een exemplaar uit een levering uit 2017 van 101 dieren die was bestemd voor Maleisië. Foto Afrianto Silalahi

Het schubdier wordt een steeds duidelijker verdachte als tussenschakel die het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 vanuit vleermuizen naar de mens overbracht. Al in februari werd daarover gespeculeerd door Chinese onderzoekers, maar nu is er voor het eerst een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd dat dit vermoeden bevestigt. In een donderdag vrijgegeven artikel in Nature beschrijven Chinese onderzoekers dat zij SARS-CoV-2-achtige virussen hebben aangetroffen in het bloed van Javaanse schubdieren (Manis javanica). De dieren werden onderschept bij smokkelaars in Zuid-China.

Het schubdier is door stroperij ernstig bedreigd. Tot voor kort bestond een levendige handel in schubdieren vanuit andere landen in Zuidoost-Azië naar de Chinese markten. De dieren werden in China gegeten als exotisch voedsel. Onder meer hun schubben waren gewild als ingrediënten voor middeltjes in de traditionele Chinese geneeskunde. In reactie op de omvangrijke uitbraak van het nieuwe coronavirus heeft China in februari alle handel in wilde dieren verboden. Het gebruik van schubdierschubben in geneesmiddelen was een jaar eerder al verboden.

Vleermuis

Onderzoekers gaan ervan uit dat de hoefijzerneusvleermuis (Rhinolophus affinis) de natuurlijke gastheer is van het coronavirus dat nu een wereldwijde pandemie veroorzaakt. In 2013 werd in deze vleermuissoort in de kalksteengrotten in Yunnan een virusstam aangetroffen die sterk verwant is aan het nieuwe coronavirus. In geen enkel ander wild dier waren tot nu toe zulk soort virussen aangetroffen. Al vanaf het begin van de uitbraak vermoedden onderzoekers dat het virus via een besmet wild dier op de Huanan Seafood Market in Wuhan in mensen terecht moest zijn gekomen. Of het virus vanuit een vleermuis of een ander wild dier was overgesprongen, was nog onduidelijk.

Lees ook: Het spoor van corona leidt naar een gestreste vleermuis

Begin februari meldden onderzoekers van de Zuid-Chinese landbouwuniversiteit al dat zij aanwijzingen hadden dat het schubdier mogelijk de tussengastheer was voor de overdracht van het coronavirus naar de mens. Maar het bleef toen bij een persbericht.

Smokkelaars

Het onderzoek dat nu in Nature is gepubliceerd bevestigt de schubdierhypothese. De onderzoekers hebben bloed en weefsel van achttien schubdieren die tussen augustus 2017 en januari 2018 door de douane van Guangxi in beslag zijn genomen bij smokkelaars op de aanwezigheid van coronavirussen getest. Bij vijf van die dieren werden genetische sporen van het virus aangetroffen. Ter controle van hun resultaten onderzochten de wetenschappers nog een serie van twaalf van illegale handelaren geconfisqueerde schubdieren, waarbij er drie positief bleken.

De coronavirussen die in de schubdieren zijn aangetroffen lijken genetisch het sterkst op het SARS-CoV-2-achtige virus dat in 2013 bij vleermuizen werd aangetroffen, en in veel mindere mate op het menselijke SARS-CoV-2. Het bewijs dat schubdieren een rol hebben gespeeld is daarmee zeker nog niet rond.

Spijkervormig eiwit

Het is opvallend dat gemiddeld bij bijna een kwart van de onderzochte schubdieren coronavirussen werden aangetroffen. Volgens viroloog Xander de Haan van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht wijst dit erop dat dit soort coronavirussen bij schubdieren onderling circuleren. Een incidentele virus-overstap van vleermuis naar schubdier hoeft daarom niet het scenario te zijn geweest.

Genetische analyse levert ook nog geen oplossing van de puzzel. De structuur van de bindingsplaats van het virus (het spijkervormige eiwit op de buitenkant van het virusdeeltje) van schubdier-coronavirussen lijkt juist wél op die van het virus dat nu onder mensen circuleert. Het virusspijkertje bindt aan de zogeheten ACE2-receptor aan het oppervlak van cellen van de gastheer, waarna het virus kan binnendringen. De menselijke ACE2-receptor lijkt meer op die van schubdieren dan die van vleermuizen.

Uit een van de schubdieren hebben de onderzoekers ook een levend virus kunnen opkweken, waarna ze in staat waren een gevoelige genetische test te maken speciaal voor dit virus. Het erfelijk materiaal van het virus werd aangetroffen in verschillende weefsels van de dieren, waaronder longen, darmen, bloed en losse schubben.