Neanderthalers waren gek op mossels en vis

Archeologie Ook neanderthalers aten zeevoedsel. Dat blijkt uit de vondst van grote afvalhopen vol visgraten in Portugal.

De Portugese grot waar de vondsten zijn gedaan.
De Portugese grot waar de vondsten zijn gedaan. Foto Zilhao et al. Science

Ook neanderthalers konden grote hoeveelheden schelpdieren en vis verorberen. Dat blijkt uit opgravingen in de Portugese grot Figueira Brava, 30 km ten zuiden van Lissabon aan de Atlantische kust, waarbij voor het eerst ware ‘afvalhopen’ met schelpen en visbotjes zijn gevonden bij neanderthalers. Niet alleen moderne mensen waren dus in staat om een gecompliceerde visser-jagers-verzamelaars-levenswijze te voeren, zo concludeert het grote team van betrokken archeologen onder leiding van João Zilhão (universiteit van Lissabon) deze week in Science.

De hoeveelheden schelpen en visgraten zijn vergelijkbaar met de resten die moderne mensen achterlieten toen zij na de Laatste IJstijd in het hetzelfde gebied leefden. Neanderthalers, die ongeveer 40.000 jaar geleden uitstierven, zijn naaste verwanten van de moderne mensen. In deze grot leefden ze langdurig maar niet ononderbroken tussen 100.000 en 80.000 jaar geleden.

Gevarieerd dieet

Dit nieuwe onderzoek zou wel een beslissing kunnen brengen in een al jaren durend debat: waarom zijn er zo weinig aanwijzingen gevonden dat neanderthalers ook vis- en weekdieren aten, als die beschikbaar waren? Van moderne mensen zijn uit dezelfde tijd wel genoeg bewijzen voor zo’n gevarieerd dieet en van het vermogen de vissen te vangen en de weekdieren te vinden. In Figueira Brava lagen voor neanderthalers deze bewijzen bijna letterlijk voor het opscheppen.

„Dit is een zeer solide paper”, oordeelt in ieder geval de Nederlandse neanderthalkenner Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) desgevraagd per mail. „Goede data, genuanceerd geïnterpreteerd. Ik heb hier niets op aan te merken, en dat komt zelden voor.”

Overblijfselen van de noordzeekrab uit Figueira Brava.

Van neanderthalers waren eerder wel eerder resten van zeevoedselmaaltijden teruggevonden, maar nooit veel. Roebroeks: „Er is een klein aantal kleine vondsten op het Iberische schiereiland met kleine aanwijzingen voor zo’n visdieet. Maar wat we nu hebben uit Figuera Brava is wel een hele stevige dataset, heel anders dan de meer ‘anekdotische’ waarnemingen die we tot nu toe voor deze periode hadden.”

Voorheen waren dergelijke grote fossiele afvalhopen vol mossels en andere schelpen alleen bekend van moderne mensen (Homo sapiens) in dezelfde tijd in Afrika (zoals Pinnacle Point en Klasies River in Zuid-Afrika, en bij Rabat in Marokko) en ook van na de ijstijden, na 10.000 jaar geleden uit Europa. Daarom werd in de archeologie soms ‘visserij’ en het verorberen van zeevruchten als een typisch modern menselijk verschijnsel gezien dat alleen met vergevorderde rationaliteit en cognitie mogelijk zou zijn.

Resten van een paling uit Figueira Brava.

Aangespoelde dolfijn

Dat laatste relativeren de Figueira Brava-onderzoekers. Grote dieren als haaien en dolfijnen – waarvan óók resten zijn gevonden – zullen zijn gegeten als aas: aangespoeld en gevonden op het strand. Veel van de andere vissen uit de grot kunnen gemakkelijk zijn opgevist uit getijdepoeltjes waarin ze vaak achterblijven. „In de meeste gevallen vereist de vangst van de kleinere dieren en weekdieren niet meer dan toepassing van de meest eenvoudige technieken, zoals oprapen van het strand, van rotsen en uit ondieptes, samen met middelen om de oogst in te verzamelen en te vervoeren”, schrijft het team van Zilhão in Science. Voor dat laatste zijn dierenhuiden allicht geschikt.

In het debat over vis eten bestond ook altijd een alternatieve verklaring voor de kennelijke afzijdigheid van de neanderthalers. Door de zeespiegelstijging na de IJstijd zijn de plekken waar zij hun schelpen en visgraten achtergelaten kunnen hebben inmiddels door de zee overspoeld en onbereikbaar voor onderzoek. Dat er wel veel visafval van moderne mensen in Zuid-Afrika en Marokko is gevonden, is alleen te danken aan de bijzondere locale geologische omstandigheden. Het lijkt erop dat nu in Portugal een vergelijkbare plek is gevonden.

Tapijtschelpen uit Figueira Brava.

In Scandinavië en Groot-Brittannië zijn eventuele neanderthaler-afvalbergen door IJstijd-gletsjers vernietigd en het inmiddels ondergelopen continentaal plat bij Frankrijk is honderden kilometers breed. Maar langs dit gedeelte van de westkust in Portugal werd dat continentaal plat ten tijde van een laag zeeniveau doorbroken door een fjordachtig landschap, waardoor de zee diep het toenmalige land binnen kon dringen. De Figuera brava-grot lag op die manier in de periode 100.000-80.000 jaar geleden maximaal twee kilometer van zee. Zo’n zee-inhammengebied is een bijzonder rijk ecosysteem.

Resten van dat ecosysteem zijn dan ook volop teruggevonden in de Figuera Brava-grot, die toen langdurig bewoond is geweest door neanderthalers. Tussen de resten van verbrand hout en stenen werktuigen hebben ze er van alles achter gelaten, héél veel grote schelpen van mossels en andere weekdieren (oesters, glycymeris, jacobsschelpen, tapijtschelpen, krabben maar ook zeeslakken als schaalhorens) en ook zeepalingen, moeralen, harders en dus zelfs een enkele haai en een dolfijnen.

Schelpen van de schaalhoren uit Figueira Brava.

Geroosterde dennenappel

Ook werden resten van ander voedsel gevonden: geroosterde dennenappels met pitten, botten van grote grazers (paarden, steenbok, oeros) en ook zeevogels. Veel van de botten en sommige schelpen tonen brandvlekken: duidelijke sporen van bereiding. Opvallend is verder dat de volgroeide dennenappels waaruit de neanderthalers de pitten aten, altijd aan de top van de bomen groeien. Uit de aanwezigheid van geschroeide dennennaalden leidden de archeologen af dat de neanderthalers de dennenappels met de geliefde pitten zelf uit de bomen moeten hebben geplukt en niet van de grond hebben opgeraapt.

Gevonden haaienbot uit de Portugese grot Figueira Brava.

Behalve bevestiging van het vis eten door neanderthalers ziet Roebroeks ook andere implicaties van deze opgraving: „Deze resultaten van Zilhao en collega’s maken ook weer duidelijk hoe groot de regionale variatie is in de leefwijze van neanderthalers. Op het Iberisch schiereiland deden ze zich in deze tijd te goed aan zeevruchten, maar hun tijdgenoten in Neumark-Nord, bij Halle in Duitsland, lijken hun eiwitten voornamelijk uit groot jachtwild te halen.”

‘Figuera Brava’ maakt ook duidelijk dat de neanderthalers net als hun modernmenselijke tijdgenoten in Zuid-Afrika echt bij elkaar kwamen voor een ‘maaltijd’. Roebroeks: „Ze stelden consumptie van de ‘buit’ soms even uit en brachten de producten van hun verzamelactiviteiten naar centrale plaatsen.”

Lees ook: Neanderthaler zocht schelpen in zee