Recensie

Recensie Boeken

Een moeder pleit voor het opsluiten van haar zoon: ‘Ik wou dat hij het was die was vermoord’

Mensje van Keulen In de verhalen van meesterverteller Van Keulen wordt je blik gekleurd voor je er erg in hebt. Vervolgens speelt ze met je verwachtingen, om te tonen hoe complex het doodgewone kan zijn.

Foto Sven Hagolani

Simone is haar trouwring kwijtgeraakt, in de badkamer (denkt ze). Ze zoekt in de wasmand, in de pedaalemmer, op de wastafel, zelfs ‘tussen de lusjes van de badmat’. Waar is dat ding, o, waar is dat ding? Binnen een pagina maakt Mensje van Keulen in het verhaal ‘De ring’, dat in haar nieuwe bundel Ik moet u echt iets zeggen staat, duidelijk hoe erg het is, en niet omdat Simone zo aan de ring gehecht is. Nee, ze is bang: ‘Radeloos keek ze naar haar naakte ringvinger, hoe kon ze die verborgen houden voor Patrick?’ Wat voor griezel die echtgenoot Patrick is, blijkt vervolgens uit wat hij zegt: ‘Laten we even gaan koffiedrinken [...]. De nodige stappen voor vandaag halen we er nog niet mee, maar dan hebben we in ieder geval een loopje.’ Huuu, een stappenteller! Iemand die overal op let! Of wacht eens, is dit eigenlijk wel echt zo eng?

Mensje van Keulen, meesterverteller, kleurt je blik, nog voor je het als lezer doorhebt. Ze laat je meekijken met een personage. Voor je het weet ben je het geheel en al met dat personage eens. Simone is goed en Patrick is fout, vals, ja, nietsontziend. Of kan Simone er uiteindelijk ook wat van? In negen ogenschijnlijk eenvoudige, korte verhalen, uitsneden uit dagelijkse levens in dit deel van de wereld, toont Van Keulen hoe complex het doodgewone kan zijn, en hoe perspectieven kunnen kantelen. Ze speelt in alle verhalen met je verwachting.

In het sterke titelverhaal van de bundel belt een lieve oude dame aan bij een buurman. Ze vraagt hem een brief te tikken aan de rechter die gaat oordelen in een strafzaak tegen haar zoon. Zij zal dicteren. Natuurlijk denk je dan dat er een smeekbede komt. Hij bedoelde het niet zo, het is eigenlijk een lieve jongen – maar het tegenovergestelde gebeurt.

Moord

Met stijgende ontzetting lees je wat ze dicteert: ‘Hij heeft mijn dochter met een kleerhanger een gat in haar wang geslagen. Hij piste op haar bed. Hij sloot haar op in de kast waar de electriciteitsmeter hangt en liet haar de hele dag zitten’, en zo gaat het door. De wandaden worden steeds erger, tot moord aan toe. Toch zit de echte pijn niet in deze rij gebeurtenissen.

Subtiel vlecht Van Keulen door het relaas allerlei commentaar dat de moeder in de loop der jaren kreeg, van familie, vrienden en hulpverleners, als ware het haar schuld dat haar zoon zo ontspoorde. En passant toont ze wat een pijn dat opleverde, bovenop de pijn die de zoon al veroorzaakte.

Er staat zo weinig, maar je begrijpt toch zo veel van de eenzaamheid van de voortrebbelende vrouw – die uiteindelijk pleit voor het voorgoed opsluiten van haar zoon: ‘Het komt met Joey niet goed, nooit, gelooft u mij.’ De behulpzame buurman informeert of ze niet al te hard is: ook hij weet het weer beter. Nee, zegt de vrouw, waarna ze haar brief besluit: ‘ik wou dat het [mijn zoon] was die was vermoord. Met vriendelijke dank voor uw aandacht en veel hoogachting, Annie Buter.’

Het is erg knap hoe Mensje van Keulen het in alle verhalen van Ik moet u echt iets zeggen voor elkaar krijgt aannames te wekken en die vervolgens los te schroeven, om te keren. Temeer daar ze er verbluffend weinig woorden aan vuilmaakt.