Alles wat je moet weten over de economische gevolgen van de coronacrisis

Vragen en antwoorden De uitbraak van Covid-19 raakt de volksgezondheid en de economie hard. Nederlanders werken thuis, bedrijven sluiten, beurzen schieten op en neer. Europese overheden treffen noodmaatregelen. Al die gebeurtenissen roepen vragen op. Persoonlijke vragen, macro-economische. Vragen over arbeids- en andere markten. Dit vragenstuk werd geactualiseerd op 6 april.
Ben je op zoek naar meer informatie over het virus?
  • In dit uitgebreide vragenstuk beantwoorden we algemene, medische en praktische vragen, en leggen we uit wat de maatschappelijke consequenties en wereldwijde gevolgen van het coronavirus zijn.
  • Door de maatregelen tegen corona zitten veel Nederlanders de komende weken aan huis gekluisterd. Om deze periode zonder kleerscheuren door te komen, maakt NRC De Grote Thuisblijfgids met tips van onze redacteuren en lezers.

Heeft u een vraag over de economische gevolgen van het coronavirus?

We vullen dit vragenstuk steeds aan met (actuele) informatie. Als u een vraag over de coronarecessie heeft die hier nog niet behandeld wordt, kunt u die hieronder invullen.

  1. Wat is uw vraag?

    32 Vragen over de coronarecessie

    Macro-economie

    Illustratie Ank Swinkels/NRC

  1. Welke economische gevolgen heeft de coronarecessie?

    Dat is lastig om te zeggen. Omdat het verloop van de coronacrisis zich nog slecht laat voorspellen, kunnen er over de economische gevolgen over de langere termijn óók geen zekerheden zijn. Donderdag 26 maart schetste het Centraal Planbureau vier scenario’s, oplopend in ernst. In het lichtste geval zijn er maar drie maanden aan contactbeperkingen nodig en kan het land daarna voorzichtig weer ‘open’. Dat leidt weliswaar tot een recessie, met een krimp van 1,2 procent in 2020, maar omdat de productiecapaciteit van bedrijven intact blijft, volgt al snel een inhaalslag. 2021 ziet dan een economische groei van 3,5 procent. De schade aan het bedrijfsleven blijft beperkt, de werkloosheid loopt maar licht op, tot 4,5 procent, en de overheidsfinanciën komen er zonder kleerscheuren vanaf.

    Zes maanden durende contactmaatregelen (scenario 2) treffen het bedrijfsleven zwaarder. Daarna wordt het écht ernstig. De wereldeconomie om ons heen krijgt het in scenario 3 zwaarder te verduren en de financiële sector komt onder druk. In dat geval, stelt het CPB, begint de recessie langer te duren dan de beperkende maatregelen zelf. Die langere nasleep zorgt voor extra schade: een economische krimp van 7,7 procent in 2020. Die wordt nog wel voor een deel ingelopen in het jaar daarop, met een bescheiden economische groei van 2 procent.

    In het vierde, zwartste, scenario duren de contactmaatregelen twaalf maanden. En omdat de recessie ook dan langer duurt dan de maatregelen zelf, komt er een economische winter van anderhalf jaar. Met een economische krimp van 7,3 procent in 2020 en nog eens 2,7 procent in 2021, gaat er dan bij elkaar een tiende van de welvaart verloren. Dat is ongekend: alleen in geval van oorlog is er een economische schade van deze proporties denkbaar.

    Luister ook onze podcast: Hoe Lang Houden We het Vol Aan het Economisch Infuus
  2. Welke steunmaatregelen treft het kabinet?

    Het kabinet heeft de afgelopen weken diverse maatregelen genomen. Deze zijn vooral gericht op het bedrijfsleven. Zo proberen de ministers van Financiën en Economische Zaken te voorkomen dat ondernemingen door een plotselinge omzetdaling in de problemen komen en werknemers moeten ontslaan.

    Er zijn verschillende manieren om ondernemers tegemoet te komen in zowel de kosten die ze maken, als in de opbrengsten die ze nu binnenhalen. Aan de kostenkant probeert de overheid bedrijven te ontlasten door een belangrijk deel van hun loonkosten over te nemen. De NOW-regeling is daarvoor in het leven geroepen. Om een beroep te kunnen doen op deze regeling moet een bedrijf wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Welke dat zijn, lees je bij de vraag ‘Wat houdt de NOW-regeling in?’.

    Lees ook: Geld moet blijven rollen, zegt kabinet

    Ook heeft de overheid heeft een aantal garantiestellingen op bedrijfsleningen verruimd, zodat ondernemers die behoefte hebben aan krediet, hier op korte termijn in kunnen voorzien. Daarnaast is er een noodloket geopend voor een tegemoetkoming voor kleine ondernemers en zelfstandigen die geen inkomsten meer hebben, zoals sportscholen en horecagelegenheden. Zij kunnen eenmalig 4.000 euro krijgen.

    Voor zelfstandigen volgt er een tegemoetkoming in de inkomsten die ze mislopen doordat opdrachten wegvallen. Zij kunnen voor drie maanden een aanvulling krijgen tot het sociaal minimumloon. Dit is een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald. Welke andere maatregelen het kabinet nog heeft genomen voor zelfstandigen lees je bij de vraag ‘Waar heb ik als zzp’er nu recht op?’.

  3. Hoe staat Nederland er financieel voor?

    In het kort: goed. Maar onder de huidige economische omstandigheden zou de gezondheid van de overheidsfinanciën heel snel bergafwaarts kunnen gaan.

    Het huidige niveau van de Nederlandse staatsschuld – het voornaamste begrotingscriterium in de eurozone – ligt met 48,8 procent van het bruto binnenlands product op veilige afstand van de Brusselse norm van 60 procent. Op een bbp van ruim 810 miljard euro biedt dat ruimte op de staatsschuldmeter van zo’n 90 miljard euro.

    In de jaren na de financiële crisis van 2008 wisten opeenvolgende kabinetten met forse bezuinigingen en lastenverzwaring de staatsschuld succesvol terug te dringen. Eind 2014 lag die nog op 68 procent.

    De lange periode van Nederlandse begrotingsoverschotten, vanaf 2016 tot nu, kon rekenen op kritiek, met name uit het buitenland. Nu blijkt het goed uit te komen: er is een grote buffer ontstaan.

    Lees ook: Economisch noodpakket gaat begroting wel degelijk raken

    De rentes zijn bovendien erg laag op de kapitaalmarkt, waar de staat leent. Voor Nederland, met zijn stevige financiële reputatie, is de rente op tienjarige staatsleningen zelfs licht negatief.

    Minister Hoekstra (Financiën, CDA) zei medio maart tussen de 45 en 65 miljard te moeten gaan lenen. Dat is veel geld, maar een groot deel van de economie ligt dan ook op de intensive care. Het crisisbeleid is al vergeleken met een kunstmatige coma voor de economie, die met overheidsgeld in leven wordt gehouden. Al houdt de overheid maar een deel van de economie enkele maanden overeind, dan lopen de kosten ervan makkelijk met tientallen miljarden op.

  4. Wat doet de Europese Centrale Bank om de economische schok door het coronavirus op te vangen?

    De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in korte tijd tweemaal ingegrepen om de economische schok op te vangen. Op 12 maart kondigde ECB-president Christine Lagarde na een reguliere bestuursvergadering aan de de banken acuut van liquiditeit (dus: geld) te gaan voorzien. Dat gebeurt via ultragunstige langetermijnleningen, tegen rentetarieven van minus 0,5 procent (tot juni) tot minus 0,75 procent (na juni, voor banken die het midden- en kleinbedrijf op de been houden). Nog nooit konden banken in de eurozone zo goedkoop lenen.

    De ECB-persconferentie op die 12de maart verliep echter niet soepel: Lagarde zaaide twijfel over de bereidheid van de ECB om Italië te redden als het land de enorme extra uitgaven door het virus niet zou kunnen financieren. Dat leidde tot een oplopende rente op staatsschulden van eurolanden, vooral die van Italië.

    Op 19 maart kwam na ingelast ECB-crisisoverleg toch opeens een mededeling: er komt een ‘pandemie-noodopkoopprogramma’. Voor 750 miljard euro kunnen zowel staats- als bedrijfsschulden worden opgekocht. Zo nodig gaat de ECB nog veel meer kopen, stelde het bestuur ook.

    Lees ook: 750 miljard van ECB moet nieuwe eurocrisis voorkomen

    Belangrijk is dat de ECB „flexibel” inkopen toestaat binnen het pandemieprogramma. In feite creëert het bestuur hiermee de mogelijkheid tijdelijk extra staatsschuld van Italië (of Spanje) te kopen.

    Daarbovenop stelde het ECB-bestuur voor het eerst expliciet dat het bereid is bepaalde opkooplimieten te versoepelen die het zichzelf eerder had gesteld. Zo mag de Europese Centrale Bank nu nog niet meer dan 33 procent van één bepaalde staatslening in bezit hebben.

    De ECB is, kortom, bereid alle registers open te trekken. Na dit signaal daalden de rentes op staatsleningen van de eurolanden weer.

  5. Hoe staan andere EU-landen er financieel voor?

    Dat verschilt heel sterk per land. Het meest vergelijkbaar met de uitgangspositie van Nederland is waarschijnlijk Duitsland, dat zijn staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) de afgelopen jaren terugbracht tot circa 60 procent. Dat is ook de norm die officieel in Europa geldt: de overheidsschuld mag maximaal 60 procent van het bbp bedragen.

    Slechts zeven Europese landen voldeden overigens vorig jaar aan die norm. Sommige landen overschreden die norm juist fors: Spanje (96 procent), Frankrijk (99 procent), Italië (134 procent).

    Begin februari ging de Europese Commissie nog uit van een economische groei van 1,4 procent in de EU voor 2020, tegenover 1,5 procent het jaar ervoor. De meest pessimistische voorspellingen waren toen voor Italië. Ook Duitsland en Frankrijk kampten met dalende groei.

    Omdat de coronacrisis het hele continent tot stilstand heeft gebracht, betekenen die voorspellingen weinig meer. Nu is vooral relevant in hoeverre landen een steunpakket bij elkaar kunnen brengen om de ergste klappen op te vangen.

    Vooral over Italië waren al vóór de corona-uitbraak grote zorgen. De Italiaanse economie kromp al enkele kwartalen en het land stevende af op een recessie. Dat juist Italië het zwaarst getroffen is door het virus, maakt het er niet makkelijker op de economische schok in de eurozone te dempen.

    Lees ook: Lees ook: Italië redden, dat betekent Nederland redden
  6. Waar halen Europese overheden het geld vandaan om deze crisis te bestrijden?

    Ze moeten gaan lenen – vele, vele miljarden. De landen met een overschot op de begroting, zoals Nederland en Duitsland, staan er het beste voor, al zullen hun overschotten (1,5 respectievelijk 1,9 procent van het bbp in 2018) in noodtempo opbranden. Nederland wil 45 tot 65 miljard extra gaan lenen op de kapitaalmarkten, Duitsland 150 miljard – al kunnen die bedragen nog fors oplopen.

    Andere landen hebben nog niet specifiek genoemd wat ze aan extra schulden gaan maken, maar ook die bedragen zullen zeer hoog zijn. Staatsschulden zullen exploderen, begrotingstekorten omhoogschieten.

    Vooralsnog weerhoudt hun schuldenberg landen er niet van forse stimuleringspakketten aan te kondigen. Frankrijk bijvoorbeeld, met een staatsschuld even groot als zijn bbp, heeft begrotingsmaatregelen en kredietgaranties aangekondigd ter waarde van 345 miljard euro.

    In Italië, met een staatsschuld van 133 procent van het bbp, kan de rekening op basis van de aangekondigde maatregelen oplopen tot 375 miljard euro. De staatsschuld van de Verenigde Staten, 107 procent van het bbp in 2019, zal ook verder oplopen, net als het toch al erg hoge begrotingstekort van de VS: 4,7 procent van het bbp.

    Kakofonie bij ECB zorgt voor extra stress over Italië

    Overheden hebben nu twee voordelen. De rente op de kapitaalmarkten staat zeer laag, dus lenen is goedkoop, vooral voor solide landen als Nederland en Duitsland. Nog belangrijker: de centrale banken hebben beloofd massaal staatsschuld op te kopen.

    De Europese Centrale Bank is bereid de huidige opkooplimieten te laten varen. De Fed heeft zelfs aangekondigd staatsschuld te blijven opkopen zolang dat nodig is. Dat betekent dat veel van de financiële last van de coronacrisis op de balansen komt van de centrale banken.

    Door in te grijpen wil de ECB voorkomen dat de leenkosten van vooral Italië uit de hand lopen. Italië heeft nu nog geen problemen geld los te krijgen op de kapitaalmarkten – voor een belangrijk deel dankzij de ingreep van de ECB. Maar de kans op moeilijkheden is aanzienlijk. Ook omdat de ECB nog gebonden is aan de regel niet meer dan 33 procent van één type staatslening te mogen kopen.

    Luister ook: Hoe Nederland de gevolgen van het coronavirus betaalt
  7. Voor hoelang gelden de steunmaatregelen?

    Het eerlijke antwoord: dat weet niemand. En speculeren over het ‘uithoudingsvermogen’ van de eigen economie durft al helemaal niemand. Deze week maakte het Nederlandse kabinet duidelijk dat de sluiting van horeca en kappers nog tot in elk geval 28 april zal duren. Evenementen zijn tot ten vroegste 1 juni verboden. Maar of het openbare leven daarna wel weer op gang komt is nog erg onzeker.

    In andere Europese landen is het niet veel anders. De teugels lijken voorlopig alleen maar strakker aangetrokken te worden, en regeringsleiders durven niets te zeggen over de langere termijn. De lockdown in Italië die eigenlijk op 25 maart zou eindigen, werd voor onbepaalde duur verlengd en uitgebreid naar meerdere sectoren. Ook in andere landen worden de maatregelen steeds verlengd.

    Achter de schermen wordt wel nagedacht over een ‘exit-strategie’: hoe brengen we het sociale en economische leven op verantwoorde manier weer op gang? Niet in de laatste plaats omdat de economische gevolgen groter zijn naarmate de stilstand langer duurt. Elke extra dag verslechtert de vooruitzichten.

    Eind maart maakte het Centraal Planbureau die afweging vrij concreet, door verschillende scenario’s voor de coronacrisis te presenteren. De smaken varieren daar van 1,2 procent krimp bij drie maanden ‘lockdown’ tot meer dan 7 procent krimp bij een jaar stilstand.

    Vooralsnog laten Europese overheden nog niks los over hoe ze de afweging tussen volksgezondheid en economie maken. Alles is er nog op gericht het virus in te dammen. Maar naarmate de ‘lockdowns’ langer duren, gaat die vraag wel spelen. Dan staan overheden voor de haast onmogelijke taak die economische gevolgen af te wegen tegen een mogelijke heropleving van het virus als het dagelijks leven weer op gang komt. Een land eindeloos op slot houden is onmogelijk, en waar mogelijk moet economische activiteit zelfs nu worden voortgezet.

    Lees ook: EU schiet in zoektocht naar crisisaanpak terug in oude reflexen
  8. Welke maatregelen hebben overheden nog achter de hand?

    Een groeiende groep economen pleit nu al voor zwaarder Europees geschut, om te voorkomen dat landen in de problemen komen en een eurocrisis dreigt. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld inzet van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het noodfonds dat in reactie op de vorige crisis is opgezet om geld te kunnen lenen aan eurolanden in problemen.

    Het ESM heeft vele miljarden in kas. Inzet daarvan heeft als bijkomend voordeel dat de ECB extra actie kan ondernemen. Volgens haar regels kan bij betrokkenheid van het ESM wél gericht staatsschuld van bijvoorbeeld Italië en Spanje worden opgekocht, en nog wel zonder de knellende opkooplimieten die voor het reguliere programma gelden.

    Een ander, zij het nog controversiëler, voorstel dat in Brussel rondgaat, is uitgifte van eurobonds, voor de gelegenheid omgedoopt tot coronabonds. Via zulke gezamenlijke Europese obligaties kunnen risico’s gespreid worden en houden zwakke landen toegang tot de kapitaalmarkt. Maar de weerstand daartegen is vooral in Duitsland en Nederland groot. Zij vrezen dat hun eigen kredietwaardigheid eronder lijdt als zwakkere eurolanden meeliften.

    Lees ook: Lagarde zegt het nu eigenlijk ook: whatever it takes

    Bovendien hoor je uit deze landen ook flinke ergernis, over landen die de tijd sinds de vorige crisis onvoldoend hebben gebruikt om hun overheidsfinanciën op orde te brengen. Zij vrezen dat de coronacrisis nu gebruikt wordt om nieuwe Europese stabiliseringsinstrumenten, waarover al jaren gebakkelei is, er snel doorheen te krijgen.

  9. Hoe staat Nederland tegenover Europese steunmaatregelen?

    Vooralsnog behoorlijk negatief. Allereerst omdat het daarvoor volgens Nederland nog te vroeg is. Maar misschien nog wel belangrijker: Nederland staat traditioneel altijd op de rem als het om Europees steungereedschap gaat. Het neemt volgens Nederland de prikkel voor begrotingsdiscipline weg en schaadt ook zijn eigen positie.

    „Het ESM is het laatste redmiddel en daar moet je zuinig mee omgaan”, aldus minister Wopke Hoekstra (Financien, CDA) op 24 maart. ,,Dat fonds is er voor als een land in grote financieel economische problemen zit. En daar is op dit moment nog nergens sprake van.” Hoekstra heeft daarin gelijk: vooralsnog hebben alle Europese landen nog toegang tot de kapitaalmarkten. Volgens sommige economen zou inzet van het ESM niettemin toch goed zijn om ervoor te zorgen dat de verschillen in leencapaciteit tussen lidstaten niet te zeer oplopen.

    Nederland vindt bovendien: als het ESM wordt ingezet, moeten daar voorwaarden aan verbonden zijn. In het verleden betekende dat dat een land zich verplichtte flinke hervormingen door te voeren en te bezuinigen, bijvoorbeeld op het pensioenstelsel. „We moeten landen op het pad naar economische groei blijven zetten”, aldus Hoekstra.

    Nog veel negatiever is Nederland over een ander idee dat de ronde doet: de uitgifte van gezamenlijke Europese schuldpapieren. Eurobonds kunnen ervoor zorgen dat zwakke lidstaten als Italië voordelig kunnen blijven lenen, maar Nederland vreest dat de lage rente waartegen het zelf leent erdoor zal stijgen. Bovendien geldt ook hier volgens Nederland: landen moeten eerst en vooral hun eigen huishouding op orde brengen.

    Woensdag 1 april leek Nederland wel een kleine kniebuiging te maken richting andere Europese landen die de regering associaal gedrag verwijten. Na een internationale mea culpa van Hoekstra volgde het voorstel van Rutte om een Europees noodfonds op te richten. Nederland zou daar 1 miljard euro aan willen bijdragen.

    Lees ook: Lauwe reacties op Nederlandse ‘gift’
  10. Met welke vorige crisis is de coronarecessie te vergelijken?

    De coronarecessie is uniek. De kredietcrisis van 2008-2009 ontstond in de financiële sector en tastte de reële economie aan. De pandemie van nu legt een groot deel van het openbare leven lam, en daarmee de economie. Mogelijk kan de situatie nog verergeren door de hulp van de financiële sector: er is een ware kredietexplosie geweest. In zekere zin is de kredietcrisis van destijds verholpen met nieuwe schulden. De lage rentes hebben wereldwijd ook wankele overheden en bedrijven in staat gesteld zeer goedkoop nieuwe schulden aan te gaan. Dat is een bron van zorg.

    Lees ook: Is wat we nu zien weer een crisis als in 2008 met Lehman?

    De Amerikaanse econoom Paul Krugman vergeleek de Covid-19-crisis met de oliecrisis van 1973. Dat komt omdat, net als toen, zowel de vraagkant van de economie (consumptie, investeringen) schade oploopt als de aanbodkant ervan – bedrijven hebben moeite om te blijven draaien. Die gelijktijdigheid heeft ook geleid tot vergelijkingen met een economie in tijden van oorlog, als het openbare leven eveneens stilvalt.

    De huidige pandemie is uniek en onvoorspelbaar. Niemand weet hoelang het duurt voor het virus bedwongen is en/of er effectieve geneesmiddelen of vaccinaties zijn. Verwacht een – eerst aarzelende, dan toenemende – discussie over de afweging tussen economische schade en menselijk leed. Hoe onverkwikkelijk ook, die gaat er komen.

  11. Beurzen

    Illustratie Ank Swinkels/NRC

  12. Waarom reageren de beurzen zo heftig op de virusuitbraak?

    De vlam sloeg in de pan toen in maart verschillende schokken tegelijkertijd optraden. Het coronavirus verspreidde zich over de wereld. Aanvoerlijnen van halfproducten en grondstoffen van China naar Europa en de VS werden onderbroken. Tussen Rusland en Saoedi-Arabië brak ruzie uit om de olieproductie. Dat leidde tot een prijsval van ruwe olie.

    Dat kwam samen op donderdag 12 maart, toen de Amsterdamse beursgraadmeter AEX bijna 11 procent kelderde, het grootste verlies sinds de beurskrach van 19 oktober 1987. In de daaropvolgende dagen lieten de beursgraadmeters ruige schommelingen zien. Omlaag én omhoog. Dat illustreert dat beleggers, handelaren en speculanten enige tijd nodig hebben om hun posities te bepalen.

    Lees ook: Omlaag, iets omhoog, maar vooral hard heen-en-weer
  13. Waarom kan het zo spoken op die markten?

    Financiële markten kunnen op korte termijn overdrijven, naar boven én naar beneden, zeker bij nieuws waarvan niemand de gevolgen kan overzien. Uitbundigheid of somberheid versterken elkaar op die momenten.

    Verder wordt een groot deel van de handel uitgevoerd door geautomatiseerde systemen. Die zijn zo geprogrammeerd dat ze ook reageren op prikkels vanuit de markt die ze zelf met hun handel veroorzaken. Dat versterkt het momentum, omhoog en omlaag.

    Daarbij komt dat sommige beleggers niet alleen in aandelen of obligaties handelen, maar ook in goud en afgeleide financiële producten, zoals opties en futures. Die handelsstrategieën kunnen de koersen eveneens versterken, maar het effect kan ook bijna nul zijn. Handelsstrategieën zijn echt het geheim van de smid. Daarom hoor je meestal pas na een tijdje wat er precies gebeurd is.

    Lees ook: Het is alsof iedereen tegelijk aan de noodrem trekt

    Tenslotte speelt geleend geld een belangrijke rol. Handelaren en vermogensbeheerders zoals hedgefondsen lenen bovenop het vermogen van hun beleggers geld bij andere financiers, zoals banken, om hun transacties te doen. Op die manier willen ze meer rendement maken. Als de koersen rap dalen, moeten ze die aangekochte effecten zo snel mogelijk verkopen om dat geleende geld terug te betalen. Gevolg: massaal aanbod, weinig vraag, koersval.

  14. Hoe groot zijn de verliezen op de beurzen in historisch perspectief?

    In absolute zin valt de schade nog mee in vergelijking met de twee laatste crises, de kredietcrisis van 2008 en het klappen van de internetzeepbel begin deze eeuw. Beurzen in Europa en de VS verloren sinds het hoogtepunt op 19 februari ongeveer een derde van hun waarde, om vervolgens weer wat op te krabbelen. Aandelenbeleggers kijken nu tegen een verlies aan van ongeveer 25 procent.

    Ter vergelijking: tijdens de kredietcrisis én de internetcrisis ging zo’n 60 procent van de beurswaarde in rook op. Ook zijn de beurzen nu nog ver verwijderd van de dieptepunten van toen. De AEX schommelde eind maart rond de 465 punten, grofweg het dubbele van de laagterecords van 2009 (226 punten) en 2003 (278 punten).

    Toch overdrijven commentatoren niet wanneer ze schrijven dat beleggers in paniek zijn. De snelheid waarmee de beurzen de voorbije weken kelderden is ongeëvenaard. Donderdag 12 maart beleefden de beurzen bovendien de slechtste dag sinds Black Monday in 1987, toen (op Wall Street) aan het einde van de dag een verlies van dik 22 procent op de borden stond.

    Het klappen van de internetzeepbel luidde 2,5 jaar van verliezen in op de beurs (2000-2003), de bear market die het gevolg was van de kredietcrisis duurde zo’n 1,5 jaar. Niemand weet hoe het deze keer zal gaan, maar de enorme volatiliteit op de beurzen – het manische gejojo van de koersen dat we de laatste weken zien - suggereert dat beleggers allerminst gerust zijn op een goeie afloop.

  15. Wat moet ik als particuliere belegger nu doen?

    Sinds begin maart bewegen de aandelenkoersen zo grillig omlaag én omhoog dat zelfs doorgewinterde beleggers overrompeld zijn. Dat betekent dat ook professionele beleggers die andermans geld beheren (pensioenfondsen, verzekeraars) grote moeite hebben de economische vooruitzichten correct in te schatten. De financiële markten zijn nerveus, ze golven op en neer. Dat is nu bijna dagelijks te zien. Op korte termijn is alles onzeker. Op langere termijn volgen de koersen de kracht van de economie, de vindingrijkheid van ondernemers en de productiviteit van werknemers.

    Wie nooit eerder op de beurs heeft belegd, kan nu gemakkelijk overspoeld worden door de fluctuaties en extra risico’s die samenkomen. Koop aandelen als de beurs dipt, was jarenlang het credo onder beleggers en handelaren. Want bij een dip verlagen centrale banken de rente om de economie te stutten. Maar deze keer hadden beleggers daar niet meteen iets aan.

    Op de beurs zijn geen zekerheden, behalve deze: resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Wie op de beurs actief wil zijn, moet zichzelf kennen. Hoelang is uw beleggingshorizon? Eén jaar? Twintig jaar? Ligt u wakker van scherpe koersdalingen? Kunt u het geld waarmee u belegt missen, of is het over een jaar bestemd voor uw pensioen of aflossingsvrije hypotheek?

    Lees hier meer over beleggen in tijden van crisis

    Als u een lange beleggingshorizon heeft, zeg vijf jaar of meer…
    Als u de risico’s van verliezen aankan omdat u nog een ander spaarpotje heeft…
    Als u geen (woning)schuld heeft die u voordelig eerst kunt aflossen…
    Als u ervaring heeft met beleggen…
    Als uw partner het ook een verstandig idee vindt…

    …ja, dan moet u zeker om u heen kijken. Spreid risico’s. Denk aan de kosten als u een beleggingsfonds koopt. De beheerder van dat fonds wordt ook in slechte tijden betaald. U kunt op vaste momenten, bijvoorbeeld elke eerste dag van de maand, de belegging van uw keuze kopen. Op langere termijn, zeg tien, vijftien jaar, waren aandelen een ijzersterke belegging. Dat is een ervaringsfeit uit het verleden. Geen toekomstvoorspelling.

  16. Werk en bedrijf

    Illustratie Ank Swinkels/NRC

  17. Welke sectoren komen als eerste in de problemen?

    De reissector en horeca merkten vrijwel onmiddellijk de gevolgen van de corona-uitbraak. Toen landen hun grenzen sloten voor personen, werden veel reizen geannuleerd. Onzekerheid over de duur van de maatregelen weerhoudt mensen ervan vakanties te boeken.

    Dat raakt luchtvaartmaatschappijen als Air France-KLM en Lufthansa direct. Touroperators als Sunweb en Corendon zien de verkoop van pakketreizen teruglopen. De internationale luchtvaartorganisatie IATA rekende op 24 maart voor dat de Europese luchtvaartbedrijven, afhankelijk van de duur van de crisis, zo’n 76 miljard euro aan inkomsten kunnen mislopen.

    Lees ook: Vooral de totaalvakantie kost touroperators nu bakken met geld

    In het verlengde van de reisbranche krijgen op toeristen gerichte diensten een optater, zoals hotelketens en woningverhuurplatform Airbnb, restaurants, cafés, musea en attractieparken. Goede indicaties van de schade zijn er nog niet, maar die zal snel in de miljarden lopen. Met 87,5 miljard euro aan bestedingen (in 2018, cijfers CBS) zijn toeristen belangrijk voor de economie.

    De klap voor de horeca is sowieso enorm. Op zondagmiddag 15 maart, om half zes, kregen de exploitanten te horen dat ze een half uur later dicht moesten zijn. Sommige restaurants maken nu bezorg- of afhaalmaaltijden, maar voor een café is een alternatief niet zomaar gevonden. Ofschoon de overheid tegemoetkomt in loonkosten, wordt van tijdelijk horecapersoneel het contract al opgezegd.

    Corona treft ook de landbouw. Weliswaar gaat 70 tot 80 procent van de productie naar het buitenland, de omzetderving in Nederland is flink. Van de binnenlandse afzet kwam 40 procent terecht bij onder meer restaurants, bedrijfskantines en ziekenhuizen. Nu de horeca vrijwel dicht is en veel mensen thuis werken, valt dat deel goeddeels weg.

    In de sierteelt vertonen de problemen zich scherp. De belangrijke export lijdt, en als gevolg van een gekelderde vraag zijn veel bloemen en planten vernietigd. Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) vroeg dinsdag 24 maart om Europese steun voor de sector.

    Industriële sectoren met complexe aanvoerlijnen komen snel in de problemen. Bijna alle Europese autofabrieken liggen stil, mede door tekorten aan onderdelen: van veertjes tot dakramen. Onderdelen worden doorgaans kort tevoren afgeleverd bij de productielocaties. Dat is echter niet goed mogelijk als grenzen sluiten.

    Ook staal- en aluminiumfabrikanten zien de orders teruglopen: als er minder auto’s worden gemaakt, is er minder metaal nodig.

  18. Wat doen bedrijven om de klappen op te vangen?

    Luchtvaartmaatschappij Air France-KLM, snel en hard getroffen door het coronavirus liet in maart weten 1.500 tot 2.000 banen te schrappen. Ook werd verkorting van de werktijd aangekondigd. Gedwongen ontslag blijft nog uit; eerst gaan mensen met een tijdelijk contract en uitzendkrachten eruit.

    Lees ook: Bodem is nog niet bereikt bij KLM

    De flexwerkers hebben het toch al zwaar. In de horeca zijn er weinig meer nodig en ook in de industrie vallen klappen. Bij fietsenbouwer Accell werden rond 20 maart 150 contracten niet verlengd. Andere industriële bedrijven verminderen de productie of leggen die volledig stil. Dat is goed zichtbaar bij toeleveranciers aan de autosector, die onderdelen tekortkomen en vraag zien wegvallen. Nederlands enige personenautofabriek, VDL Nedcar (5.000 medewerkers), ligt tijdelijk stil, net als locaties van truckbouwers Scania en DAF en bandenfabrikant Vredestein. Fietsenmaker Gazelle heeft een fabriek voor enkele weken gesloten.

    De Groningse aluminiumfabrikant Aldel heeft besloten in beperktere ploegen te werken. Staalfabrikant ArcelorMittal heeft de productie teruggebracht.

    De komende tijd zullen meer bedrijven maatregelen aankondigen. Waar nodig zal het antwoord op deze vraag worden aangevuld met meer informatie daarover.

  19. Wat zijn er voor regelingen beschikbaar voor bedrijven?

    Voor bedrijven in nood zijn heel veel verschillende regelingen gemaakt, door overheid, financiële sector en andere bedrijven.

    Die regelingen moeten bedrijven helpen aan snel geld - liquiditeit – en perspectief op langere termijn. Zo komen ondernemingen die door verplichte sluiting of social distancing een belangrijk deel van hun afzet zien wegvallen in aanmerking voor een eenmalige overheidsvergoeding. Ook wordt voor bedrijven in problemen een groot deel van de personeelskosten overgenomen.

    Het doel: zorgen dat deze ondernemers zo lang mogelijk ‘normaal’ - dus zonder al te veel ontslagen - kunnen doordraaien. Meer over deze regelingen: ‘Wat doet de overheid voor bedrijven?’

    Lees meer over de coronacrisis in de industrie: De ene na de andere autofabriek valt stil

    De financiële sector speelt een belangrijke rol in de verschaffing van geld en als uitvoerder van veel regelingen die de overheid heeft opgesteld. Kredietverstrekking verloopt voornamelijk via de banken; de overheid zal zich garant stellenvoor een deel van de leningen. De banken bouwen daarvoor nu ‘aanvraagloketten’, die opengaan zodra de precieze regelingen duidelijk zijn. Meer informatie over de rol van de financiële sector: ‘Wat doen de banken’?

    Daarnaast proberen bedrijven elkaar te helpen. Zo is er de oproep van brancheverenigingen aan verhuurders en vastgoedbeleggers om de huur van winkelpanden een maand op te schorten. Ook in de vraag naar arbeidskrachten, tijdelijke opslag van materialen en vinden van nieuwe afzetkanalen proberen bedrijven elkaar te helpen. Meer informatie: ‘Hoe helpen bedrijven elkaar?’.

  20. Wat doet de overheid voor bedrijven?

    Het kabinet heeft de afgelopen weken diverse maatregelen genomen. Zo proberen de ministers van Financiën en Economische Zaken te voorkomen dat bedrijven door een plotselinge omzetdaling in problemen komen en werknemers moeten ontslaan.

    De belangrijkste maatregelen:

    Bedrijven die hun personeel door de coronacrisis niet meer kunnen uitbetalen, kunnen een beroep doen op de ‘tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud’, kortweg NOW. Voorheen heette dit werktijdverkorting, maar die steunmaatregel is sinds 17 maart stopgezet. Om aanspraak te maken op de nieuwe noodmaatregel moet een bedrijf minstens 20 procent omzetverlies hebben.

    De werknemers om wie het gaat spreken dan hun WW-rechten aan en worden uitbetaald door het UWV. Zo hoeven bedrijven die op zichzelf gezond zijn op korte termijn geen personeel te ontslaan. Ná de coronacrisis kunnen ze dan weer op volle kracht verder, is het idee. Alle bedrijven die mensen in dienst hebben, kunnen aanspraak maken op de tegemoetkoming. Deze kan voor in ieder geval drie maanden worden aangevraagd. Voor meer informatie: ‘Wat houdt de NOW-regeling in?’

    Lees ook: Steun moet nu zo snel mogelijk naar de juiste plek

    Voor specifieke sectoren heeft de overheid de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS) in het leven geroepen. Die is bedoeld voor sectoren die direct getroffen zijn door overheidsmaatregelen om de verspreiding van covid-19 in te dammen. Deze ondernemers kunnen 4.000 euro krijgen om hun vaste lasten te betalen.

    De regeling geldt voor onder meer restaurants, cafés, kappers, sauna’s, musea, theaters, rijscholen, reisbureaus en casino’s. Ze is beperkt tot ondernemingen die buiten de woning van de ondernemer zijn gevestigd.

    De regeling is inmiddels uitgebreid na protesten over de beperking; in eerste instantie kregen alleen ondernemers toegang die verplicht dicht moesten. De TOGS gaat in de week vanaf 30 maart ook gelden voor winkels die open zijn, maar het aantal klanten significant hebben zien dalen door de oproep tot social distancing.

    Die 4.000 euro valt veelal in het niet bij wat ondernemers aan omzet verliezen. Waar komt dit bedrag vandaan? Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is dit ‘noodloket’ puur bedoeld als snelle pleister op de wond, voor bedrijven die direct getroffen worden door de coronamaatregelen.

    Lees ook ons commentaar over het noodpakket: Kabinet biedt burger en bedrijf miljarden én vertrouwen in crisis

    De overheid heeft een bestaande garantie op kredieten, de BMKB-regeling, verruimd. Deze regeling houdt in dat de overheid garant staat voor leningen die een ondernemer afsluit bij een bank. De garantstelling kan nu oplopen tot 90 procent van het krediet. Normaal gesproken is dat tot de helft.

    Voor grotere bedrijven is er de GO-regeling. Die wordt uitgebreid: ondernemingen kunnen tussen de 1,5 miljoen en 150 miljoen euro lenen, waarbij de overheid garant staat voor de helft. Voor de coronacrisis was het maximale leenbedrag 50 miljoen euro.

    Ten slotte heeft het kabinet besloten dat bedrijven in liquiditeitsproblemen belastinguitstel krijgen. De bestaande regeling is versoepeld: aanvullende voorwaarden worden niet gesteld en bedrijven hoeven niet langer een verklaring van accountant of bank over te leggen.

  21. Wat houdt de NOW-regeling in en hoe effectief is die?

    Bedrijven die hun personeel door de coronacrisis niet meer kunnen uitbetalen, kunnen vanaf 6 april een beroep doen op de ‘tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud’, kortweg NOW. Voorheen heette dit werktijdverkorting, maar die steunmaatregel is op 17 maart stopgezet. Om aanspraak te maken op de nieuwe noodmaatregel moet er minstens 20 procent omzetverlies zijn.

    Werkgevers krijgen dan drie maanden lang maximaal 90 procent van hun loonsom vergoed. Op die manier hoeven bedrijven die op zichzelf gezond zijn op korte termijn geen werknemers te ontslaan. Ná de coronacrisis kunnen ze dan weer op volle kracht verder, is de hoop. Alle bedrijven met mensen in dienst kunnen aanspraak maken op de tegemoetkoming.

    De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de hoeveelheid omzetverlies. Bij 100 procent omzetverlies bedraagt de subsidie 90 procent van de loonsom. Verliest een bedrijf bijvoorbeeld de helft van zijn inkomsten, dan bedraagt de tegemoetkoming 45 procent van de loonkosten. Ook de loonkosten van mensen met een flexibel arbeidscontract vallen daar onder. Werknemers hoeven niet meer hun eigen WW-rechten aan te spreken, zoals dat in oude regeling voor werktijdverkorting gebeurde.

    Op dinsdag 31 maart werd duidelijk dat werkgevers daar een opslag van 30 procent bij krijgen voor sociale premies en vakantiegeld. De allerhoogste salarissen worden niet vergoed door de overheid. De subsidie kent een maximaal loon van 9.538 euro per maand.

    Het UWV zal met voorschotten gaan werken, zodat uitbetaling sneller kan dan de zes weken die daar in de oude steunmaatregel voor stonden. Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke omzetdaling is geweest. En, niet onbelangrijk, een bedrijf dat gebruikmaakt van de noodmaatregel mag géén ontslag aanvragen voor zijn werknemers, zolang de steun wordt uitbetaald.

    De laatste keer dat een dergelijke werktijdverkortingsmaatregel als crisismaatregel is toegepast, was tijdens de economische crisis eind 2008. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet de effectiviteit van de werktijdverkorting daarna, in 2012, onderzoeken en kwam tot de conclusie dat het economische effect ervan op macroniveau niet groot is geweest. Dat neemt niet weg dat afzonderlijke bedrijven er destijds wel baat bij hebben gehad.

    Uit een Franse studie uit 2009 blijkt zelfs dat werktijdverkortingsmaatregelen het aantal ontslagen op de langere termijn juist kunnen vergroten, wanneer ze te lang worden toegepast. Banen worden kunstmatig in stand gehouden, dat remt de noodzaak om structureel te hervormen.

  22. Wat doen de banken?

    Banken zijn een belangrijk kanaal voor de garantieregelingen van de overheid, maar ze hebben ook zelf maatregelen genomen om bedrijven te ondersteunen.

    De BKMB-regeling loopt via de banken. Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf die aanspraak willen maken op de nieuwe, door de overheid tot 90 procent gegarandeerde kredieten, moeten hiervoor contact opnemen met een van de Nederlandse banken. Die richten voor de afhandeling ervan nu ‘aanvraagloketten’ in. Voor de verwerking van aanvragen moeten allerlei systemen en werkprocedures worden opgetuigd.

    Voor de GO-regeling geldt hetzelfde: banken voeren deze regeling uit voor liquiditeitssteun aan grotere bedrijven, waar de overheid garant voor staat. Ook hiervoor moeten alle systemen nog worden opgebouwd, maar dat kan pas als de precieze regels duidelijk zijn. De banken praten hierover met de overheid.

    Lees hier meer over de veranderde rol van de financiële sector: Nu moeten banken de redders zijn

    Voor bestaande leningen en doorlopende kredieten hebben banken ook maatregelen afgekondigd. ING, Rabobank, ABN Amro, Volksbank (SNS, ASN en Regiobank) en Triodos kondigden op 19 maart samen aan dat ze middelgrote en kleine bedrijven een half jaar uitstel bieden voor aflossingen op hun kredieten. De regeling geldt voor leningen tot maximaal 2,5 miljoen euro, voor bedrijven die in de kern gezond zijn.

    Per instelling ziet het betalingsuitstel er wel anders uit. ABN Amro geeft het automatisch aan alle klanten met krediet, behalve als ze aangeven dat niet te willen. Bij de andere banken moet een bedrijf het uitstel aanvragen - daarvoor hebben zij formulieren op de website gezet.

    Voor grotere bedrijven of bedrijven die al in de financiële problemen zaten, bieden de banken ook uitstel aan of andere oplossingen. De automatische regeling van ABN geldt sinds vorige week bijvoorbeeld voor kredieten tot 50 miljoen euro. Rabobank en ING schatten voor elk bedrijf apart in wat mogelijk is.

    Voor consumenten die tijdelijk minder financiële ruimte hebben, zoals zzp’ers wier inkomsten zijn weggevallen, bieden banken uitstel van aflossing op hypotheekleningen en consumptieve kredieten.

    Lees ook: Banken geven bedrijven half jaar aflospauze vanwege corona
  23. Welke bedrijfstakken hebben het meeste last van gesloten grenzen?

    Bedrijven die veel exporteren, merken als eerste problemen aan de grens. Vooropgesteld: voor vrachtverkeer zijn de grenzen nog niet dicht. Controles leidden al wel tot grote vertragingen bij diverse grensovergangen in Europa. Verse producten als zuivel, vlees, groenten en fruit lopen daarmee direct gevaar. Ook voor het transport van levende dieren is dit niet wenselijk.

    De vee- en vleeshandel wordt ook anderszins getroffen. Als Azië geen delen afneemt van dieren die het Westen niet eet – varkenssnuit of -oortjes bijvoorbeeld – moeten die worden ingevroren of doorgedraaid. Ook producten als varkenshaasjes zijn opeens moeilijk af te zetten als de Duitse restaurants dichtgaan.

    Lees hier een interview met LTO-voorman Marc Calon: Onze grootste angst? Dat de grenzen sluiten

    Daarnaast merken veel bedrijfstakken hoe kwetsbaar hun productieketens zijn. Fabrieken in China hebben de afgelopen maanden stilgelegen. Net nu die heropenen, sluiten bedrijven in de rest van de wereld tijdelijk de deuren. Als ruitenwissers of autodakramen niet op tijd worden aangeleverd, loopt de productie in de autofabriek vertraging op.

    In de farmaceutische industrie bestond afgelopen maanden de vrees dat de afsluiting van China tot tekorten zou leiden. Het land is ’s werelds grootste producent van grondstoffen voor geneesmiddelen. Nu bestellen fabrikanten tot soms wel acht maanden vooruit, maar doordat China nog niet zijn volledige productieapparaat heeft opgestart, blijft het risico op tekorten bestaan.

  24. Hoe helpen bedrijven elkaar?

    Een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven werkt niet direct voor consumenten, maar voor andere bedrijven. Ze zijn leverancier van halffabricaten (ingrediënten, onderdelen), of verlenen diensten aan bijvoorbeeld uitzendbureaus, verhuurders van kantoren en winkels, etc.

    Bedrijven die in de problemen zijn gekomen door het coronavirus, kunnen deze producten en diensten niet altijd meer snel betalen. Daarom hebben sommige bedrijven de termijn verlengd waarbinnen ze hun rekeningen van plan zijn te voldoen. Dat kan crediteuren dan weer in problemen brengen.

    In diverse sectoren zijn gesprekken gaande over hoe bedrijven onderling kunnen omgaan met de coronacrisis. Hoe kunnen ze bijvoorbeeld voorkomen dat ze elkaars financiële problemen verergeren? Dat leidde er in de winkelvastgoedsector toe dat een gezamenlijke oproep is gedaan om in ieder geval in april geen huren te innen bij winkeliers.

    Verder zijn er initiatieven om personeel uit te wisselen tussen sectoren die stilliggen en sectoren die juist zitten te springen om extra werknemers. De land- en tuinbouw, waarin de sierteelt het moeilijk heeft en aspergetelers juist te weinig mensen hebben, heeft voor de uitwisseling van personeel bijvoorbeeld een platform in het leven geroepen.

    Ook zijn er lokale initiatieven waarbij ondernemers tijdelijk leegstaande opslagruimte aanbieden aan collega’s die extra plek nodig hebben.

  25. Welke bedrijven draaien juist goed tijdens deze crisis?

    Hoe moeilijk veel bedrijven het tijdens de coronacrisis ook hebben, er zijn er ook die juist nu overuren draaien. Zo boekten Nederlandse supermarkten van 9 tot en met 15 maart 35 procent meer omzet dan in dezelfde week in 2019, blijkt uit cijfers van het CBS. Dat is meer dan in de week voor Kerst, traditioneel de drukste van het jaar voor de supermarkten. Online boodschappen thuis laten bezorgen blijkt in trek. Onlinesuper Picnic waarschuwde haar klanten deze maand per e-mail voor grote drukte; het zoekt honderden personeelsleden om aan de groeiende vraag te voldoen.

    Lees ook: Ineens in trek: webcams en headsets, en een trampoline voor de kinderen

    In webshops vliegen thuiswerkartikelen over de virtuele toonbank, zoals laptops, bureaustoelen en beeldschermen. Sportspullen en doe-het-zelfgerei verkopen via webshops nu twee keer zo goed als normaal.

    Online platforms als bol.com profiteren van ondernemers die zich bij hen willen aansluiten, nu de fysieke verkoop van hun producten stokt. Ook bij thuisbezorgd.nl sloten zich de afgelopen dagen zo’n tweeduizend restaurants aan. Zo proberen ze het wegvallen van gasten op te vangen met bezorgmaaltijden.

    Van online streamingdiensten wordt verwacht dat de meeste hun gebruikersaantallen zullen zien stijgen. YouTube en Netflix verlaagden op verzoek van de EU al hun resolutie, zodat capaciteit overblijft voor videovergaderingen via platforms als Skype en Microsoft Teams, en voor thuisonderwijs.

    Lees ook: Snel wat extra servers, om de online drukte te verwerken

    Het bezoekersaantal van thuisschool-app Squla verviervoudigde sinds de sluiting van scholen in Nederland. Dat aantal ging in luttele dagen van 60.000 naar 240.000.

    En dan is er de medische sector. Philips verdubbelt de komende maanden de productie van beademingsapparatuur. Webwinkels en groothandels kunnen de vraag naar mondkapjes niet aan. De beurskoersen van biotechbedrijven die werken aan coronatesten en vaccins tegen het virus vliegen omhoog.

  26. Hoe reageren grote ondernemingen op de crisis?

    De gemene deler in het beleid van grote bedrijven: ze hamsteren geld. Dat is, zeg maar, ondernemen in crisistijd.

    Steeds meer bedrijven zien dat hun omzet daalt. Of ze zijn er bang voor. Geld achter de hand houden geeft zekerheid. Je kunt je personeel nog betalen, vooruitlopend op overheidssteun. Je kunt leveranciers betalen.

    Hoe doen bedrijven dat, geld hamsteren? Er zijn drie manieren om geld in het bedrijf te houden.

    De eerste is: geen dividend uitkeren aan beleggers. Uitzendgigant Randstad was de eerste die dat op 23 maart aankondigde. Dat was toen opzienbarend, maar nu is het al bijna gewoon geworden. Een reeks bedrijven heeft hetzelfde gedaan en bijna dagelijks komen er nieuwe bij.

    De tweede is: stoppen met het inkopen van eigen aandelen op de beurs. Die inkoop is een trend geweest de laatste jaren. Bedrijven besteden een deel van hun winst om hun eigen aandelen op de beurs te kopen. Daardoor verlagen ze het aantal verhandelbare aandelen van het bedrijf en stijgt automatisch de winst per aandeel. Men hoopt dan op een betere beurskoers. Maar de stijging is optisch bedrog: de totale winst verandert niet, alleen het aantal aandelen daalt.

    De derde mogelijkheid: de bank bellen. Grote ondernemingen hebben altijd kredietovereenkomsten met banken afgesproken die ze mondjesmaat of weinig gebruiken. Nu wél. Ze nemen eerder toegezegde kredieten op. Shell meldde bijvoorbeeld op 31 maart zelfs een nieuwe banklening ter waarde van 12 miljard euro.

    Lees hier meer over het verhogen van de kapitaalbuffers: Ook bedrijven gaan hamsteren
  27. Wat doen bedrijven nu met hun jaarvergadering?

    Het lijkt een futiliteit in alle ontwikkelingen in de coronarecessie maar voor bedrijven wel een probleem: de jaarvergadering – ava in jargon. Het liefst zouden beursgenoteerde bedrijven hun bijeenkomst voor aandeelhouders volledig digitaal houden, maar wettelijk gezien waren ze tot 3 april verplicht een fysieke bijeenkomst aan te bieden.

    Van ING tot Unilever en van Ahold tot PostNL: allemaal riepen ze hun aandeelhouders de afgelopen weken al op vooral thuis te blijven. Toch waren ze wel verplicht voor maximaal honderd mensen een bijeenkomst te houden.

    Uitstellen konden ze nauwelijks: uiterlijk zes maanden na het einde van hun boekjaar moet het financiële jaarverslag zijn goedgekeurd. Ook moeten nieuwe bestuurders en commissarissen benoemd. Zonder officiële benoeming heeft een bestuur geen mandaat. En dan kunnen besluiten achteraf vernietigd worden.

    Lees hier meer over de jaarvergadering in coronatijd: Aandeelhouder, blijft vooral thuis!

    Het kabinet kwam de bedrijven op vrijdag 3 april tegemoet met een noodwet die het mogelijk maakt alleen digitaal te vergaderen. Voorwaarde is wel dat beleggers vooraf of tijdens de vergadering vragen kunnen stellen aan het bestuur of de commissarissen. Ook mogen bedrijven hun ava en de publicatie van hun jaarcijfers indien nodig uitstellen tot na 30 juni. Dat laatste helpt vooral wat kleinere ondernemingen met een minder grote financiële afdeling. Grote beursbedrijven hebben over het algemeen hun jaarverslag al gepresenteerd.

  28. Mag je werknemers vragen ander werk te doen in tijden van crisis?

    Dat mag, tot op zekere hoogte. Willem Bouwens, hoogleraar arbeidsrecht aan de Vrije Universiteit, legt uit hoe dat zit.

    Als algemeen uitgangspunt geldt volgens hem: werknemers hoeven alleen werk te doen dat in hun functieomschrijving staat. Maar wat als dat plotseling niet mogelijk is, zoals in deze crisis voor veel beroepen geldt? Dan kan je werkgever van je vragen werk te doen dat afwijkt van je arbeidsovereenkomst, onder een aantal voorwaarden.

    Allereerst moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden. „Momenteel is dat door de coronacrisis natuurlijk zonneklaar”, vertelt Bouwens. Bovendien moet het voorstel waar de werkgever mee komt redelijk zijn. De nieuwe werkzaamheden moeten bijvoorbeeld dicht bij het oorspronkelijke werk liggen en niet ineens veel zwaarder zijn, of lastiger uit te voeren.

    Lees ook: Klantenservice vanuit huis: het kind mag nu wel huilen op de achtergrond

    De persoonlijke omstandigheden van de werknemer moeten ook geschikt zijn om dat nieuwe werk te kunnen doen. Als je bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen thuis moet zijn voor de kinderen, kan je werkgever je niet verplichten dan toch ineens te werken. Je werkgever blijft bovendien onder alle omstandigheden verplicht zich aan de arbo-eisen te houden. Word je bijvoorbeeld verplicht thuis te werken, dan moet je als werknemer tijd en ruimte krijgen om je werkplek goed in te richten, met ergonomisch meubilair en geschikte apparatuur.

    Volgens Bouwens komt onderhandeling over andere werkzaamheden uiteindelijk neer op de vraag: in hoeverre doet de werkgever een voorstel waar een redelijk denkend mens bezwaar tegen kan hebben? Vakbond FNV noemt op zijn website het voorbeeld van iemand uit de coronarisicogroep die plotseling gevraagd wordt met coronapatiënten te werken. Zo’n verzoek valt uiteraard buiten de redelijkheid die van de werkgever mag worden verwacht, ook in crisissituaties als deze. FNV benadrukt dat je werkgever moet zorgen voor een veilige en gezonde werkplek.

  29. Waar heb ik als zzp’er nu recht op?

    Zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, die door de coronacrisis in één klap een hoop opdrachten zijn kwijtgeraakt, kunnen een beroep doen op de ‘tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (tozo)’. Voorwaarde is dat ze door het wegvallen van de inkomsten de komende drie maanden onder het sociaal minimum terecht komen.

    Verder moeten zelfstandigen minimaal 18 jaar zijn, als zelfstandig ondernemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, hun onderneming vóór 17 maart 2020 hebben opgericht en minimaal 1.225 uren per jaar werken.

    Het inkomen wordt maximaal drie maanden bijgevuld tot op het niveau van het sociaal minimum. Voor gehuwden en samenwonenden betekent dat tot een bedrag van 1.500 euro netto, voor alleenstaanden tot 1.050 euro netto. In principe krijgt iedereen bijstand voor drie maanden, met terugwerkende kracht vanaf 1 maart. Maar mocht de crisis langer aanhouden, dan kan die periode worden verlengd. Een aanvraag doe je online bij de gemeente waarin je staat ingeschreven.

    Lees ook:Gemeenten zien run op zzp-steun

    Om zelfstandigen die onder deze voorwaarden vallen snel te kunnen uitbetalen, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 17 maart besloten de criteria voor de ‘bijzondere bijstand voor zelfstandigen’ (bbz) in deze nieuwe regeling te versoepelen. De inkomenstoets van een partner vervalt, zelfstandigen hoeven niet meer aan te tonen dat hun onderneming levensvatbaar is en er wordt niet meer gevraagd naar vermogen, zoals het bezit van een koophuis. Op die manier kunnen aanvragen veel sneller behandeld worden.

    Maar dat betekent in de praktijk ook dat misbruik van de regeling mogelijk is. Een zelfstandige zonder inkomsten kán steun aanvragen, zelfs al verdient de partner zat om het huishouden te kunnen runnen. Gemeenten doen daarom een moreel appèl op zelfstandigen: vraag géén steun aan wanneer je de komende drie maanden niet krap bij kas zit.

    Stond er voorheen dertien weken voor een afhandeling van een bijstandsaanvraag voor zelfstandigen, nu wordt binnen vier weken uitbetaald. Sommige gemeenten, met name de grote steden, kunnen bovendien al met voorschotten gaan werken. Heeft een zelfstandige de eigen inkomenstoets helemaal naar waarheid ingevuld, dan weet hij of zij zeker dat de ondersteuning later niet hoeft te worden terugbetaald.

  30. Personal Finance

    Illustratie Ank Swinkels/NRC

  31. Ga ik erop achteruit als mijn baas werktijdverkorting heeft aangevraagd?

    Wie nog onder de oude regeling valt, kan geld mislopen. De overheid vergoedt 70 tot 75 procent van de loonkosten van stilzittende werknemers. Het is de bedoeling dat de werkgever dat aanvult tot 100 procent, maar dat staat niet als een harde verplichting in de wet. In de praktijk doen werkgevers dat nagenoeg altijd.

    Veruit de meeste werknemers zullen onder de nieuwe regeling vallen: de tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW), die vanaf 6 april van start geldt. In die regeling zijn werkgevers verplicht het volledige loon te blijven betalen. De overheid compenseert maximaal 90 procent van de loonsom, afhankelijk van hoeveel omzet het bedrijf misloopt.

  32. Welke gevolgen heeft deze crisis voor mijn pensioen?

    De financiële positie van pensioenfondsen is flink achteruitgegaan door kelderende beurskoersen en een lage rente. Toch is één economische crisis niet direct funest voor werknemers die nog ver voor hun pensioendatum zitten. Op de lange termijn blijven de pensioenfondsen gewoon rendement maken. Als langetermijnbeleggers houden zij ook rekening met een economische crisis af en toe.

    Voor gepensioneerden betekent deze crisis dat de kans op een pensioenverhoging nóg kleiner wordt. De meeste aanvullende pensioenen worden al zo’n tien jaar – sinds de vorige crisis – niet meer gecompenseerd voor prijsstijgingen. En eind dit jaar dreigt een meerderheid van de pensioenen zelfs verlaagd te worden, omdat pensioenfondsen er te lang slecht voor staan.

    Het basispensioen, de AOW-uitkering, wordt nog wel twee keer per jaar verhoogd. Die stijging volgt de groei van de cao-lonen.

    Lees ook: Pensioenfonds klem tussen beurs en rente
  33. Wat is de invloed van crisis en noodmaatregelen op de hypotheekrente?

    Gemeten aan de cijfers die hypotheekverstrekkers onlangs presenteerden, zou je bijna denken dat de coronacrisis de huizenmarkt opstuwt. De eerste week waarin Nederland op last van de overheid grotendeels op slot ging, toonde het op een na hoogste aantal hypotheekaanvragen sinds 2011, zo meldde De Hypotheekshop op basis van landelijke data. „Tegen alle verwachtingen in” werden in Nederland zo’n 15.000 hypotheekaanvragen ingediend.

    Een nuance is op zijn plek. Hoewel ook starters en doorstromers aanzienlijk meer hypotheken aanvroegen, is de belangrijkste oorzaak voor de aanvraagpiek ruim 50 procent groei in het aantal oversluiters. Dat zijn mensen die hun lopende hypotheek afkopen en op hetzelfde huis een nieuwe afsluiten tegen een lagere rente. De Hypotheekshop constateert dat deze groei „werd gevoed door berichten over op handen zijnde verhogingen van de hypotheekrente”.

    De verwachting is dat de historisch lage hypotheekrente (medio maart gemiddeld 1,12 procent voor een woning met Nationale Hypotheekgarantie, NHG) stijgt. De hypotheekrente is namelijk gerelateerd aan de rente op Nederlandse staatsobligaties. Die rente was lang negatief (beleggers moesten betalen om de staat te mogen lenen), maar steeg in een week coronacrisis met 0,6 procentpunt en schommelde vorige week boven het nulpunt.

    Lees ook: De riolering van de beurzen hapert

    Nadat de Europese Centrale Bank nieuwe forse opkoopprogramma’s had beloofd, daalde de rente opnieuw onder nul. Het beleid van de ECB, maar ook dat van de Amerikaanse Fed, is erop gericht geld zo goedkoop mogelijk te maken en rentes dus laag te houden. Dat moet economisch herstel bevorderen. Forse stijgingen van de hypotheekrente en bijvoorbeeld terugkeer naar het niveau van vijf jaar geleden (3 procent voor een NHG-woning) zijn tegen die achtergrond nog ver weg.

  34. Wat is de invloed van de crisis op de huizenmarkt?

    Het effect van de coronacrisis op de Nederlandse huizenmarkt is onduidelijk. Economen van de Rabobank klonken medio maart behoorlijk optimistisch. Zij spraken van „een lagere huizenprijsgroei” in plaats van een daling. Met de lage rente, overheidsmaatregelen om de werkloosheid te beperken en het woningtekort dat de komende jaren oploopt, zien de economen „een fundament” onder de huizenprijsontwikkeling.

    Ook makelaarsvereniging NVM is positief en stelt dinsdag dat „de krapte op de markt zo groot is dat verkopers nog geen genoegen nemen met lagere prijzen”. Bezichtigingen in het hele land gaan door en statistieken laten nog geen „grote fluctuaties zien”.

    Lees ook: Tot de huizencrisis van 2008 kon alles

    De vraag is of dat de komende tijd zo blijft als de coronacrisis een nieuwe fase ingaat en het berichten over ontslagen en faillissementen zou regenen. De kredietcrisis van 2008 werkte vertraagd door op de huizenmarkt, die hield er zo’n vijf jaar last van. De Vereniging Eigen Huis publiceerde donderdag 26 maart een peiling waaruit bleek dat huizenbezitters wel degelijk denken dat de prijs van hun huis door de coronacrisis gaat dalen. De belangstelling zal teruglopen of mogelijk helemaal doodvallen, vrezen zij.

  35. Heb ik recht op compensatie nu ik niet van mijn sportschoolabonnement gebruik kan maken?

    Sinds maandag 16 maart zijn sportscholen, net als bijvoorbeeld bioscopen, verplicht gesloten. Formeel geldt die sluiting – net als voor de horeca – tot 6 april. Maar in het licht van de door het kabinet aangekondigde maatregelen tot 1 juni lijkt verlenging onvermijdelijk.

    Volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) hoeven consumenten wettelijk gezien niet te betalen voor diensten die niet geleverd worden – ook niet in zo’n uitzonderlijke situatie als de coronacrisis. „Uit de wet volgt dat de consument in zoverre recht heeft op compensatie dat hij niet hoeft te betalen voor afgesproken diensten die niet geleverd worden.”

    Lees ook de aflevering van de rubriek Consument & Corona over sportschoolabonnementen

    Verschillende sportscholen hebben zelf de automatische incasso van abonnementen stopgezet en het lidmaatschap van leden ‘bevroren’. Maar lang niet alle sportscholen kiezen daarvoor. Budgetketen Basic-Fit laat de automatische incasso doorgaan en stelt dat „op basis van de huidige situatie” het lidmaatschap niet bevroren kan worden.

    In dergelijke situaties kunnen consumenten hun betaling opschorten. Ook ontbinden van een contract behoort tot de mogelijkheden, maar het is de vraag of de rechter – als het zover komt – zo’n ontbinding gerechtvaardigd vindt, gezien de uitzonderlijke situatie in de coronacrisis.

    Lees hier andere afleveringen van de rubriek Consument & Corona

Colofon

Redactie
Jorg Leijten en
Ykje Vriesinga.
Met bijdragen van
Mark Beunderman,
Milo van Bokkum,
Anne Corré,
Camil Driessen,
Joris Kooiman,
Jorg Leijten,
Christiaan Pelgrim,
Hester van Santen,
Karlijn Saris,
Maarten Schinkel,
Eva Smal,
Menno Tamminga,
Ykje Vriesinga,
Clara van de Wiel en
Philip de Witt Wijnen.
Illustraties
Ank Swinkels.
Vorm en techniek
Koen Smeets.