Recensie

Recensie Boeken

Dit stereotyperende zelfhulpboek leidt homo’s van ‘schaamte naar vrijheid’

Homoseksualiteit Alan Downs’ populaire zelfhulpboek voor homo’s is vijftien jaar na dato eindelijk vertaald. Het houdt eeuwige stereotypen in stand en laat weinig nuance toe.

Foto Dai Kurokawa / EPA

Vijftien jaar na publicatie is er een Nederlandse vertaling gepubliceerd van The Velvet Rage, een populair en invloedrijk zelfhulpboek voor homo’s. Psycholoog Alan Downs beschrijft in Fluwelen woede de reis die vrijwel elke homoseksuele man aflegt. Omdat ‘vrijwel’ blijkbaar niet genoeg reserve inbouwt, voegt hij toe: ‘met wie ik heb samengewerkt’. Zijn patiënten dus.

Vrijwel elke homoseksuele man wordt op een gegeven moment geconfronteerd met ‘de onmiskenbare realiteit dat hij onherroepelijk homo is’, met ondraaglijke schaamte tot gevolg. Mannelijkheid dan wel mannelijke kracht is het ideaal, niet het tegendeel.

Dat leidt tot een ‘oneerlijk leven’. De nieuwbakken homo ontkent zijn seksualiteit, gaat een dubbelleven leiden of raakt verslaafd. Hij ontkomt niet aan de ellende, zelfs niet na zijn coming-out, het moment waarop vrijwel elke homo zijn homoseksualiteit en zichzelf accepteert (waarom blijven strijden tegen het onherroepelijke?) en ‘dat gevoelige deel van zichzelf’ niet langer verbergt (voor zichzelf en voor de wereld).

Sportschool en seks

Schaamte is iets hardnekkigs en het zelfbeeld van de homo lijkt onherstelbaar verstoord. Nog steeds denkt hij dat er iets fundamenteel mis is met hem, dus belandt hij in een modus van overcompensatie. Hij wordt een ‘validatiejunkie’, op zoek naar erkenning en succes, en ontwikkelt allerlei ‘gedragsverslavingen’: hij zwoegt in de sportschool, wordt opnieuw verslaafd, maakt carrière en neukt zich een slag in de rondte.

Maar ook dit leven maakt de homo niet gelukkig. In Downs’ ogen is het evengoed een oneerlijk leven, want voor de bühne. Hij, angstig en depressief, blijkt zijn seksualiteit en zichzelf nog niet helemaal geaccepteerd te hebben.

Deze innerlijke strijd schrijft Downs zo algemeen op dat je niet aan herkenning ontkomt, zelfs als je niet onherroepelijk homoseksueel bent. Je gelooft bovendien dat het leven van elke, pardon, vrijwel elke homoseksuele man daadwerkelijk een vast patroon volgt: een vicieuze cirkel, om preciezer te zijn, van zelfhaat, hulpbehoevendheid, verslavingen, emotionele gebreken, promiscuïteit en relatiehopeloosheid.

Niets nieuws onder de zon en ik dacht aan een passage uit Michel Foucaults Geschiedenis van de seksualiteit. In de tweede helft van de negentiende eeuw vond de psychiatrie de homoseksueel uit. De sodomiet die zich schuldig maakte aan verboden handelingen werd een homoseksueel persoon of personage: ‘iemand met een verleden, een persoonlijke geschiedenis en kinderjaren, met een karakter en een levenswijze […]. Niets van alles wat hij is, ontsnapt aan zijn seksualiteit. Zij is overal in hem aanwezig: ze ligt ten grondslag aan al zijn gedragingen, waarvan ze het arglistige en oneindig actieve beginsel is; ze staat schaamteloos op zijn gezicht en lichaam geschreven, want zij is een geheim dat zich altijd verraadt.’

Getormenteerd leven

Persoonlijkheid en levensloop van een homoseksuele man zijn voorgeprogrammeerd en onveranderlijk. Uitsluitend een getormenteerd leven is voor hem weggelegd en al zijn ellende kan, net als zijn gedachten, emoties en handelingen, verklaard worden uit zijn homoseksualiteit.

Fluwelen woede houdt dit eeuwige stereotype in stand, omdat Downs het nodig heeft om zijn bevrijdingsevangelie te prediken. Hij laat namelijk zien dat je als homo wél regie over je leven kunt hebben.

In de slotfase van zijn reis maakt de homo zich namelijk definitief los ‘uit de greep van schaamte en de pijn van trauma’ en kan hij eindelijk het ‘wezenlijke deel van zichzelf’ ontdekken en een authentiek leven, vol zin, voldoening en tevredenheid, gaan leiden.

Lees ook: ‘Het leven van homo’s lijkt volstrekt niet op dat van hetero’s’

Hoe je dat doet? Downs biedt veel tools om aan de slag te gaan. Ze variëren van het opschorten van een oordeel tot het weglopen voor leed, van de gewaarwording dat geen enkel gevoel voor altijd duurt tot het zoeken van onschuld in anderen. Je moet je in elke situatie afvragen wat de man die je wil worden zou doen en als je er niet helemaal uitkomt, kun je het een ander vragen bij een Fluwelen woede-praatgroep.

Goede baan en mooi huis

De vaardigheden vereisen dagelijks beoefening, want ‘zinvolle levensveranderingen zijn het gevolg van bewuste oefening’. De homoseksuele man kan zijn bevrijding verzilveren en eindelijk ‘homoseksueel en voldaan tegelijk’ zijn.

Het staat er echt.

Een vraag die het faux-spirituele Fluwelen woede niet beantwoordt, is hoe je je authentieke zelf kunt vinden wanneer je wordt gereduceerd tot je seksualiteit. Daarom ook geen woord over gender, klasse of etniciteit. Die identiteitsdimensies schitteren door afwezigheid en benadrukken des te meer dat Downs deel is van bovengenoemd discours.

Je krijgt van Downs’ patiënten minder te weten dan van de man die je in de club oppikt, maar hij laat nooit na te wijzen op hun successen. De Amerikanen die hij opvoert — misschien wel alter ego’s, want een factcheck is onmogelijk — hebben zonder uitzondering (maar opvallend vaak ‘toevallig’) goede banen, ‘onberispelijk ontworpen’ huizen en kunnen zich, ik noem maar wat, psychische hulpverlening veroorloven. Even problematisch is de assimilatie die de moralistische therapeut van zijn geesteszieken verlangt.

Van schaamte naar vrijheid

In de slotfase moet de homoseksuele man zich zo veel mogelijk ontdoen van datgene waartoe hij eerder gereduceerd is. Hij moet, zo benadrukt Downs, zijn integriteit bewaren en ver van oude gewoonten en gedragingen blijven. Hij heeft het leven van een stadshomo geleid, maar materialisme en vrije seks zijn ‘niet nuttig’ meer. Downs betreurt alleen dat zijn zichtbaarheid in ‘het homogetto’ afneemt, omdat jonge mannen zo geen getuige kunnen zijn van ‘de gezonde ontwikkeling van schaamte naar vrijheid’.

Veel homo’s schijnen steun te vinden in de analyses van Downs. Daarom is het uit den boze kritiek te uiten op Fluwelen woede, zo las ik onlangs in Vrij Nederland. De homo-apologeet van dienst ruilde zijn aanvankelijke scepsis in voor meelij en solidariteit met zijn gemeenschapsgenoten, al is van dat laatste natuurlijk geen sprake, als je erover nadenkt.

Lees ook: Homoseksuele personages, nu zonder stereotypering

Ik denk dat Fluwelen woede je, ondanks alle inzichten die deze spam in boekvorm je lijkt te bieden, blij maakt met een dode mus. Dat heeft niet alleen te maken met het eendimensionale freudiaanse gepathologiseer van Downs (ik ben maar niet begonnen over de psychische ravage die vaders schijnen aan te richten en hoe homo’s desondanks en tegen beter weten in diep blijven verlangen naar een vaderfiguur), maar evenzeer met het soort boek dat Downs geschreven heeft: het zelfhulpboek.

Dankzij de zelfhulpindustrie, de hedendaagse zielenzorg, kan iedereen, pardon, vrijwel iedereen zijn eigen problemen oplossen, werken aan zichzelf en een gelukkig en eerlijk leven opbouwen. In de westerse samenleving ben jij verantwoordelijk voor je eigen zingeving.

Je zou er door je opgedane zelfkennis haast niet aan denken, maar de grotere structuren die deze problemen veroorzaken, blijven buiten schot. Hoewel zoethoudertjes als het homohuwelijk, dé vlucht uit het homogetto, anders suggereren, moet de boze buitenwereld nog steeds niets van jou en je homoseksualiteit hebben, vooral tot profijt van de almaar groeiende zelfhulpindustrie. Dan kun je nog zoveel oude wonden helen, ingebakken overtuigingen afleren, jezelf weerbaar maken, maar het is niets meer en niets minder dan pappen en nathouden.