De beurs: afwachten of kopen?

Effectenbeurs De ene dag beurspaniek. Daarna een jubeldag. Op koopjesjacht of juist koerswinst veilig stellen? Wat te doen als belegger?

Illustratie Roland Blokhuizen

De zwaarste klappen op de beurs moesten nog komen, maar begin maart lagen er al twee positieve rapportjes op m’n bureau van grote vermogensbeheerders. De strekking: nu een dip, maar straks komt alles weer goed. Op lange termijn presteren aandelen prima. Daarna waren er dagen met beurspaniek én met koersgejubel. Geen peil op te trekken.

Biedt het verleden houvast? ‘Als het bloed door de straten loopt, moet je aandelen kopen.’ Dat advies wordt toegeschreven aan de bankiersdynastie Rothschild. Het appelleert aan moed en gewin. Maar wel onder twee voorwaarden: dat u geld voorhanden heeft en stalen zenuwen. Die combinatie is schaars.

Nu beginnen is als van een klif springen in een kolkende stroom. Zonder zwemdiploma

Misschien denkt u: als ik nu niet instap, mis ik de volgende beurshausse. Een beetje hebzucht in een tijd van angst. Wat te doen? Stelt u zich die vraag ook? M’n antwoord is een wedervraag: wat voor belegger bent u?

Als u nog nooit in aandelen heeft belegd, is het nu een extreem moment om te beginnen. Professionele beleggers klagen over de ongehoorde koersbewegingen en de uitzonderlijke economische onzekerheden. Nu beginnen is alsof u zonder zwemdiploma van een klif in een kolkende stroom springt.

Bent u een ervaren belegger met een aandelenportefeuille? Dan kan het best zijn dat u er de afgelopen weken buikpijn van had. Is beleggen dan wel een goed idee als het uw gezondheid schaadt? Als u al langer belegt staat u misschien nog steeds op winst. Het waren fan-tas-ti-sche beursjaren. De AEX-graadmeter steeg bijvoorbeeld van 189 punten (maart 2009) naar 629 (februari 2020). Het advies dat ik in die situatie ooit kreeg was: verkoop de helft van je belegging. Die winst is veilig. Met de andere helft hou je risico op een daling én op stijging van de beurs.

Lees ook: Je belegt nooit zonder kosten

Financiële zelfhulp

Afgezien van ervaring zijn er twee vragen die een hoofdrol spelen bij beleggingskeuzes. Waarom belegt u? En: hoe passen uw beleggingen in uw financiële ‘plaatje’? Dus kijkt u gerust in de spiegel of vraag uw partner mee te denken. Het lijkt met die vragen een financieel zelfhulpverhaal te worden, maar het is relevant voor wat u wilt doen bij beurspaniek.

De meeste particuliere beleggers zijn namelijk doe-het-zelvers. Zes van de tien, blijkt uit onderzoek van de financiële waakhond Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Drie van de tien gebruiken een vermogensbeheerder (soms een computerprogramma), één op de tien een persoonlijk adviseur.

Tweede vraag: hoe kwam u met uw geld op de beurs terecht? Sommigen doen het voor de sport en de spanning. Meedoen in het grootste casino ter wereld, zoals critici het aandelenkapitalisme betitelen. Anderen beleggen met een concreet doel en proberen dat gedisciplineerd te realiseren. Voor extra pensioen. Of als startkapitaal voor de studie van een (klein)kind. Maar er is ook een groeiende groep financiële vluchtelingen uit Spaarland. Zij kijken of je op de beurs meer kunt verdienen dan 0 procent spaarrente.

Schulden?

In het verlengde hiervan ligt de tweede vraag: welke rol spelen aandelen in uw leven en uw toekomst?

Deze krantenkop van vijftien jaar geleden zegt eigenlijk alles: In the long run: sleep at home and invest in the stock market. Slaap in uw eigen huis en beleg op de beurs. En kijk naar de lange termijn.

Let wel: dat was een advies voor Amerikanen die zelf hun pensioen moeten regelen.

Dat kan voor u anders zijn. Heeft u een koophuis met een hoge schuld? Misschien geeft extra aflossen u op termijn meer zekerheid én meer financiële ruimte: minder schuld, minder rentelasten.

Kijk ook naar uw pensioenregeling. Wilt u uit voorzorg zelf meer doen, voor als er pensioenkortingen komen?

Wat is uw tijdshorizon? Aandelenmarkten kennen pieken en dalen, die soms maanden of jaren duren. Rekent u op een erfenis? De financiële toekomst bouwen op een toekomstige, onbekende uitkering is een huis op drijfzand kopen.

Lokaas

Wat voor soort belegger u ook bent, u doet het uiteindelijk om één reden: het rendement. Dat is wat (potentiële) beleggers lokt en dat vooruitzicht is het lokaas van adviseurs, van banken, van vermogensbeheerders, van iedereen die aan uw belegging geld verdient.

Daarom is het goed om de risico’s voorop te stellen.

Eerste risico: gretigheid. U bent zo vol van het rendement dat u denkt te behalen dat u de kosten veronachtzaamt. Bijvoorbeeld de kosten van de beheerder van een beleggingsfonds. Ook als de beurs instort, wordt-ie betaald. Door u.

Oplossing: een puike beheerder kan zijn geld waard zijn. Maar er is ook een scala financiële producten met lage kosten, zoals trackers die een beursgraadmeter kopiëren.

Tweede risico, nu nog actueler: zelfoverschatting. Er zijn altijd mensen die denken dat ze op het dieptepunt van de markt kunnen kopen en op de piek verkopen. De markt timen, zoals dat heet. Zelfs de beste professionals lukt dat niet structureel.

De afgelopen jaren was het credo: kopen als de markt onderuitgaat. De centrale banken verlagen dan de rente, beursherstel volgt. Dat werkte de afgelopen weken op korte termijn in elk geval niet. Resultaten uit het verleden...

Oplossing: schakel uw emoties uit. Ga bijvoorbeeld ‘maandbeleggen’: elke maand op een vaste dag een vast bedrag. Als de koersen kelderen, krijgt u meer aandelen voor uw geld, en andersom.

Welke oplossingen u ook kiest, risico’s uitschakelen bestaat niet

Derde risico: ellendige verliezen. Ook actueel. Bij aandelen van individuele bedrijven kunt u bij bankroet alles kwijt zijn. Of er stort een hele sector in elkaar, zoals eerder banken en nu luchtvaartmaatschappijen.

Als uw complete vermogen verloren mag gaan, moet u zich afvragen: ben ik belegger of gokker?

Bent u een vluchteling uit Spaarland die gewend is dat hij zijn geld terugkrijgt van de bank? Zo werkt de beurs niet.

Oplossing: spreid risico’s over sectoren en regio’s. Dat kan met een beleggingsfonds. Dat kunt u met trackers ook zelf samenstellen.

Vierde risico: geldnood. U heeft opeens geld nodig, maar wat een pech: u staat op verlies. Mensen hebben een hekel aan verlies nemen. Maar als het moet, doe het.

Oplossing: bedenk vooraf wat uw strategie is bij verlies én winst. Beleg alleen wat u echt langere tijd kunt missen. Spreek met uzelf af: ik verkoop een belegging bij 10 procent koersdaling én bij 20 procent koerswinst. Waarom: verlies doet meer pijn.

Welke oplossingen u ook kiest, risico’s uitschakelen bestaat niet. Dat is de prijs die u betaalt voor een beter verwacht rendement dan op een risicoloze spaarrekening.

Dat is wat de twee rapportjes me voorhielden die begin maart verschenen na de eerste koersdalingen. En van die daarna. In het verleden heeft de beurs zich altijd hersteld, soms sneller, soms langzamer.