De beademingsmachine is opeens een massaproduct geworden

Gezondheidszorg Door de pandemie zijn beademingsmachines niet aan te slepen. De Verenigde Staten en enkele Europese landen overwogen de productie van deze medische apparatuur te nationaliseren, maar exportbeperkingen werken juist averechts.

Een beademingsmachine van Philips. Philips hoort tot de topdrie van producenten van beademingsapparatuur en wil de productiecapaciteit verviervoudigen.
Een beademingsmachine van Philips. Philips hoort tot de topdrie van producenten van beademingsapparatuur en wil de productiecapaciteit verviervoudigen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Levensredders zijn het, de beademingsmachines die verzwakte patiënten met Covid-19 wat extra tijd geven om het virus verder op eigen kracht te bevechten. Maar beademingsapparatuur is niet aan te slepen: door de uitbraak van het coronavirus zijn zulke machines in één keer overal ter wereld nodig.

In een crisissituatie als deze komt bij overheden een oude reflex naar boven: het nationaliseren van de productie. De Verenigde Staten riepen de Defense Production Act weer in het leven. Die oorlogswet uit 1950, tijdens de Koreaoorlog, geeft de optie om bedrijven te dwingen alleen of vooral voor eigen land te produceren.

Ook in Europa gingen stemmen op om de productie van beademingsmachines voor nationaal gebruik te vorderen. Het besef lijkt echter doorgedrongen dat exportbeperkingen van deze complexe apparaten de productie ervan juist afknellen. Nationalisatie zet kwaad bloed bij andere landen en dat is in het geval van beademingsmachines gevaarlijk: de apparaten leunen op een wereldwijd netwerk van toeleveranciers. De productie was al verstoord door het coronavirus in Azië en staat onder hoogspanning.

In Europa is beademingsapparatuur voor intensive care-afdelingen een vervangingsmarkt – er worden zo’n duizend machines per jaar geleverd aan ziekenhuizen. In Rusland en China, waar de gezondheidszorg sneller groeit, worden tienduizenden machines per jaar verkocht.

Dat zijn bescheiden aantallen in vergelijking met de honderdduizenden patiënten die wereldwijd besmet zijn geraakt met het coronavirus, en waarvan een deel op korte termijn in het ziekenhuis kan belanden. De beademingsmachine wordt opeens van een nicheproduct een massaproduct. De prijs blijft stevig: IC-waardige beademingsapparatuur kost tussen de 15.000 en 20.000 euro, de ‘mainstream’ apparaten tussen de 10.000 euro en 15.000 euro.

Philips is niet meer bezorgd

Ondanks noodkreten van de gouverneur van New York, die om beademingsmachines zit te springen, lijken de VS niet van plan om de oorlogswet toe te passen op Philips. Het Nederlandse bedrijf produceert beademingsapparatuur in twee fabrieken in Pennsylvania en Californië, en was begin deze week nog bang dat de productie gevorderd zou worden. Inmiddels is die angst weggenomen, zegt een woordvoerder. Hoe dat precies gebeurde, wil hij niet zeggen.

De Amerikaanse regering is vooralsnog overtuigd dat makkelijke aanvoer van goederen noodzakelijk is; 60 procent van de onderdelen – denk aan chips, beeldschermen, sensoren en bedrading – komt van buiten de VS. De meest geavanceerde beademingssystemen worden niet in Amerika gemaakt – op dat terrein blijft de VS dus sowieso afhankelijk van import.

Philips wil de productiecapaciteit verviervoudigen en zoekt extra personeel voor de Amerikaanse vestigingen. De grootste bottleneck is de aanlevering van onderdelen. Zo kampte Philips met een dreigende blokkade bij een leverancier in de Filippijnen. Die fabriek zou door een lockdown de productie moeten staken, totdat Philips de plaatselijke overheid daarop wees.

Philips hoort tot de topdrie van producenten van beademingsapparatuur. Andere bedrijven zijn onder meer Dräger, een Duits familiebedrijf, Medtronic, GE en Mindray uit China. Al deze partijen proberen de productie te verhogen. Er wordt in allerijl naar alternatieven gezocht: in Italië helpt het leger met de productie van beademingsmachines en het Verenigd Koninkrijk schakelt Dyson (van de stofzuigers) in. Autofabrikanten als GM, Ford en Fiat bieden aan medische apparatuur te maken, waaronder beademingsmachines. Ook zij lopen echter aan tegen gebrek aan onderdelen, is de verwachting.

Er worden in Italië mondmaskers geproduceerd op basis van snorkels met een zuurstofslang en een onderdeel uit een 3D-printer. Goedbedoeld, maar die oplossing is niet geschikt voor erg verzwakte patiënten.

Overspoeld met aanvragen

Iedereen moet improviseren. In normale tijden maakt het Nederlandse bedrijf Demcon-macawi ‘kernmodules’, het technisch hart van beademingsapparatuur. Sinds vorige week wordt het bedrijf overspoeld door aanvragen uit de hele wereld en probeert Demcon-macawi een productielijn op te tuigen voor volwaardige beademingsmachines.

„Het gaat om ‘primitieve’ apparaten, die goed werken maar nog een geïmproviseerde behuizing hebben”, zegt Geert van Dijk, technisch directeur bij het bedrijf: „Een pomp met een laptop erop.” Dit weekend worden de eerste prototypes in het Erasmus MC getest, want het is de bedoeling zo 500 van de 2.000 machines te leveren waar het ministerie van Volksgezondheid om zit te springen.

Als de productie opgeschaald kan worden van enkele tientallen naar enkele honderden apparaten per week, hoopt Demcon-macawi ook aan buitenlandse klanten te leveren. Het bedrijf is voorzichtig met prognoses, om teleurstelling te voorkomen.

Het is lastig om alle onderdelen uit de productieketen tegelijk op te schalen, zegt Van Dijk. Toeleveranciers zitten in Rotterdam en Dordrecht, maar zij zijn afhankelijk van producten uit het buitenland: bijvoorbeeld magneten voor de motor in de pomp die in China worden gemaakt. Ook kunststof slangen komen uit China. Die leken even schaars, maar gelukkig is inmiddels een Nederlandse producent gevonden.

Volgens Van Dijk worden er nog geen woekerprijzen gevraagd bij toeleveranciers. Demcon-macawi is wel één specifiek ventiel zelf gaan produceren, omdat bij een Taiwanese toeleverancier de levertijd opliep tot enkele weken. Daarop kun je niet wachten, als de vraag zo nijpend is.

Correctie (27 maart 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Philips de plaatselijke overheid in de Filippijnen onder druk zette vanwege een lockdown. Het ging echter om een samenwerking. Dat is hierboven aangepast.