Chanel Miller

Foto Lars van den Brink

Interview

Na die black-out op dat studentenfeestje veranderde haar leven voorgoed

non-fictie Onder pseudoniem getuigde ze in 2016 tegen haar verkrachter en werd ze dé aanklager van seksueel geweld op universiteiten. Nu schreef Chanel Miller onder haar echte naam over haar leven en de rechtszaak. „Ik moest míjn versie vertellen.”

De fotograaf heeft een groot, wit canvas meegenomen, en een dikke zwarte stift. Of ze misschien een tekening wil maken, om er dan mee op de foto te gaan? Een paar minuten en een paar lijnen uit de losse pols later poseert Chanel Miller (1992) met haar schets. Ze vertelde al dat ze er goed in is, dat je maar iets hoeft te noemen en ze tekent het voor je. „Ik hou van tekenen, en van schrijven. Ik heb er altijd al op een of andere manier mijn werk van willen maken.”

Toch is het niet een kunstenaarscarrière waarover ze vandaag geïnterviewd wordt. Miller verwierf wereldwijd bekendheid zonder dat de wereld wist wie ze was. Miljoenen leerden haar in 2016 kennen als Emily Doe – een pseudoniem dat ze in een Amerikaanse rechtbank kreeg. Ze stond daar om te getuigen tegen Brock Turner, de student die er schuldig aan werd bevonden haar een jaar eerder op de universiteitscampus van Stanford te hebben aangerand. In de rechtszaal las Miller een slachtoffersverklaring voor, die zo begint: „You don’t know me, but you’ve been inside me, and that’s why we’re here today.

Haar getuigenis, afwisselend een stomp in de maag en een hart onder de riem, ging viral via de Amerikaanse nieuwswebsite Buzzfeed. Achttien Amerikaanse Congresleden lazen haar verklaring voor om aandacht te vragen voor aanranding en verkrachting op universiteiten. De Californische rechter die Turner zijn straf oplegde, werd na een referendum afgezet, uit onvrede over die (lage) straf – zes maanden, waarvan drie uitgezeten. Samen met de onthullingen over Bill Cosby en Harvey Weinstein veranderde deze zaak het maatschappelijk debat over seksuele intimidatie, aanranding en verkrachting.

Al die tijd wist niemand wie deze Emily Doe precies was. Tot afgelopen najaar. Toen publiceerde Miller haar boek Know My Name, dat net in het Nederlands is verschenen onder de titel Ik heb een naam. Ze beschrijft hierin gedetailleerd wat het met je doet als je het slachtoffer wordt van seksueel geweld, maar ook hoe het is om het Amerikaanse rechtssysteem door te moeten. Bovenal is het een poging terrein terug te winnen op de beeldvorming. Op de verhalen waarin altijd zíjn naam werd genoemd en zij een anoniem slachtoffer bleef. „Mijn verhaal is al heel vaak verteld in de media, maar het was niet míjn verhaal. Het kwam nooit overeen met mijn ervaring. Ik werd in die verhalen niet als mens erkend. Ze beschreven me als een bordkartonnen personage. En ik wist: als ik mijn versie niet vertel, zijn het de andere versies die voor altijd online blijven voortleven.”

Miller vertelt het in de lobby van een Amsterdams hotel, waar ze eind februari een paar dagen is voor een kleine Nederlandse boektournee. De dag voor het interview heeft ze een lezing gegeven in Leeuwarden, dat ze poëtisch én op zijn Amerikaans omschrijft als „the tiny town of Leeuwarden” in „een uithoek van de wereld”, waar ze over „natte straatkeien” en door „stille straten” liep. „Het was zo bijzonder om ook daar mensen te ontmoeten die ik geraakt heb.”

Hoe is jouw verhaal deel gaan uitmaken van het internationale debat over aanranding en verkrachting?

„Elk verhaal draagt aan dat debat bij, ongeacht de uitkomst. Neem Christine Blasey-Ford. Zij getuigde tegen Brett Kavanaugh en hij werd alsnog tot rechter in het Hooggerechtshof benoemd. Maar dat ze besloot naar buiten te treden met haar verhaal, als een soort plicht ten opzichte van iedereen, gaf mij ook het vertrouwen dat te doen.”

Op een januari-avond in 2015 gaat Miller met haar zusje en een vriendin naar een feestje in een studentenhuis op de campus van Stanford. Ze drinkt er, veel. Zó veel dat ze wel nog weet dat ze op een zeker punt op dat feestje staat te dansen, maar aan alles daarna geen herinnering heeft. De volgende ochtend wordt ze wakker in een ziekenhuis. Later zal ze horen dat twee Zweedse jongens haar die nacht halfnaakt en bewusteloos achter een vuilnisbak hebben gevonden, niet ver van het studentenhuis. Op het moment dat de Zweden haar vinden, slaat Brock Turner op de vlucht.

Vanaf die ochtend in het ziekenhuis komt ze in een mallemolen terecht die meer dan een jaar haar leven zal overnemen: eerst de test in het ziekenhuis, verhoor door de politie, telefoontjes van de officier van justitie: wil ze aangifte doen? Daarna de advocaten, de verdrietige vrienden en familieleden, haar baan die ze moet opzeggen omdat ze zo onregelmatig in de rechtbank moet verschijnen.

Dat ze buiten bewustzijn was toen Turner haar verkrachtte, geeft zijn advocaten de kans de avond te herschrijven in de rechtszaal. Ineens wordt het verhaal: ze wilde het zelf, had zelfs ingestemd. Dit was gewoon een avond waarop twee onbezonnen, dronken twintigers iets deden waarvan er één na afloop spijt kreeg.

Miller: „De eerste keer dat ik in de rechtbank verscheen, geloofde ik oprecht in het rechtssysteem. Ik dacht dat getuigen betekende dat ik mijn verhaal mocht vertellen. In plaats daarvan kon ik nauwelijks een zin afmaken. Ik werd continu onderbroken. Het voelde steeds alsof zijn verdediging mij probeerde te pakken op mijn fouten. Dat als ze konden laten zien dat ik al eens eerder heel erg dronken en roekeloos was…”

… het ook jouw schuld was?

„Precies. Het voelde alsof ik een ‘goed’ slachtoffer moest zijn om geloofd te worden. Maar wat betekent ‘goed’ nu helemaal? Ja, ik ben wel eens veel te dronken geweest. Dat maakt me misschien een idioot, maar het betekent niet dat ik dit verdiende. Iedereen doet domme dingen, dat hoort bij volwassen worden. Maar iemand pijn doen, je eigen verlangen boven het welzijn van een ander stellen, dat is nooit te rechtvaardigen. Dat is een misdaad.”

Voelde het als je plicht om een aanklacht in te dienen?

„Ja, want een rechtszaak voeren is op een gekke manier een privilege, hoewel het tegelijkertijd wreed is. Het is niet iedereen gegeven. De meeste slachtoffers worden afgewezen nog voor ze überhaupt een voet in de rechtbank zetten. Veel openbaar aanklagers nemen zaken als de mijne niet eens aan, omdat ze weten hoe lastig het is verkrachting voor de wet te bewijzen.”

Wat zou je willen veranderen aan hoe het rechtssysteem met verkrachtingszaken omgaat?

„Ten eerste: hoe de maatschappij aankijkt tegen aangifte doen – alsof het iets heel simpels is. Maar kijk eens naar wat aangifte doen praktisch betekent. Je moet binnen 24 uur een speciaal onderzoek laten doen om bewijs te verzamelen. Je hebt dus geen tijd om het te laten bezinken, om te bedenken óf je aangifte wilt doen. Volgend praktisch punt. Er zijn maar weinig ziekenhuizen waar ze dergelijk onderzoek kunnen doen. Voor mij was het dichtstbijzijnde ziekenhuis veertig minuten verderop, en ik werd er dan nog heen gebracht in een ambulance. Moeten andere slachtoffers soms een Uber nemen? Of neem het eerste gesprek met een rechercheur: als die ongeduldig is, heeft dat invloed op het verhaal dat een slachtoffer vertelt. En als ze daarna ook maar één keer afwijkt van haar initiële verhaal, zal ze daarop afgestraft worden. Mensen denken te weinig na over zulke obstakels.”

Heb je overwogen ook nu anoniem te blijven?

„Ik heb alleen ingestemd met de boekdeal als ik niks hoefde te beloven over het openbaar maken van mijn naam. Ik moest dit schrijven, wetende dat ik voor altijd anoniem kon blijven.”

Wat deed je van gedachten veranderen?

„Toen ik klaar was besefte ik dat dit niet alleen een verhaal is over een verkrachting. Het is ook meer dan een veroordeling van het Amerikaanse rechtssysteem. Het gaat over je weg vinden in de wereld. Over hoe je iets verschrikkelijks dat je overkomt, te boven kunt komen. Het gaat over allerlei kleine momenten; wat ik at, wat ik dacht, de liefde voor mijn zusje.”

Ben je wel eens bang dat dit het enige verhaal is waarvan mensen je zullen kennen?

„Ja. Mijn angst is dat alles dat ik vanaf nu af aan maak, afgedaan wordt als dat ik profiteer van wat me is overkomen. Dat ik alleen maar een boekcontract heb gekregen omdat mijn zaak groot in het nieuws was. Ik vond het zo oneerlijk. Alsof ik nog niet genoeg tijd had gekregen om mezelf te bewijzen. Om mezelf te vormen als persoon, om te laten zien aan de buitenwereld dat ik heel creatief ben.

„Het is heel lastig als je naam onderdeel is van een verhaal dat zo donker is, een verhaal waarvoor ik me schaamde. Ik dacht: elke baan waarvoor ik zal solliciteren, elke persoon die ik nu zal ontmoeten… Het eerste dat ze over me zullen weten is hoe mijn lichaam achter een vuilnisbak werd gevonden. Ze kunnen lezen hoe naakt ik was. Ze kunnen lezen in welke staat ik was, en wat hij met me deed. Dat gebrek aan privacy, het feit dat mij de keus ontnomen is om deze informatie al dan niet te delen, heeft me echt pijn gedaan.”

Ben je nu met andere projecten bezig?

„Mijn leven opent zich weer voor andere dingen, ik ben blij dat ik nieuwe kansen krijg. Het Asian Art Museum in San Francisco heeft me gevraagd een muurschildering te maken, die ook te zien zal zijn vanaf de straat. En ik wil graag een graphic novel voor kinderen maken, van zo’n zeven tot twaalf jaar oud. Er is iets heel aandoenlijks aan die leeftijd – hoe je begint zelfstandig te worden en tegelijk nog met zo veel worstelt. Voor dit boek moest ik erg naar binnen keren. Ik kijk er naar uit iets te maken dat speelser is.”