Opinie

Bewaak in crisistijd de parlementaire democratie

corona

Commentaar

De Tweede Kamer debatteert deze donderdag met de meest betrokken bewindspersonen opnieuw over de coronacrisis. Natuurlijk doet de Tweede Kamer dat. Juist in crisistijd moet de gekozen volksvertegenwoordiging, het belangrijkste orgaan in de parlementaire democratie, zich laten gelden.

Het debat wordt weliswaar gehouden met, zoals CDA-fractieleider Pieter Heerma vorige week zei, „brandweerlieden die midden in het brandende huis staan om de brand te blussen”, maar dat maakt de noodzaak ervan niet minder. Integendeel. Er zijn voldoende vragen en er is voldoende reden voor verantwoording van de zijde van het kabinet.

Zeker, het heeft iets bevreemdends om midden in een crisis waarvan het verloop, laat staan de uitkomst nog geheel ongewis is het debat met het kabinet aan te gaan. Maar niets doen en de verantwoordelijke bestuurders als het ware carte blanche geven zou nog vreemder zijn. In een crisis is behoefte aan zekerheden. En een parlement dat zo goed en zo kwaad als het kan zijn taken uitoefent hoort daar bij.

Dit vraagt van de controleurs van de macht wel om aanpassingen. Dat is te zien. De Tweede Kamer komt nog nauwelijks op de normale wijze bijeen. Als er wordt vergaderd gebeurt dat vanwege de voorzorgsmaatregelen in bijzondere, afgeslankte samenstelling. Soortgelijke ‘nooddemocratie’ is ingevoerd op lokaal en regionaal niveau.

Belangrijk is dat het politieke debat gevoerd blijft worden en dat het wetgevingsproces zich langs de gebruikelijke lijnen kan voltrekken. Over het debat wordt wel gezegd dat de coronacrisis niet gepolitiseerd moet worden. Het was onder anderen D66-fractievoorzitter Rob Jetten die dit opperde; een opmerkelijke benaderingswijze voor een politicus. Bij de aanpak van de coronacrisis gaat het om het maken van keuzes en deze zijn nu eenmaal bij uitstek politiek. Al helemaal als blijkt dat er geen wetenschappelijke consensus over de meest effectieve oplossing bestaat. Dan vereisen de gemaakte keuzes een volwassen en scherp politiek debat.

Dat is iets anders dan het verwijt uiten dat het kabinet „Russische roulette speelt met mensenlevens”, zoals PVV-leider Geert Wilders vorige week in het debat met premier Mark Rutte (VVD) deed. Dergelijke onsmakelijkheden miskennen dat eenieder probeert naar beste weten een oplossing naderbij te brengen.

Over het verloop van het wetgevingsproces met een parlement dat niet volwaardig bijeen kan komen is nog veel onduidelijk. De belangrijkste vraag is welke wetsvoorstellen geen uitstel verdragen. Zaak is dat onder druk van de crisis niet al bij voorbaat allerlei weinig transparante haastprocedures worden ingezet.

Dit was bijvoorbeeld het geval bij het omvangrijke hulpprogramma ten tijde van de financiële crisis van 2008, toen de Staat een aantal particuliere banken grotendeels overnam. Daarover constateerde vier jaar later een parlementaire commissie dat het „formele budgetrecht” van de Kamer was geschonden. Weliswaar bood de urgentie weinig keus, maar dan had de Kamer op een andere manier (vertrouwelijk) geïnformeerd kunnen worden. Dat is toen niet gebeurd.

De repercussies van de huidige mondiale coronacrisis zijn nog verre van te overzien. Er zullen ongetwijfeld nog tal van ongekende maatregelen volgen. Des te meer reden om in een zo hectische tijd niet met de beginselen van de parlementaire democratie te marchanderen.