Analyse

Kabinet laat de volkswil meetellen in de coronacrisis

Publieke opinie Het crisisteam betrekt de wil van de bevolking in de aanpak van het coronavirus. Hoe doe je dat als je geen burger meer tegenkomt?

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie moest maandag tijdens de persconferentie de ergernis verwoorden bij Nederlanders over het lichtzinnige gedrag van andere landgenoten.
Minister Ferd Grapperhaus van Justitie moest maandag tijdens de persconferentie de ergernis verwoorden bij Nederlanders over het lichtzinnige gedrag van andere landgenoten. Foto Bart Maat / ANP

Toen minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) afgelopen maandag strengere maatregelen aankondigde om het coronavirus te bestrijden, keken er via NOS en RTL bijna 7,5 miljoen mensen. In het crisisteam werd dit getal een dag later met tevredenheid gedeeld. Grapperhaus had Nederlanders die dat weekend toch naar parken, stranden en winkelcentra waren gegaan streng aangesproken op hun „slordige, laconieke en daarmee asociale manier van omgaan met maatregelen”. Het was, zegt een betrokkene uit het team, een nationaal „indaalmoment”.

De strenge woorden en blik van Grapperhaus waren nodig, schatte het crisisteam in, omdat de stemming in het land daarom vroeg. De boodschap was niet alleen gericht aan de Nederlanders die te licht dachten over de coronacrisis. Het ging ze er óók om dat ze de ergernis bij andere Nederlanders over dat gedrag zouden verwoorden. Dat talloze mensen op sociale media verontwaardigd foto’s en filmpjes plaatsten, was het kabinet niet ontgaan. Daarom was een schoolmeesterachtige toon nodig, zodat duidelijk was dat het kabinet aan de kant van de verontwaardigde burger staat.

Strijd om legitimiteit

Tijdens elke crisis vecht het kabinet op twee fronten, zegt hoogleraar bestuurskunde Paul ’t Hart. „Het is een strijd tegen de ramp, maar ook een strijd om legitimiteit.” Zeker in een langdurige crisisperiode, zoals nu, is het volgens ’t Hart essentieel dat het kabinet de publieke opinie meekrijgt. „De evaluatie komt nu niet alleen achteraf, in een parlementaire enquête. Ze vindt voortdurend plaats, tijdens de gehele periode.”

Die strijd om legitimiteit is tamelijk nieuw, zegt VVD’er Uri Rosenthal, als oud-politicus en als bestuurskundige bekend met crisissituaties. „Vroeger kon je als politicus kiezen tussen een open en een gesloten strategie: of je betrok de bevolking erbij, of je trok je terug in een klein wereldje. Dat laatste is nu uitgesloten.”

Om legitimiteit voor maatregelen te behouden, en geen chaos te creëren, betrekt het crisisteam de publieke opinie in het beleid. Toen het kabinet op 15 maart de scholen sloot, zei premier Rutte (VVD) dat hij beantwoordde aan een roep in de samenleving. In de Tweede Kamer zei hij dat „op basis van de wetenschappelijke adviezen de scholen open hadden kunnen blijven”. Maar: „Het is ook een democratie die zo’n besluit neemt.”

De dagen voor de sluiting was er veel publieke verontwaardiging over het openhouden van de scholen. „Op zulke momenten moet je de bevolking niet tegen je hebben”, zegt Henri Kruithof, voormalig woordvoerder van de VVD-Kamerfractie. Die les leerde hij als woordvoerder van de minister van Landbouw, tijdens de varkenspest in 1997. Toen was de publieke opinie juist tegen het kabinetsbeleid gericht. „Mensen zagen elke avond grijpers met dode varkens op televisie. Het is vrijwel onmogelijk om zo’n situatie lastige beslissingen te nemen.”

Contact met de bevolking

Het probleem is alleen: hoe weet je wat de bevolking vindt? Het lastige aan de huidige situatie, zegt Paul ’t Hart, is dat écht contact met burgers moeilijk is. „Politici die verantwoordelijkheid dragen, ministers en burgemeesters, zijn alleen maar in overleg. Dan hoop je dat de volksvertegenwoordigers hun werk doen, maar hoe doe je dat als je geen mensen meer kunt tegenkomen?”

Het crisisteam volgt de publieke opinie nauwgezet. Er worden volgens bronnen nog geen eigen peilingen gehouden, zoals in het verleden bij crises wel gebeurd is. Het crisisteam baseert zich bij het maken van keuzes vooral op openbare bronnen: peilingen van Maurice de Hond, het EenVandaag Opiniepanel, de stemming in televisieprogramma’s, en op Facebook en Twitter.

Op die manier probeert het kabinet het gevoel in de samenleving uit te stralen, én in beleidskeuzes niet te ver af te wijken van dat gevoel. Mede daarom is een totale ‘lockdown’, waar zondag volgens Maurice de Hond slechts een kwart van de bevolking achter stond, nog niet aan de orde. De analyse in het kabinet is: hier is de bevolking nog niet klaar voor.

Wel is er een verschil tussen de meningen van alle burgers, en de meningen die je hoort in het publieke debat, zegt Henri Beunders, emeritus hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie. „Bij dat laatste gaat het erom wie de grootste stootkracht kan ontwikkelen, via de krant of petities. Diegene maakt indruk op mensen die daar gevoelig voor zijn, zoals politici.” De publieke opinie in deze zin is makkelijk te vinden: die klinkt luid in de (sociale) media.

Hoe weet je nu wat er leeft onder de gehele bevolking, ook onder de ‘gewone’ mensen zonder geldings- of zendingsdrang? Politici bedachten daar in het verleden vernuftige manieren voor, zegt Beunders. „Het Britse Home Office had tot 1940 in alle delen van het land agenten die bijhielden wat ze hoorden in de winkel en wat de sfeer was op het kerkplein. En voor de Franse Revolutie had de Franse staat allemaal spionnen die op straat stonden te luisteren wat de mensen zeiden.”

Massale steun voor het kabinet

Tot nu toe lijkt de strategie van het kabinet te werken. Uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van bureau Ipsos, gehouden tussen 19 en 21 maart, blijkt dat er in Nederland massale steun is voor het kabinet in de coronacrisis. Maar liefst 81 procent van de bevolking steunt de kabinetsmaatregelen.

Toch blijft het cruciaal dat de boodschap van het kabinet helder is. „En daar heeft het de afgelopen dagen wel aan geschort”, zegt Henri Kruithof. Er ontstond verwarring over de maatregelen die tot 1 juni golden. Het kabinet moest met een dag later met een „nadere uitwerking en precisering” komen. Kruithof: „De communicatie moet glashelder zijn, en dat lukte niet. In iedere crisis is het onontkoombaar dat beleidskeuzes veranderen omdat de kennis van de feiten verandert. Dat kan zwalkend overkomen, maar daar is weinig aan te doen.”