Foto Parri Thomas

Interview

Eenmansband Caribou: ‘Muziek lijkt op wiskunde’

Elektronische muziek Voor Suddenly, zijn zevende album, had eenmansband Caribou (Dan Snaith) negenhonderd ideeën. Daarvan bleven er twaalf over. „K-TSJING! Eureka! Alles past perfect! Daar ben ik trots op.”

Het zou flauw zijn om Dan Snaith (1978) te omschrijven als een nerdy doch vrolijke wiskundeleraar. Maar ja, zijn brilmontuur uit de jaren tachtig en het niet al te hippe monnikenkapsel doen er toch aan denken. Bovendien heeft Snaith naast de nodige muzikale successen met zijn eenmansband Caribou (zes goed ontvangen platen, tournees met onder meer Radiohead) wel degelijk een doctorstitel in de algebraïsche getaltheorie op zak.

Het zou ook flauw zijn om grappen te maken over de titel van zijn net verschenen zevende album, dat Suddenly heet. Want zo plotseling kwam de muziek niet tot stand: hij heeft er namelijk vijf jaar op lopen zwoegen. De titel slaat op de grilligheid die hij dit keer in zijn dromerige en psychedelische synthpop stopte, legt de Canadees uit in een Amsterdams café, in een interview aan de hand van vier doorslaggevende getallen.

1991: De weirdo van de weirdo’s

„Ik kom uit een Canadees stadje in de middle of nowhere zonder enige muzikale context. Bij ons luisterde iedereen naar classic rock. Op de middelbare school golden mijn vrienden en ik als ‘de weirdo’s’ omdat we Sonic Youth, Dinosaur jr. en Nirvana hadden ontdekt. Maar mijn pianoleraar was juist wild van progrock en leerde mij Yes en Emerson, Lake & Palmer. Zo werd ik dat gastje dat alle keyboardsolo’s van Rick Wakeman uit zijn hoofd kende, maar ook met vrienden in een grungeband op de achtergrond wat orgelakkoorden meespeelde.

„De omslag kwam toen een vriend van mij terugkwam uit Engeland met cassettes van Aphex Twin, Dust Brothers (die later de Chemical Brothers werden) en The Orb. Ik had nog nooit zoiets gehoord. Het was een openbaring. Zelfs een punkband heeft nog een studio nodig om op te nemen. Dit was echt do it yourself: gewoon thuis gemaakt, door iemand met een paar machines.

„Op school hing ik altijd rond in het muzieklokaal. Ergens in een kast, onder een dikke laag stof, vond ik een stokoude sampler. Niemand wist dat het ding daar lag, dus ik heb het gepakt en ben ermee naar buiten gelopen. Daarna smeekte ik mijn ouders om een synthesizer. Ik had een deal bedacht: voor een Korg Wavestation zou ik vijf jaar aan verjaardags- en kerstcadeaus overslaan. Toen dat lukte, was ik hooked. Ik had alles in één apparaat: drums, bas, trompet en gitaar. En omdat verder niemand iets met die muziek had, was ik voortaan ‘de weirdo van de weirdo’s’.”

2005: Een briljant wiskundige op kisten

„Ik kom uit een gezin van academici. Mijn ouders studeerden allebei wiskunde. Mijn vader is professor, mijn zus doctor, alleen mijn andere zus is hoogleraar moderne Engelse literatuur geworden. Ik heb het talent ook geërfd en was altijd de beste van de klas. Pas toen ik naar Londen vertrok om te promoveren veranderde dat. Toen snapte ik: zo goed als de rest word ik nooit. Alleen als ik keihard mijn best doe, kan ik misschien professor worden aan een kleine, onbelangrijke universiteit. Het is alsof je denkt dat je een goede muzikant bent, en voor het eerst Marvin Gaye hoort. Dan weet je: dit is een compleet andere dimensie.

„Mijn promotor Kevin Buzzard is een briljant getaltheoreticus én een waanzinnige muziekfreak. Hij kwam naar de universiteit met een kaalgeschoren hoofd, neusring, oranje broek, paarse Doctor Martens en een T-shirt van de Butthole Surfers – én hij kende mijn muziek. Hij zag me worstelen en vroeg zich af of ik wiskundige wilde zijn of muzikant. Ik mocht kiezen: promoveren op een breed en belangrijk theoretisch vraagstuk of een kleiner deelgebied dat nu eenmaal ook moest worden onderzocht. Beide onderwerpen waren goed genoeg voor een doctorstitel.

„Ik koos voor het eerste, omdat het eervoller was. Maar toen kreeg ik een mail: of ik op tournee wilde met Stereolab. Natuurlijk! Uiteindelijk ben ik toch maar overgestapt op het ‘simpele proefschrift’. Na mijn promotie heeft geen enkele wetenschapper Overconvergent Siegel Modular Symbols ooit geciteerd.”

1999: De ontmoeting die alles veranderde

„Toen ik voor mijn PhD naar Groot-Brittannië vertrok, kende ik er niemand. Mijn eerste zomer daar, in 1999, ging ik naar het festival The Big Chill. Ik was er helemaal alleen, maar wilde per se de Britse postrockband Fridge zien. Na hun geweldige optreden zag ik ze gewoon tussen het publiek op dat festivalterrein zitten. Het eerste goede voorteken: ze waren een of ander wiskundig bordspel aan het spelen. Toen ik op ze afstapte, werd al heel snel duidelijk: dit waren mijn soort mensen. Het klikte supergoed. We hebben de rest van de dag met elkaar rondgehangen en bleven daarna contact houden.

„Toen zanger Kieran Hebden naam maakte met zijn soloproject Four Tet vroeg ik of hij in Toronto wilde komen optreden, waar ik clubnachten organiseerde. Er was alleen geld voor een ticket, zei ik, maar hij mocht zolang als hij wilde bij mij op de bank blijven slapen. Hij bleef een week. Sindsdien zijn we vrienden voor het leven.

„Ik ben ook altijd heel benaderbaar bij optredens, maar het blijft totaal onwaarschijnlijk dat je zo’n twintig jaar later nog steeds zo’n belangrijk deel van elkaars bestaan bent. Die stomtoevallige ontmoeting op dat festival heeft mijn leven veranderd.”

2020: De olifant in de kamer

„Ik heb hiervoor zes albums gemaakt. Denk even aan je favoriete artiest die – net als ik – al twintig jaar bezig is. Wat is je lievelingsplaat? Die zit aan het begin van die discografie. Onder muzikanten is dit de olifant in de kamer. Niemand praat erover, terwijl elke luisteraar die neerwaartse spiraal kent. Ik ben allergisch voor de gedachte dat ik enkel muziek maak om te kunnen toeren, en vervolgens iedereen ‘Speel die ouwe nummers!’ moet horen roepen. Als dat gebeurt, stop ik meteen.

„Ik ben verwend. Ik zie mezelf nog steeds als een weirdo die avant-garde stuff maakt, maar ik heb geluk gehad dat mijn muziek meer succesvol en rendabel is geweest dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Daardoor heb ik de luxe om mezelf vijf jaar in mijn kelder op te sluiten. Voor een vijfkoppige band is dat moeilijker.

„Ik vind dat ik mezelf steeds opnieuw moet uitvinden. Mijn vorige album Our Love (2014) bevat de bondigste en meest opgepoetste popversie van mijn muziek. Ik kon niet nog verder die richting opgaan, maar moest juist alle rare dingen die gebeuren omhelzen. Dat is gelukt: de plaat staat vol met momenten waarop alles van richting verandert. In ‘Sunny’s Time’ wordt een Debussy-achtige piano opeens verstoord door deconstructieve hiphop-vocalen. Dat soort bevreemdende en excentrieke dingen pushte ik zoveel mogelijk.

„Als ik begin, heb ik geen idee wat ik wil. Dat wordt alleen maar erger. Voor deze plaat had ik negenhonderd ideeën. Echt waar: negenhonderd! Dat zijn ruwe versies van zo’n dertig seconden die ik rangschik in een playlist. Dat is zó verschrikkelijk inefficiënt. Bij het vorige album waren het er zeshonderd, de keer daarvoor vierhonderd.

„Er zijn twee personen die me helpen bij het weggooien. De eerste is mijn vrouw. Zij is antropoloog en heeft een ongeoefend oor, wat heel belangrijk is. Zij zegt gewoon: ‘Ik kan het niet uitleggen, maar dit is niks.’ Kieran bemoeit zich meer inhoudelijk met de nummers. Voor beiden geldt: ze sparen me niet. Dat heb ik ook nodig. Ik vraag altijd of ze op de hoes ‘executive producer’ willen worden genoemd. Tevergeefs. Ze staan bij de bedankjes.

„Bij een couplet kun je tien refreinen schrijven, maar er is er maar één het juiste en dat moet je zien te vinden. Die puzzel duurt telkens langer, maar ik geef niet op voordat ik de oplossing heb gevonden. Wat dat betreft lijkt muziek maken op wiskunde bedrijven. Er geeft niets zóveel voldoening als het moment waarop je zeker weet dat het klopt. K-TSJING! Eureka! Alles past perfect! Met twaalf van mijn negenhonderd ideeën is dat nu gelukt. Daar ben ik trots op.”

Suddenly van Caribou is verschenen bij City Slang/Konkurrent. Het concert op 28 april in TivoliVredenburg (Utrecht) is afgelast. Als het doorgaat, staat Caribou deze zomer op Lowlands.