Foto Andreas Terlaak

Interview

‘Als ik voor 1 juni overlijd, wordt het een goedkope begrafenis’

Afscheid Leo Bruijn, oud-PvdA- politicus en horecaman, is ongeneeslijk ziek. Zijn ‘afscheidstour’ kan door het coronavirus niet doorgaan.

Mooier uitzicht heb je bijna niet in Rotterdam. Vanuit zijn riante appartement op de zevende verdieping kijkt Leo Bruijn (63) uit over de Kralingse Plas. „Water, groen, de hemel. Het waardevolste wat er is”, mijmert de oud-PvdA-politicus en horecaman.

Alleen heeft Bruijn er nooit echt van kunnen genieten. „Twintig jaar lang heb ik dit uitzicht alleen ’s nachts gezien als ik ging zeiken. Voor de rest niet, want ik was er nooit.”

Verkeerd timemanagement is zijn grote fout geweest, zei Bruijn begin maart bij zijn afscheid op het stadhuis. Na een leven van snoeihard werken, wilde hij met zijn vrouw Mieke leuke dingen gaan doen. Bleek ineens dat hij een zeldzame kankersoort in zijn lever heeft. „De dokter zei in bedekte termen dat ik nog vier maanden heb. Zo goed als ik me nu voel, ga ik me daar niet aan houden.”

Ook zijn uitvaart komt op een ongelukkig moment. Bruijn rekende al op 450 tot 500 mensen in de Hoflaankerk, hooguit vijf speeches „want een beetje lijden mogen ze wel”. Komt ineens dat coronavirus aanzetten en moet iedereen thuisblijven. „Als ik voor 1 juni overlijd, wordt het een goedkope begrafenis.”

De ene na de andere afscheidsbijeenkomst zou hij krijgen. Als oud-fractievoorzitter van de PvdA in zowel Rotterdam als Zuid-Holland. Als erelid van branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland. Als voorzitter van Stichting De Kasteelheertjes van voetbalclub Sparta. Zijn vroegere studentenvereniging Laurentius zou hem nog uitzwaaien. Het personeel van de drie cafés en de brasserie die hij heeft gehad.

Alles is afgelast.

Alleen thuis zijn, kan hij niet en hij heeft een hekel aan tv, zegt Bruijn. Nu zit hij net als heel Nederland verplicht thuis en kijkt hij „elke bagger die voorbijkomt”.

„De dood heb ik geaccepteerd. Maar voor iemand die altijd gewend was veel met mensen te praten, is zo in je eentje achter het raam zitten een heel aparte ervaring.”

Zorg goed voor jezelf en blijf in contact met de buitenwereld, raadt hij iedereen in thuisisolatie aan. Bruijn pleegt vier, vijf telefoontjes per dag. Hij mailt een medisch communiqué aan zo’n driehonderd mensen en krijgt daar vaste respons op.

En stiekem hoopt hij na 1 juni tóch wat handen te kunnen schudden op een zomers terrasje. „Als de rest nou netjes in lockdown blijft en de horeca straks weer open mogen, dan beloof ik dat ik er nog ben.”

Zielig is hij niet hoor, zegt Bruijn. Hij heeft een „warme golf” aan kaartjes en e-mails over zich heen gekregen. Nog steeds krijgt hij er zo’n tien per dag. „Meer dan ik dacht. Dan heb je toch wat indruk gemaakt.”

De vaste omschrijvingen voor hem in die post zijn „rustig, betrouwbaar, brommerig”. Ook staat Bruijn bekend om zijn droge humor in écht Rotterdams. „Het nieuwe Feyenoord-stadion ga ik helaas niet meer meemaken”, zei hij begin maart in het stadhuis. „Maar daarmee ben ik niet de enige in deze zaal.”

Boeddhabuikje

Tussen Kerst en Oud en Nieuw viel Bruijn ineens zes kilo af. Nou mocht hij met zijn 114 kilo best wat kwijt, maar dit was ongepland. „Ik word een beetje ascetisch, met een boeddhabuikje. Net mijn vader.”

De oorzaak bleek een zogenoemde angiosarcoom. „Mijn lever is twee keer zo groot en wat eronder hangt, ziet er op scans uit als een spons.” Een transplantatie heeft geen zin, want het is een uitzaaiing. De bron moet ergens anders zitten.

Pijn heeft hij niet veel en verwacht hij ook niet. De dokter heeft hem verteld hoe het verder zal gaan. „Zolang er bloed door de lever stroomt, leven we. Maar zodra tumoren dat beperken, kun je nier- of leverfalen krijgen. Dan raak je in coma en is het in twee weken gebeurd.”

Krijgt hij zelf Covid-19, dan wordt het een ander scenario. Voor ongeneeslijk zieken als Bruijn is er geen plek op de intensive care, zei de oncoloog. „In mijn couponboekje zit geen jaar meer. En je leest wat voor verschrikkelijke dood corona kan zijn. Als het zover komt, moeten we dan maar besluiten wat te doen.”

Lees ook: Na haar dood kwam het besef dat haar laatste wens niet vervuld kan worden

Eén misvatting heeft Bruijn op het stadhuis willen wegnemen. Ja, hij staat bekend als iemand die van een glaasje houdt. Maar hij drinkt geen druppel meer en nee, daarom is zijn lever niet ziek geworden. „Ik heb het nog nagevraagd. Volgens de oncoloog is het pure pech. Een vriend zei: dan had je vast eerder problemen met je lever gehad.”

„Wij zijn een kaarsje met twee lonten”, heeft een maatje vroeger weleens tegen Bruijn gezegd in de kroeg. „Die branden aan twee kanten en zijn gewoon sneller op.”

Geen socialist

„Wat doe jij nou bij de PvdA?”, vroegen zijn VVD-vrienden in de horeca altijd aan hem. „Ik hou ze voor jullie in de gaten”, zei Bruijn dan.

In zijn studententijd twijfelde hij soms, als links-liberaal. „Toen kwam de VVD met het voorstel om sociale uitkeringen te verlagen, omdat er zoveel misbruik van werd gemaakt. Degenen die zoiets doen, verzinnen wel weer wat anders. Maar een alleenstaande vrouw met drie kinderen is gewoon de sjaak.”

Hij is geen socialist, maar sociaaldemocraat, zegt Bruijn altijd. Er mag van hem best verschil zijn in de maatschappij, maar niet te veel. En iedereen moet gelijke kansen krijgen in het leven.

In 1976 werd hij partijlid, dertig jaar later zette hij pas de stap naar de gemeenteraad. Via Horeca Nederland had Bruijn altijd al veel contact met politici en bestuurders. Als zij het kunnen, kan ik het ook, dacht hij. Als nummer vijf op de kieslijst kreeg hij 979 voorkeursstemmen: lokaal is dat veel voor een nieuwkomer.

Drie keer werd Bruijn gepasseerd voor een wethouderspost. Als burgemeester, waar dan ook, is hij ook nooit gevraagd. Het was mooi geweest, maar hij wilde toch niet weg uit de stad. „En als burgemeester van Rotterdam heb je geen leven.”

Het trotst is hij nog altijd op het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers, dat de PvdA in 2008 door de gemeenteraad heeft geloodst. „Daar hebben een hoop mensen nog steeds plezier van. Heel netjes ga ik er zelf geen gebruik van maken.”

Nooit vakantie

Verveling is altijd zijn grootste angst geweest, zegt Bruijn. „Echt dramatisch.” Hij heeft het bestreden met een cv van ruim drie kantjes.

Na een hele dag vergaderen, stond hij vroeger in café Stobbe nog te koken voor de gasten. „Goed stukje vlees, goed stukje vis. Voor de dames sla erbij, voor de heren friet.”

Sloot de keuken, dan begon de ontspanning aan de andere kant van de bar. „Je kan ook om vijf uur thuis komen, je prakkie eten, tv kijken en naar bed gaan. Dan word je zo tien jaar ouder. Het zijn keuzes.”

Ondanks zijn caféleven staat Bruijn bekend als een dossiervreter. „‘Leo leest alles en weet alles’. Ik zal je één ding zeggen: natuurlijk las ik mijn stukken niet helemaal. Ik hield ze bij. De nieuwe delen, die lees je.”

„Kennis is mijn rijkdom. Dat is altijd mijn credo geweest”, zegt hij wel drie keer. Voor zijn tiende las hij over ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan en missionaris Pater Damiaan. Als cavalerist in dienst las hij filosofisch werk van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. In zijn brasserie Dylan’s ploegde hij als het even rustig was vier kranten door.”

Vakantie? Daar hebben Bruijn en zijn vrouw eigenlijk nooit aan gedaan. Ja, een paar dagen New York toen Stobbe tien jaar bestond. Misschien nog een paar dagen Berlijn en Antwerpen. Dan heb je het wel weer gehad. Gewoon lekker doorwerken als het personeel wél de hort op is.

Lang geleden, toen Miekes zoon nog thuis woonde, zochten ze weleens de zon op. Zij houdt ervan, hij niet. „Zet Leo maar op een terrasje, onder een parasol, met wat Nederlandse kranten en een flesje witte wijn, dan kom ik mijn dag wel door.”

De dood

„Ben je bang voor de dood?”, vroeg oud-predikant Jaap Smit, commissaris van de koning in Zuid-Holland, deze maand aan Bruijn toen hij in Kralingen op bezoek kwam.

„Nee. Ik druk het niet weg, maar ik denk er ook niet aan. Waar moet ik dan aan denken? Een ander credo van me was altijd: maak je nooit zorgen over dingen waar je geen invloed op hebt. Dan is het een stuk rustiger in je leven. Dat geldt ook in de politiek. Als je invloed hebt, kun je die benutten. Zo niet, dan niet.”

Lees ook: Zes tips om veerkrachtig te blijven in een tijd van onrust

Is er nog iets na de dood? „Het zou mooi zijn als ik over Rotterdam kon blijven uitkijken. Maar ik denk dat het afgelopen is. We zakken weg in een hele mooie leegte. Eén ding weet ik zeker: mijn laatste glas zal een glas van plezier zijn. Bier of champagne, maar het zal schuimen.”