Opinie

Zijn we het anti-China van deze coronacrisis?

Tom-Jan Meeus

Zo’n crisis is eigenlijk een voortdurend gevecht tegen stemmingswisselingen. Om de paar uur een andere verwachting. Het komt goed. Het is een ramp. Het wordt erger. Misschien valt het mee. Je vertrouwt je eigen inschattingen niet meer. Je volgt het nieuws en weet nooit hoe het afloopt.

Daarom is het best ingewikkeld om als overheid verstandig te handelen. Je kunt onmogelijk rekening houden met alle stemmingswisselingen. Maar negeren is misschien ook niet slim. En we zijn een land dat routinematig een goede afloop van grote kwesties eist. Vooruitgang als vanzelfsprekendheid.

Je ziet de stemmingswisselingen ook terug in het debat over de coronamaatregelen. Eerst relativeren, dan ‘opschalen’. Handen wassen, sociale onthouding, het café dicht, de sportschool dicht. Scholen niet dicht, scholen toch dicht, groepsimmuniteit, geen groepsimmuniteit. Geen lockdown, misschien toch een lockdown. En in het weekeinde allemaal wandelen en gymnastieken in het park, boze politici, een verontwaardigde viroloog.

Zo werd het maandagavond, en daar had je het weer: nieuwe stemmingswisseling. Strenger handhaven, samenkomsten tot 1 juni verboden, verscherpte thuisquarantaine voor gezinnen. „Een intelligente lockdown”, zei de premier.

Gezwabber? Je kon het ook zo zien: de laatste weken probeerde de overheid de burger te temmen – en de burger de overheid. Tegenspel om tot samenspel te komen. Heel Nederlands: polderen over de balans tussen aansporen en ontzeggen.

Het interessante is ook het verschil met de regeringsretoriek in veel andere Europese landen. Daar begint beleid bij verbieden. Bij vertrouwen in repressie, totale lockdown, zoals in China. Ik las dat de Hongaarse premier Orbán voor de coronabestrijding tijdelijk (?) de democratie heeft afgeschaft. Je vermoedt dat hij er geen hekel aan heeft.

Maar hier hebben we een premier die altijd met iedereen overlegt, en er eigenlijk amper in gelooft dat je gedrag van mensen kunt veranderen met repressie of verbieden. Onze politici zijn in feite allemaal nudgers: verkeerd gedrag tegengaan door goed gedrag te stimuleren. Zo ontstaat een boeiend verschil. Overal ter wereld zien regeringsleiders de coronacrisis als alibi voor autoritair leiderschap en onderdrukking naar Chinees voorbeeld. Dit land blijft daar zo ver mogelijk van verwijderd.

Nederland als het anti-China van de coronacrisis. Waarom ook niet. Als dit landje met zijn strenge arbeidsmoraal en hoge arbeidsproductiviteit de rest van de wereld kan laten zien dat je de deze crisis ook kunt bestrijden zonder dictatoriale trekken, lijkt me dat zeker geen nadeel in deze stemmingsgevoelige tijden. Je kunt op slechtere gronden gidsland zijn.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.