Hamsterende gebarentolk Irma Sluis groeide uit tot een baken in de crisis

Gebarentolk Irma Sluis is de eerste tolk gebarentaal die het beleid van het kabinet uitlegt. Ze groeide uit tot een baken in de coronacrisis.

Gebarentolk Irma Sluis: „Dove mensen geven me feedback na de persconferenties.”
Gebarentolk Irma Sluis: „Dove mensen geven me feedback na de persconferenties.” Foto David van Dam

Onbedoeld groeide de tolk gebarentaal Irma Sluis de afgelopen weken uit tot een houvast in bange dagen. Bij de eerste persconferenties van het kabinet over de coronacrisis stond ze nog wat onhandig verborgen aan de zijkant, maar bij die van maandag was ze plots het prominente middelpunt. Eerder al stal ze de harten op sociale media met haar vertaling van ‘hamsteren’ – met de handen gravend als klauwtjes, en een verbeten blik.

Irma Sluis (Den Haag, 1971) had dat gebaar van tevoren opgezocht in het gebarenwoordenboek. „De Nederlandse gebarentaal is een aparte taal die niet zoveel met het gesproken Nederlands te maken heeft. Als ik een hamster had nagedaan, had niemand me begrepen.”

Voor de persconferenties wordt Sluis ingehuurd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit is voor het eerst, maar ze behoort al lang tot een select groepje dat de ochtendjournaals simultaan vertaalt. Nederlandse Gebarentaal – een van de 140 gebarentalen op de wereld – is niet haar moedertaal; ze heeft geen naaste familie die doof is. Ze leerde de taal op de hbo-opleiding in Utrecht. Sinds 2001 werkt ze als tolk, vanaf 2005 voor de NOS.

Dat ze ‘strand’ onlangs vertaalde als ‘Scheveningen’ wijt ze aan haar „Haagse accent”

Sluis: „Als je geen moedertaalspreker bent, is het van groot belang om veel met dove mensen te praten, om de taal bij te houden. Zij geven me ook feedback na de persconferenties.” Zo hoorde ze dat ze maandag een foutje had gemaakt: in plaats van het gebaar voor ‘strand’ maakte ze het gebaar voor ‘Scheveningen’. „Misschien is het mijn Haagse accent.”

Mark Rutte praat heel snel

Trude Schermer van het Nederlandse Gebarencentrum, dat Sluis aandroeg bij het ministerie, zegt dat Sluis goed is in haar vak. „Een goede tolk voor tv is alert, stressbestendig, gebaart duidelijk, en kan voor een camera optreden.” Ook snel kunnen schakelen is essentieel: „Onze premier praat heel snel – al doet hij zijn best zich in te houden. Je moet dus snel grote lappen informatie overbrengen.”

Sluis krijgt ook veel complimenten van niet-doven omdat ze zo’n expressief gezicht heeft. Schermer: „Gebaren maak je niet alleen met je handen, maar ook de beweging, mimiek en het mondbeeld zijn belangrijk om bijvoorbeeld het verschil tussen ernstig en héél ernstig aan te geven.”

Foto David van Dam

Waarom stond Sluis maandag zo prominent in het midden? Lodewijk Hekking, de woordvoerder van het ministerie die Sluis per app engageert als er een persconferentie aankomt, legt uit dat dit komt door de nieuwe regel van anderhalve meter afstand: de ministers en de tolk moeten een flink stuk uit elkaar staan. Maar dat maakt het voor de cameramensen van NOS en RTL moeilijk om alle betrokkenen in één shot te vangen. „Bij de eerste keer verdween Sluis daardoor even uit beeld. Een andere keer stond ze te ver weg, waardoor de dove kijkers haar gezicht niet goed zagen. Dit bleek de beste opstelling.”

Dit is voor het eerst dat de ministeriële persconferenties van een gebarentolk worden voorzien, en daar is hard voor gestreden door de belangengroepen. Trude Schermer van het Nederlandse Gebarencentrum: „Absurd dat iedereen nu zo verbaasd is over een tolk. Wij zijn een van de laatste landen die dit doen. Die noodzaak bleek weer eens tijdens de aanslag vorig jaar op de tram in Utrecht. Doven in de omgeving hadden er niets van meegekregen dat er een aanslag was geweest en dat ze binnen moesten blijven.”

Lees ook: ‘Dove mensen hebben ook recht op informatie’

Om aandacht te vragen voor dit gebrek liep de dove Machiel Ouwerkerk in een uitzending van het NOS Journaal achter een verslaggever langs met een protestbord waarop stond: „Waar is de gebarentolk voor doven tijdens crisissituaties?” Voor horenden levert de gebarentolk op televisie leuk materiaal voor sociale media, voor doven en slechthorenden zijn ze onmisbaar.

Moedertaal

Waarom niet gewoon ondertiteling? „Voor veel dove en slechthorende mensen is Nederlandse Gebarentaal de moedertaal, en niet het Nederlands. Daardoor is geschreven informatie niet voor iedereen een geschikt medium om adviezen en maatregelen door te geven.”

De Nederlandse Beroepsvereniging Tolken Gebarentaal (NBTG) en het Dovenschap lieten eerder deze week weten ‘verheugd’ te zijn dat er bij dit soort belangrijke momenten tolken ingezet worden. De belangenverenigingen hopen wel dat de maatregelen niet beperkt blijven tot berichtgeving rondom de coronacrisis, maar dat de gebarentolken blijven. Wat daarbij helpt is dat er een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt om Nederlandse Gebarentaal te erkennen als officiële taal.

Gebarentolk Irma Sluis Foto David van Dam