Snoeihard rapport over Windrush-schandaal: achteloos racisme

Gemenebest De Britse overheid zette onterecht tientallen Britten uit die na decennia opeens niet over de juiste papier bleken te beschikken. Volgens een nieuw onderzoek speelt institutioneel racisme bij ambtenaren een rol.

Ze heten Gloria en Vernon, Joycelyn en Nathaniel. Ze zijn geboren in Saint Kitts, Grenada, Jamaica en andere voormalige Britse koloniën in het Caribisch gebied. Ze kwamen naar het Verenigd Koninkrijk – in de jaren vijftig, zestig of zeventig. Ze voelden zich Brits, waren immers Brits. Ze droegen bij aan de Britse maatschappij – als buschauffeur, verpleegkundige of ondernemer. Tot ze door het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken keihard werden aangepakt, opgepakt en zelfs uitgezet.

In totaal zijn meer dan 80 Britten van Caribische afkomst onterecht uitgezet. Een nieuw en omvangrijk onderzoek in opdracht van de Britse regering concludeert dat het ministerie decennialang op meerdere fronten faalde. De handelwijze van de ambtenaren zit op de grens van institutioneel racisme, concludeert Wendy Williams, een hoge functionaris bij een politie-toezichthouder die het onderzoek leidde. „Ik heb serieuze zorgen dat dit falen aantoont dat sprake is van institutionele onwetendheid en achteloosheid op gebied van ras”, aldus Williams.

Pijnlijk voor Conservatieven

Om te begrijpen waarom het snoeiharde rapport van Williams zo pijnlijk is voor de Britse regering, voor de politiek en voor Conservatieve kopstukken als oud-premier Theresa May, is het nodig de geschiedenis uit te leggen van migratie naar het Verenigd Koninkrijk sinds 1945. Na de Tweede Wereldoorlog zat de Britse regering te springen om arbeidskrachten, voor de wederopbouw van steden, te werken in de ziekenhuizen, het openbaar vervoer en de scholen van de kersverse naoorlogse verzorgingsstaat. Die arbeidskrachten werden voor een deel geworven in de koloniën in de Cariben.

Op 22 juni 1948 kwam stoomschip Empire Windrush aan met duizend verse arbeidskrachten. Dat was het begin van een migratiegolf uit de koloniën en – na hun onafhankelijkheid – het Gemenebest. Tot in 1973 kwamen 600.000 mensen zo in het VK aan. Zij zijn de zogenoemde Windrush-generatie.

Kom naar het Moederland!

Decennialang maakten zij zich nergens zorgen om. Ze voelden zich Brits, maakten deel uit van de Britse maatschappij en waren Brits, aangezien ze afkomstig waren uit gebieden die ooit tot het empire behoorden. „Engeland lag voor ons, niet als een plek of een volk, maar als een verwachting”, citeert het onderzoek schrijver George Lamming, die in 1950 vanuit Trinidad overkwam. Lamming noemt de posters die hem aanspoorden zijn heil in het VK te zoeken. „Kom naar het Moederland! Het Moederland heeft je nodig!”

De Windrush-generatie had niet de uitgebreide documentatie en vergunningen die bij een internationale verhuizing komt kijken. Lang was dit geen probleem, totdat het na 2008 een belangrijk politiek thema werd.

Theresa May, vanaf 2010 minister van Binnenlandse Zaken, voerde bewust een ontmoedigingsbeleid, het zogenoemde hostile environment. Het VK mocht niet zo maar een warm bad voor migranten zijn. Regels werden aangescherpt, nieuwkomers moesten vaker en beter bewijzen dat ze het recht hadden hier te verblijven. Het doel van de Conservatieven was migratie naar het VK terug te dringen tot onder netto 100.000 nieuwkomers per jaar.

Ontmoedigingsbeleid

Dat bleek problematisch voor de Windrush-generatie. Opeens kwamen mensen met gewone banen en gewone gezinslevens terecht in vreemdenlingendetentie. Als onderdeel van haar onderzoek bekeek Williams 164 gevallen van Windrush-betrokkenen die zijn uit- of vastgezet.

May en de regering van toenmalig premier Cameron vonden de maatregelen eerlijk; op papier wordt iedere migrant gelijk behandeld. Onderzoeker Williams verwerpt die redenering. „Waarschuwingen over de gevolgen van het afschrikwekkende beleid werden genegeerd”, schrijft ze. „Het ministerie verzuimde te begrijpen dat het migratiebeleid een grotere impact had op individuen en gezinnen met een zwarte, Aziatische of etnische achtergrond.”

Ambtenaren hadden volgens haar te weinig besef van de zwarte geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk of de leefwereld van Britten met wortels en familieleden in Gemenebest-landen.

Williams roept de regering, en verantwoordelijke bewindspersonen op excuses aan te bieden en de cultuur en werkwijze op het ministerie te veranderen. Er is twijfel of dat gebeurt. Priti Patel, de huidige minister van Binnenlandse Zaken, openbaarde het rapport vorige week: middenin de coronacrisis. Er is amper politieke aandacht voor het onderzoek. Het feit dat het rapport op deze manier wordt begraven, toont aan hoe genant en schadelijk het is voor het ministerie, concludeert politicoloog Mike Slaven, in een blog voor de London School of Economics.

Historie Gemenebest vergeten

Het pijnlijkste volgens Slaven, gespecialiseerd in migratiekwesties, is niet het handelen van individuele ministers of beleidswensen van de politiek om migratie te beperken. „De geschiedenis van migranten uit het Gemenebest wordt institutioneel vergeten”, schrijft hij. „Het was de verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken aan hen te denken.”

Wendy Williams probeert dat recht te zetten in haar rapport door de levensloop van de getroffenen te beschrijven, en aan te tonen wat de Windrushers als generatie voor het VK hebben betekend. Zo waren de verpleegkundigen uit Gemenebest-landen voor de autochtone Britten vaak de eerste keer dat ze in contact kwamen met iemand met een andere huidskleur. Williams beschrijft ook het racisme dat de generatie doorstond. Ze beschrijft hoe een verpleegkundige van een patiënt te horen kreeg: „Raak mij niet aan met je zwarte handen.”

Lees ook:Op Windrushplein regeert de woede

Williams doet dertig aanbevelingen om de cultuur, sfeer, kennis en mededogen bij het ministerie te veranderen. Als je die samenvoegt en uitzoomt, heeft ze eigenlijk een overkoepelend advies: zorg ervoor dat een ministerie dienend is aan alle bewoners van een land, inclusief de kwetsbare, en niet aan de politieke wensen van de dag.