Gevangenis is nu echt afgescheiden van de buitenwereld

Detentie Gevangenissen en tbs-klinieken moeten binnen de rust bewaren en het virus buitenhouden. „Het stopzetten van de bezoekregeling raakt gedetineerden het hardst.”

In penitentiaire inrichting De Karelskamp in Almelo is geen bezoek meer toegestaan, werk en bezoek aan de bieb mag niet meer.
In penitentiaire inrichting De Karelskamp in Almelo is geen bezoek meer toegestaan, werk en bezoek aan de bieb mag niet meer. Foto Dieuwertje Bravenboer

De telefoon van advocaat Job Knoester gaat dezer dagen onophoudelijk. Cliënten bellen vanuit gevangenissen en tbs-klinieken en delen hun zorgen. Waar kan ik heen als het coronavirus hier uitbreekt? Waarom zie ik anderen nog samenklitten in de sportzaal? Waarom mag ik niet naar arbeid maar komt mijn behandelaar wel gewoon naar z’n werk? En, de meestgestelde vraag: kan er voor mij niet een uitzondering worden gemaakt?

„Nee”, zegt Knoester. Waarna hij uitlegt dat het personeel heus zijn best doet, maar dat ook de instellingen voor een enorme opgave staan. Dit is niet de tijd, beseft ook hij, om met juridisch geschut iedere verlofstap van je cliënt te bevechten. „We moeten realistisch zijn.” Alleen voor cliënten van wie de rechtsgang door de maatregelen nu vertraging oploopt, maakt hij een uitzondering. En voor een gedetineerde wiens vader op sterven ligt. „Voor hem probeer ik verlof te regelen.”

Je zou denken dat gesloten inrichtingen de beste plaatsen zijn waar je in coronatijd kunt verblijven. Maar juist gevangenissen en tbs-klinieken kennen twee enorme uitdagingen.

Eén: hoe bewaar je intern de rust? Twee weken geleden gingen in Milaan en Modena gedetineerden met bewaarders op de vuist omdat familiebezoeken waren stopgezet.

Twee: hoe houd je het virus buiten? Vorige week bleek een gevangene in De Schie in Rotterdam besmet met het coronavirus. Covid-19 trof zelfs ’s werelds meest bekende gedetineerde Harvey Weinstein.

Alle verloven ingetrokken

„Het grootste risico zijn de mensen die de gevangenis in- en uitgaan”, zegt directeur Ton Golstein van gevangenis De Karelskamp in Almelo. „Dat hebben we ons vanaf dag één gerealiseerd.”

Vandaar dat op 13 maart, toen Rutte het volk nog vriendelijk verzocht bij gesnotter thuis te blijven, de gesloten instellingen er al een schepje bovenop deden. Alle bezoek voor gedetineerden werd opgeschort, alle verloven ingetrokken en de gevangenen die in de laatste fase van hun detentie overdag buiten de gevangenis verblijven, blijven buiten. Voor de schoonmaak, in veel instellingen een taak van de bewoners zelf, hebben ze extra middelen gekregen om nóg beter schoon te maken.

Ook binnen de muren trof Golstein maatregelen: afdelingen leven nu strikt gescheiden, gezamenlijke activiteiten zoals arbeid, sport, naar de bieb en onderwijs zijn afgebouwd, groepen zijn verkleind tot „vier of zes man”. Het aantal bewaarders is verminderd om bij uitval mankracht achter de hand te hebben en ook het aantal externe medewerkers dat re-integratietrajecten verzorgt, is beperkt. „We hebben gekeken wie we binnen écht nodig hebben.”

Het stopzetten van de bezoekregeling raakt zijn 182 gedetineerden verreweg het hardst, zegt Golstein. „Geen contact met familie en de buitenwereld, daar hebben ze écht last van. Een groot deel van de gevangenen heeft kinderen. Die kunnen ze nu niet zien.”

Lees ook deze reportage over de politie in Oost-Nederland: De boeven lijken ook in quarantine te zitten

Over internet beschikken gedetineerden niet, er zijn wel telefoons op de afdeling. Om hen tegemoet te komen hebben alle gevangenen van de overheid eenmalig een opwaardering van hun beltegoed gekregen van 25 euro. Golstein heeft intussen meer telefoons aangeschaft, „en vanaf maandag kunnen ze beeldbellen”.

Voor de maatregelen is onder gedetineerden best begrip, zegt directeur Jaap Brandligt van stichting Bonjo, die opkomt voor de belangen van gedetineerden. „Ze snappen het wel. Krijgen mensen in verzorgingstehuizen geen bezoek, dan zij ook niet.” Bovendien: gevangenen willen ook zélf niet besmet raken.

Al ziet Brandligt óók dat een deel van de populatie nauwelijks met het virus bezig is. „Die kunnen amper lezen, verstaan geen Nederlands, of zitten gewoon hun tijd uit met gamen.” Hamstergedrag in het gevangeniswinkeltje? „Nee hoor”, zegt Ton Golstein. „De gemiddelde gedetineerde investeert in sigaretten, niet in toiletpapier.”

Onverschilligheid

Juist de onverschilligheid bij gedetineerden – soms vanwege een verstandelijke beperking – is voor de instellingen een risico, denkt advocaat Knoester. „Ik sprak een cliënt achter glas die schouderophalend zat te hoesten. ‘Ik maak me geen zorgen’, zei hij. ‘Ik ga gewoon met anderen om.’”

In de tbs-klinieken reageren patiënten „heel verschillend”, zegt Yolanda van Dun, woordvoerder van De Rooyse Wissel in Venray. „We hebben mensen met ernstige psychiatrische problematiek die nu achterdochtig op hun kamer blijven. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis gaan er weer anders mee om.” Een deel van de tbs’ers volgt het nieuws, een deel niet. En bij verstandelijk beperkten was er boosheid toen die hoorden dat het bezoek is opgeschort. „Die hebben we echt uit moeten leggen wat er speelt, door samen naar het nieuws te kijken en te laten zien dat overál mensen elkaar niet meer bezoeken.”

Wat ze ook ziet: uitingen van saamhorigheid. Patiënten die anderen opporren toch even samen te sporten, en op de groep overleggen wat wél kan. „Normaal kijken ze samen heel veel sport, dat is er nu niet. Dus dan hoor je op de groep: zullen we vanavond een film uit de dvd-bieb kijken? En welke dan?” Er is begrip en zorg voor elkaar. „Maar ik weet niet hoe dat over zes weken is.”

Juist in gesloten instellingen zorgt de coronacrisis voor een paradox: maatregelen zoals isolatie om de ene uitdaging het hoofd te bieden (geen besmetting), bemoeilijkt de andere (geen onrust). „Als de verveling toeslaat krijg je onrust, irritaties”, zegt Van Dun. „Dat is net als met kinderen.” Advocaat Knoester: „Het zijn kruitvaatjes.”

Hoe langer je beperkingen oplegt, des te meer spanningen ontstaan, weet ook gevangenisdirecteur Golstein. „Je voelt het op afdelingen onmiddellijk als de spanning oploopt. Dat merk je aan gedragingen, aan opmerkingen. Dan broeit er wat. En dan gaan mijn medewerkers in gesprek: klopt het beeld, hoe gaan we dit oplossen?”

En bedenk, zegt Golstein, die al 25 jaar als gevangenisdirecteur werkt, dan is het Nederlandse systeem in zulke situaties nog een zegen. „Hier is de bewaarder ook een soort mentor. Er werken hier veel meer bewaarders per gevangene dan elders. Op Curaçao, waar ik ook heb gewerkt, heeft de bewaarder een megafoon en is de boodschap aan gedetineerden: zoek het zelf maar uit.”