Opinie

De koningin van Genua

Dagboek Coronavirus

Hoewel ik op andere plekken in andere tijden meermaals heb geschreven over geloof, hoop en liefde, had ik niet voorzien dat er een dag zou komen waarop de wereld ingekookt zou worden tot niets anders dan deze drie.

Vroeger gingen deze concepten goed verborgen achter een universum vol beslommeringen en afleidingen en kon ik er een zekere mate van trots aan ontlenen dat ik af en toe op onmodieuze wijze aan hen herinnerde. In het huidige isolement in een angstvallig ontsmet huis met uitzicht op lege straten in een stilgevallen stad is de façade verkruimeld en terwijl elk telefoontje een nieuw sterfgeval kan melden, is er simpelweg weinig anders te doen dan vast te houden aan geloof, hoop en liefde.

Het geloof van onze vaderen is geëvolueerd in geloof in de wetenschap, maar dat maakt voor de rillende gelovige weinig verschil.

Mijn missie van vandaag was dat ik medicijnen moest achterlaten op de overloop voor de deur van Stella’s moeder. Op de terugweg zag ik dat de kathedraal open was.

Ik ging naar binnen. Er zat één man te bidden. Verder was er niemand. Ik ging zitten en keek naar het bronzen Mariabeeld van Stella’s beeldhouwer op het hoofdaltaar.

Ze was afgebeeld als de koningin van Genua. Engelen zweefden uit de hemel om haar te kronen. Ik kon natuurlijk niet echt gaan zitten bidden, hoewel niemand mij zag. Maar god ziet alles. Het is maar goed dat hij niet bestaat. Ik dacht aan mijn ouders, die in Nederland wonen, en zij keek naar mij.

Ik voelde de eeuwen die zij en haar kerk hadden doorstaan en ik hoorde de stemmen van allen die voor mij hoop hadden afgesmeekt bij nog grimmigere epidemieën.

De geschiedenis bood troost, zo concludeerde ik, omdat ik niet kon toegeven dat Maria dat deed.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.