In het Bravis Ziekenhuis in Roosendaal wordt een coronatest uitgevoerd. Hier worden aanvragen uit West-Brabant en Zeeland verwerkt.

Foto Arie Kievit

Interview

‘We testen veel, maar niet te veel’

Chantal Reusken | viroloog RIVM Test Nederland weinig? Valt wel mee, vindt Chantal Reusken, viroloog bij het RIVM. Al is een Zwitsers bedrijf een zwakke schakel.

Nederland zou veel meer moeten testen op Covid-19, zeggen critici. De keuze om slechts beperkt besmettingen op te sporen kan rekenen op groeiende kritiek van experts: zo neem je de oorzaken niet weg, waardoor lokale haarden makkelijker uitgroeien tot grote besmettingsgolven.

Onterecht, reageert viroloog Chantal Reusken, verbonden aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Nederland test helemaal niet zo beperkt. „We hebben al meer dan 23.000 testen gedaan. De laatste tien dagen gemiddeld tweeduizend testen per dag. Onze maximale capaciteit is nog hoger – tot wel negenduizend testen per dag. Maar in dat scenario werken alle betrokken veertig laboratoria dag en nacht door. Dat is niet lang vol te houden.”

Italië heeft al 260.000 testen uitgevoerd. In Zuid-Korea testen uw collega’s twintigduizend maal per dag. Dat is fors meer, ook als je corrigeert voor bevolkingsomvang.

„Italië is een heel andere situatie, met veel meer patiënten en daardoor onvergelijkbaar. Wij streven naar een hoge kwaliteit diagnostiek en hebben al twee weken terug de inschatting gemaakt dat we in het begin niet alle capaciteit moeten gebruiken als wij op langere termijn goed kunnen willen blijven testen. Vanaf 12 maart besloten we minder te testen. Dat is een verstandig besluit geweest, zodat we nu nog goed in staat zijn daar te testen waar het nodig is.”

Waarom wijkt Nederland af van wat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO bepleit? Die adviseert: testen, testen, testen.

„Daar wijken wij helemaal niet van af. Wij testen veel, maar niet te veel, want dat is op lange termijn niet te handhaven. Andere landen, zoals Canada, kiezen dezelfde benadering als wij.”

Bestaat er nu wel of niet een tekort aan testproducten? Deskundigen betwisten dat er tekorten zijn. Microbiologen uit Groningen maken zelf materiaal.

„Dat kan je tot op zekere hoogte doen. Vroeger deden we alles met de hand, maar als je dat voor zeshonderd of zevenhonderd monsters wil doen, kan dat niet. En in Groningen is het nu nog niet zo druk als in Noord-Brabant. De Groningse microbiologen spreken niet namens het Outbreak Management Team, waarin wij zitten. Wij hebben voor de langere termijn een landelijke inschatting gemaakt.”

Reuskens legt uit dat het testproces bij een patiënt bestaat uit een lange reeks van complexe handelingen, voornamelijk in het laboratorium. Nadat er met een wattenstaafje cellenmateriaal van achter in de keel is genomen, gaat het in een buisje met vloeistof naar het lab. Daar moet het gescheiden worden van andere flora en wordt het genetisch materiaal onttrokken, inclusief het eventueel aan te treffen coronavirus. Behulpzaam zijn gemotoriseerde platforms en cassettes die negentig monsters tegelijk aankunnen. Dat zijn stuk voor stuk schakels die hun grenzen hebben. De zwakste schakel bepaalt de maximale capaciteit van het aantal testen in Nederland.

Lees ook: Groeiende kritiek experts op gebrek aan testen in Nederland

Is het testmateriaal van de Zwitserse farmaceut Roche de bottleneck?

„Er zijn allerlei verschillende materialen die gebruikt worden bij deze test. In Nederland draait 80 tot 90 procent van het testproces op materiaal van Roche. Maar Roche levert aan Nederland slechts een derde van wat we vragen, want er is een wereldwijd tekort aan testmateriaal.”

Hebben andere landen grotere voorraden aangelegd van het Zwitserse bedrijf of worden de spullen dagelijks ingekocht?

„Veel van dat materiaal wordt dagelijks ingekocht.”

Hoe doet Nederland dat precies? Concurreren we met andere lidstaten om die spullen?

„Roche maakt zelf de beslissingen hoe die schaarse middelen in de wereld worden verdeeld. Hoe dat gebeurt? Dat vind ik meer geopolitiek.”

Het RIVM telde op 18 maart vijftien sterfgevallen in Nederland, maar de Wereldgezondheidsorganisatie negentien en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) zelfs nul. Hoe kan dat?

„Het ECDC gebruikt een ander algoritme. Het aantal sterfgevallen in Italië is ook groter dan in China. Maar de Chinese cijfers gelooft toch niemand? Het onderling vergelijken van landencijfers is sowieso heel moeilijk, ook binnen de EU. Die data over sterfgevallen zijn niet gestandaardiseerd. Dus een overlijden aan corona, bijvoorbeeld van een hartpatiënt of iemand met kanker, kan in Duitsland of Italië anders worden gemeten.”

Waarom maakt Nederland niet het aantal genezen patiënten bekend, zoals de Duitsers en de Italianen dat doen?

„Die informatie komt maar fragmentarisch binnen. Er bestaat een meldplicht voor de ziekte, maar de informatieverwerking wanneer mensen beter zijn geworden is minder duidelijk gestructureerd. Wij zijn daar uiteraard ook benieuwd daar. Hoe het komt dat andere landen wel over die informatie beschikken? Geen idee.”