Vampiervleermuis test vriendschap door te vlooien

Biologie Bij vampiervleermuizen bestaan bijzondere onderlinge banden buiten familie om. Ze komen tot stand door te vlooien.

Vampiervleermuis
Vampiervleermuis Foto Jens Rydell

Bij vampiervleermuizen heeft het woord ‘bloedverwant’ een haast letterlijke betekenis: als één individu een goede bloedmaaltijd heeft genuttigd, dan kan hij wat opbraken voor een ondervoede soortgenoot. Vaak is dat een familielid, maar niet altijd. Duitse en Amerikaanse onderzoekers schrijven deze week in Current Biology hoe deze banden tussen niet-gerelateerde vampiervleermuizen worden gesloten: door elkaar te vlooien. Door eerst zo’n laagdrempelige handeling uit te voeren, winnen ze het vertrouwen van de ander.

De vampiervleermuis (Desmodus rotundus) komt voor in Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika Hij jaagt ’s nachts en leeft van het bloed van zoogdieren. Drinkt hij meerdere nachten niets, dan is de kans groot dat hij sterft. Om dat risico te verkleinen, kunnen vleermuizen die wél een copieuze bloedmaaltijd hebben genuttigd de inhoud van hun maag met de soortgenoot delen. Maar dat doen ze alleen met familieleden of met vaste bondgenoten die andersom ook hún maaltijd zouden delen.

Om het ontstaan van zulke ‘vriendschappen’ te onderzoeken, bestudeerden de biologen het gedrag van 27 vrouwelijke vampiervleermuizen in gevangenschap. De dieren waren afkomstig van twee verschillende gebieden in Panamá: Tolé en Las Pavas. Ze zetten de vleermuizen in wisselende samenstelling bij elkaar: ofwel in paren (1 Tolé met 1 Las Pavas) ofwel in groepjes van vier (1 Las Pavas met 3 Tolé). Steeds was er één vleermuis op dieet gezet, zodat hij hongerig genoeg was om voedsel van een soortgenoot te krijgen.

Er werd juist naar vrouwtjes gekeken, omdat die zich in het wild soms aansluiten bij een nieuwe groep. Later werden aan de groep ook nog dertien jongere vleermuizen toegevoegd (zowel mannetjes als vrouwtjes) om te kijken hoe die verbonden sluiten.

Liever bloed geven aan familielid

Uit het onderzoek bleek dat vleermuizen sneller geneigd waren nieuwe vriendschappen aan te gaan zonder familieleden in de buurt: in de tweetallen werden de bondjes het snelst gesloten. In de andere groepen gaven de vleermuizen toch liever bloed aan een verwant dan aan de buitenstaander.

Toch ontstond er in ruim 10 procent van de gevallen een nieuw ‘bloedbanden’ tussen niet-verwante vleermuizen. Bij volwassen vrouwtjes was daar in zo’n 15 procent van de gevallen sprake van; bij jonkies in zo’n 9 procent van de gevallen. Wat opviel, was dat er veel meer ‘vlooivriendschappen’ ontstonden dan een daadwerkelijke bloedband. Volgens de onderzoekers verwierven de volwassen vleermuizen gemiddeld 2,7 nieuwe voedseldonors, tegenover 7,2 nieuwe vachtvlooiers. De jongere vleermuizen vonden gemiddeld 2,6 nieuwe donors en 14,4 vlooiers.

Dit doet vermoeden dat het vlooien wordt gebruikt als een soort test: is er sprake van wederkerigheid? Het is tenslotte nadelig voor een vleermuis om alleen maar eten te géven, en zelf in tijden van schaarste niets te ontvangen. Door eerst te vlooien, kan op een laagdrempelige manier de gelijkwaardigheid van de nieuwe vriendschap worden onderzocht. Is die voldoende, dan kan er een levenslange bloedband ontstaan.

Raising the stakes

De resultaten wijzen erop dat er ook bij vleermuizen zoiets kan plaatsvinden als het ‘raising-the-stakes-principe’, concluderen de biologen. Eind jaren negentig introduceerde de Britse psycholoog Gilbert Roberts dat concept samen met zijn Canadese collega Thomas Sherratt. Het laat zien hoe samenwerking kan ontstaan door wederkerig altruïstisch gedrag, en hoe investeringen met toenemend vertrouwen groter worden. Bij mensen en mensapen was er al veel onderzoek naar gedaan, maar het huidige onderzoek laat zien dat raising-the-stakes-gedrag ook kan optreden bij andere diersoorten.