Reportage

Smelter van aluinaarde zoekt heil in groene stroom

Industrie De Groningse aluminiumsmelter Aldel ging de laatste zeven jaar tweemaal failliet. Private equity heeft flinke plannen, maar Covid-19 zorgt voor onzekerheid.
Bij Aldel wordt in 225 ovens aluinaarde met stroom verhit tot kokend aluminium. Het vloeibare aluminium wordt vervolgens gegoten tot palen en plakken.
Bij Aldel wordt in 225 ovens aluinaarde met stroom verhit tot kokend aluminium. Het vloeibare aluminium wordt vervolgens gegoten tot palen en plakken. Foto Kees van de Veen

‘Kijk hier. Zie je dat?” Algemeen manager Karel Oldenburger houdt even halt bij een stuk zojuist gegoten aluminium. „Als die palen net zijn geproduceerd en eruit worden gehesen, hebben ze nog zo’n bungelende punt. Dat is echt aluminium op z’n mooist.”

Ruim tien jaar is Oldenburger nu werkzaam bij Damco Aluminium Delfzijl Coöperatie, kortweg Aldel. En ja, hij maakte ze beide mee, de faillissementen in 2013 en 2017. De 304 smeltovens werden grotendeels uitgezet. „Het was hier zo stil toen, verschrikkelijk.”

Na het jongste faillissement leek een van de belangrijkste werkgevers in Oost-Groningen de deuren definitief te sluiten. Durfkapitalist Gary Klesch was acht jaar eigenaar geweest. Hij trok het bedrijf financieel leeg, schoof miljoenen heen en weer tussen een wirwar aan bv’s, maar investeerde zelf nauwelijks.

De ovens gingen uit, personeel werd naar huis gestuurd. Definitief, dachten de ambachtslieden die vaak al tientallen jaren in de smelterij of gieterij werkten. Op het laatste moment klopte echter tóch een investeerder aan die wel toekomst zag in het in 1966 door Hoogovens gestarte bedrijf: de Amerikaanse private-equitypartij York Capital.

Dus kunnen ze volgend jaar toch het 40-jarig jubileum vieren van de langst dienende medewerker, vertelt Oldenburger trots, terwijl hij rondleidt door de twee enorme fabriekshallen. De grootste is bijna een kilometer lang. Vijfhonderd mensen – voornamelijk Oost-Groningers – werken er nu: 350 vaste medewerkers en 150 externen. Aldel is nog steeds een van de grootste werkgevers in de regio.

Foto Kees van de Veen

Inmiddels is de productie opgeschaald tot 225 ovens die – voor de coronacrisis althans – dagelijks in gebruik zijn. En dus hoor je al lopend door de fabriek overal het kenmerkende geluid van smeltend aluminium. Tjieuw, tjieuw, tjieuw, klinkt het elke tien seconden: het moment waarop de poederachtige aluinaarde, ook aluminiumoxide genoemd, via bruine stalen buizen in de ovens wordt gepompt. De grafieten bakken, waarin het tot 960 graden wordt, liggen half verzonken in de grond.

In de ovens wordt de aluinaarde met stroom verhit tot kokend aluminium. Een bijproduct is CO2. Het vloeibare aluminium wordt vervolgens gegoten tot palen en plakken. Het Groningse aluminium komt onder meer in de Benelux, Duitsland, Spanje en Frankrijk terecht. Voor gebruik in bouwconstructies en de auto-industrie. Aldeldirecteur Chris McNamee: „Aluminium is lichter dan de materialen die traditioneel worden gebruikt voor de productie van auto’s. Eén kilo aluminium vervangt twee kilo aan staal. Daar zie je de vraag dus alleen maar toenemen.”

Het is dinsdag 10 maart en Covid-19 heeft dan nog weinig grote schade toegebracht aan de Europese automarkt. Dat verandert in de dagen daarna snel. Veel autofabrieken sluiten tijdelijk hun deuren door gebrek aan onderdelen.

Ook een partij als Aldel, die vooraan in de keten zit, begint nu de gevolgen te merken. „We zien de orders uit de auto-industrie teruglopen, met een enorme omzetdaling tot gevolg”, zegt financieel directeur Eric Wildschut donderdag 19 maart aan de telefoon. „En als de omzet terugloopt, kunnen we er niet omheen een beroep te doen op de financiële ondersteuning die de overheid biedt.”

Bovendien sluiten steeds meer landen hun grenzen, en daar heeft ook Aldel last van. „We zien lange rijen voor de Duits-Poolse grens. Daar staan ook vrachtwagens van ons tussen.”

Hoge energierekening

Zulke zorgen waren er nog allerminst toen York Aldel in 2017 overnam. Toch was het bedrijf geen voor de hand liggende investering. Wat zag een Amerikaanse private-quitypartij, met 16,5 miljard euro aan investeringen (onder meer in de Nijmeegse chipfabrikant NXP) in een armlastige fabriek in Oost-Groningen?

„Eigenlijk best veel”, zegt de Australische McNamee, die anderhalf jaar geleden door York naar Delfzijl werd gezonden. „Aldel is in het verleden niet altijd goed geleid. York zag kansen om het beter te doen, met name in het verlagen van de kosten. En om bij te dragen aan wereldwijde milieudoelen.”

Foto Kees van de Veen

Die laatste bewering behoeft enige uitleg. Aldel is grootverbruiker van energie en uitstoter van CO2: de bewerking van aluinaarde via elektrolyse vergt veel elektriciteit. Vijf jaar geleden verbruikte het bedrijf 1,7 miljard kWh elektriciteit per jaar, bijna 1,5 procent van het totale elektriciteitsverbruik in heel Nederland. Hoe dat tegenwoordig zit, is niet bekend, maar het stroomverbruik is goed voor zo’n 40 procent van de bedrijfskosten.

Jarenlang kon Aldel over een vaste lage stroomprijs afspraken maken met de overheid, maar nu wordt de prijs door de markt bepaald. De energiekosten waren, naast lage aluminiumprijzen, een van de oorzaken dat het bedrijf in 2013 al eens onderuit ging. Concurrenten in onder meer Scandinavië en Duitsland betaalden minder voor hun energie.

Dit wil Aldel nu veranderen, zegt McNamee. York investeerde inmiddels „meer dan 100 miljoen euro”, onder meer in de opvang van zonne- en windenergie. De wereldwijde prijs voor aluminium wordt bepaald op de Londense metaalbeurs. „Zowel voor grondstoffen als aluminium is weinig onderhandeling mogelijk over de prijs.”

Het bedrijf let daarom vooral op vermindering van de productiekosten. Binnen tien jaar moet de aluminiumsmelterij draaien op groene energie. Operationeel directeur David Eisma: „CO2 willen we daarnaast opvangen op eigen terrein en zelf verwerken.” Daarnaast moet Aldel straks een ‘draaischijf’ in het stroomnet vormen om pieken op te vangen. Eisma: „We gaan flexibel omspringen met de productie.” Is er veel wind, dan draait Aldel een hoge productie, andersom juist minder.

Lees ook: Heel veel keus heeft een smelter niet

Is Aldel zelf niet schuldig aan de overbelasting van het Nederlandse stroomnet? De operationeel directeur peinst even. „Kijk, we krijgen wel eens het verwijt een energieslurper te zijn, maar wat we doen is eigenlijk het vastzetten van energie. Die verdwijnt dan ook niet: aluminium kun je recyclen.” Hij wijst op de jaarlijkse aluminiumbehoefte in Nederland, die 700.000 ton bedraagt. „Onze elektriciteit komt voort uit een mix van steenkool, zonne- en windenergie en nucleaire energie. Als we het hier niet maken, verschuift de productie nog meer naar landen als China waar de fabrieken vooral op kolen draaien.”

Achter op schema

Het groene tienjarenplan klinkt ambitieus, maar intussen is er een eigenaar die iets terug wil zien van de geïnvesteerde miljoenen. Tien jaar is voor private-equitybegrippen een eeuwigheid.

McNamee bezweert dat York er „voor de lange termijn” in zit, maar dat er „natuurlijk productiedoelen zijn” die „uiteindelijk moeten leiden tot winst”. Hoe hoog die doelen zijn, wil hij niet zeggen, alleen dat de winstmarges „in lijn liggen met wat in deze sector gebruikelijk is”.

Aldel leed in het eerste jaar onder York een verlies van ruim 27 miljoen euro. Hoewel er nog geen precieze cijfers over 2019 zijn, is dat jaar ook verlies geleden, bevestigt financieel directeur Eric Wildschut. „We voeren de productie nog steeds op. Dat was altijd het plan, maar we hebben vorig jaar een brand gehad en een lek in een van de ovens.”

Het plan was alle 304 ovens begin dit jaar in bedrijf te hebben, maar dat zijn er nu 225. McNamee: „Het duurt wat langer om te komen waar we willen zijn.”

Voor 2020 verwacht Wildschut een „licht positieve” winst voor belastingen, ebitda in managementtermen. „Januari was alvast een goede maand, maar je hebt te maken met onzekerheden als het coronavirus en de handelsoorlog.”

Vorig jaar merkte Aldel al de gevolgen van de hogere importtarieven die China en de VS voor aluminium en staal hanteerden. Europa werd een dumpplaats voor goedkoop Chinees en Amerikaans aluminium. Aldel lobbyt in Den Haag en Brussel tegen een CO2-belasting op aluminium. „Dat stuwt onze kostprijs op, terwijl concurrerende landen niet zo’n systeem kennen. Je zou daarom kunnen denken aan een CO2-belasting voor Chinees aluminium dat de EU binnenkomt.”

Probeert het bedrijf daarmee onder een terechte belasting uit te komen? Het wil groener produceren, en lobbyt intussen tegen een belasting op vervuiling „Nee, het is niet tegenstrijdig. Wij vragen de EU om gelijke concurrentie, juist om bedrijven die duurzamer willen produceren daarvoor niet te straffen.”

York heeft duidelijkheid daarover nodig om op lange termijn echt te kunnen investeren in de fabriek, zegt McNamee. Het lijkt geen overbodige luxe als je de flink verouderde ovens ziet. Ze kregen eind jaren negentig voor het laatst een grote opknapbeurt. „Maar voordat we daarin investeren, willen we perspectief.”