Analyse

Het virus botst met liberale waarden

Strenger coronabeleid Burgemeesters krijgen in de strijd tegen corona meer instrumenten om tegen onwenselijk gedrag op te treden. Tegen welke prijs?

Politieagenten hielden mensen dit weekeinde tegen bij de toegangswegen naar het strand van Noordwijk.
Politieagenten hielden mensen dit weekeinde tegen bij de toegangswegen naar het strand van Noordwijk. Foto ANP Robin van Lonkhuijsen

De Nederlandse bevolking handelt, de politiek reageert. Nadat maatschappelijke druk eerder leidde tot het sluiten van scholen, was het gedrag van groepen mensen die zich afgelopen weekend tóch buiten vertoonden maandagavond voor het kabinet aanleiding voor nieuwe inperkingen van het openbare leven.

In parkjes samenkomen met een groep vrienden: mag niet meer. Over bijeenkomsten thuis, zoals een verjaardag, waar meer dan drie mensen zijn, is het strenge advies: niet doen. Voetballen op een veldje, in groepen wandelen door het bos: is sinds maandagavond verboden.

Het zijn maatregelen die nog verder ingrijpen in het publieke leven dan de eerdere besluiten van de overheid: privélevens vallen ermee stil door overheidsingrijpen op een manier die Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog niet heeft meegemaakt.

Erop vertrouwen dat burgers het goede doen is kennelijk niet meer voldoende. Want de nieuwe maatregelen zijn een correctie op eerder beleid. Toen waren het nog vrijblijvende adviezen om binnen te blijven en áls je dan naar buiten moest, afstand te bewaren. Nu zijn het harde eisen, die met boetes tot 400 euro afgedwongen kunnen worden bij burgers.

Bedrijven kunnen zelfs tot 4.000 euro beboet worden of gesloten worden door de burgemeester als ze zich niet aan de regels houden.

Een „aanscherping” noemt het kabinet het, dat zich opnieuw plooibaar toont naar het gedrag en de wensen van burgers en bestuurders. Het hoopt op deze manier het draagvlak te behouden dat nodig is om de voor een liberale democratie zeer verregaande inperkingen van het publieke leven en van burgerrechten door te kunnen voeren. Die maatregelen zijn nodig om het coronavirus af te remmen.

Handvatten

Met dit extra beleid komt het kabinet tegemoet aan de behoefte van burgemeesters aan méér bestuursrechtelijke handvatten om de burger in te tomen. Zij kunnen nu makkelijker parken sluiten als het daar te druk wordt. Ze kunnen agenten opdragen om groepen burgers naar binnen te sturen, of zo nodig te beboeten. Als op een markt te weinig wordt gedaan om mensen anderhalve meter afstand van elkaar te laten houden, kan die markt gesloten worden. Lokaal maatwerk wordt leidend: een maatregel die in de ene gemeente wordt ingevoerd vanwege een ophoping van mensen, zal in een stillere gemeente niet (hoeven) worden genomen.

De maatregelen gaan opnieuw verder ten opzichte van vorige week, toen onder meer cafés en scholen werden gesloten. Maar een totale vergrendeling van de samenleving, een zogeheten lockdown, is het niet. Andere Europese landen, zoals Frankrijk, Spanje, Italië en sommige Duitse deelstaten, zijn al wel zover gegaan: daar zijn alleen de meest noodzakelijke winkels nog open en is toestemming nodig om de straat op te gaan.

Tot zulke maatregelen dwingt het Nederlandse ziektebeeld (nog) niet, en bovendien lijkt er onder de Nederlandse bevolking weinig draagvlak voor. In peilingen van Kantar en Maurice de Hond bleek afgelopen weekend maar ongeveer een kwart van de bevolking voor zo’n sterke inperking te zijn. Ruim twee derde steunde de bestaande maatregelen. Veel mensen blijven wél binnen, ondanks het mooie weer, en houden wél afstand, ondanks het hiermee gepaard gaande ongemak.

Lees ook het commentaar: Coronacrisis maakt staat machtiger en van burger een risicofactor

Onvrijheid

Met de nieuwe maatregelen lijkt het kabinet te beseffen dat onvrijheid nooit te lang mag duren, maar vooral ook niet kán duren. Het is de vraag hoe lang vrije burgers inperking van het publieke leven blijven accepteren.

Laat staan als onduidelijk is hoelang die van kracht blijft: enkele maanden, zoals de voorlopige planning van de huidige maatregelen is, of tot na de zomer of zelfs nog langer, als de zwartste scenario’s werkelijkheid worden?

Met de gekozen richting moet Nederland zich niettemin opmaken voor een aanhoudende periode waarin burgervrijheden al beperkt worden op een ongebruikelijke en voor onze samenleving ongemakkelijke manier.

Soms zullen de teugels gevierd worden – de scholen gaan open, in een parkje mag gevoetbald worden – en soms weer wat aangetrokken, als de toestroom van besmette patiënten toch weer te groot is. Maatregelen die op het ene moment opportuun zijn, kunnen later worden ingetrokken – om wellicht daarna weer ingevoerd te worden, als het ziektebeeld of maatschappelijke druk daartoe dwingen.

Daarmee hoopt het kabinet de verspreiding van het virus op langere termijn onder controle te krijgen, zonder het leven volledig stil te laten vallen.

Er wacht Nederland een lente van lege terrassen. Maar, zei minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) maandagavond: „Als we hier doorheen zijn, kunnen we een heleboel feestjes achter elkaar vieren.”