Opinie

EU-partner Italië verdient steun in strijd tegen corona

Covid-19

Commentaar

Europa is het epicentrum van de corona-pandemie geworden en in Italië, dat pas een maand terug de eerste niet-geïmporteerde besmettingen registreerde, zijn nu meer mensen aan het virus overleden dan volgens de officiële cijfers in China. Na bijna 800 doden in één etmaal, nam de regering van premier Conte zondag nog striktere maatregelen om mensen thuis te houden. ‘Niet-essentiële’ bedrijven gaan dicht. Het leger is niet alleen paraat om het uitgaansverbod te handhaven, maar is ook ingezet om mondkapjes, desinfectie-gel en beademingsapparatuur voor de overbelaste gezondheidssector te produceren.

Door deze toch al rampzalige situatie liepen de zorgen over de Italiaanse economie de laatste weken verder op. Al vóór de coronacrisis stevende het land af op een recessie die onvermijdelijk gevolgen zou hebben voor de rest van de eurozone. Met een staatsschuld van nu 135 procent van het bbp, een achterblijvende groei en een haperende overheidssector is Italië al langer een kwetsbare schakel in de monetaire samenwerking. Dat onderschreven de financiële markten toen vorige week de impact van corona zich ook daar manifesteerde en het verschil in rente tussen Italiaanse en Duitse staatsleningen, de ‘spread’, opeens snel opliep.

Terecht heeft de Europese Centrale Bank daarom de hand van de knip gehaald en een ongekend ‘pandemie-noodopkoopprogramma’ ter waarde van 750 miljard euro aan staats- en bedrijfsleningen aangekondigd. „Er zijn geen grenzen aan onze toewijding aan de euro”, liet president Christine Lagarde weten. Dat riep de beslissende woorden van haar voorganger, Mario Draghi, in herinnering. Die redde Griekenland en de euro in 2012 met het adagium „whatever it takes”. Italië, de derde economie van de eurozone, is vergeleken met het relatief nietige Griekenland veel te groot om ‘te redden’. Het besluit van de ECB heeft de rente nu weer in behapbare regionen gebracht.

Maar Lagardes belofte kwam pas nadat ze eerder expliciet gezegd had dat de ECB niet op aarde was om „spreads te dichten”. Daarmee stortte ze Italië verder in onzekerheid. Haar opmerkingen vielen, begrijpelijk, slecht.

Het land, dat leunt op de nu goeddeels stilgelegde economische motor in het noorden, heeft de laatste weken vaker het gevoel gehad door de rest van Europa in de steek te zijn gelaten. Dat buurlanden, die nog in de beginfase van de epidemie verkeerden, geen mondkapjes of medische apparatuur ter beschikking stelden, stuitte niet alleen op voorstelbaar onbegrip maar is ook koren op de molen van EU-sceptische populisten. Dat landen als China en Rusland, die belang hebben bij Europese verdeeldheid, met hun (in het geval van Rusland zelfs militaire) noodhulp Italië wél terzijde staan, moet in EU-hoofdsteden te denken geven.

Italië verdient solidariteit, uit compassie en uit economisch en sanitair eigenbelang. Het land dat ons levenslust en onbezonnenheid bijbracht, leert ons als noodgedwongen Europees pionier nu hoe belangrijk discipline is om het virus te overwinnen.

Het opkoopprogramma van de ECB was, in financiële zin, een noodzakelijke eerste stap. Eenmalige uitgifte van eurobonds (of ‘coronabonds’), een middel om de schuldenrisico’s in de eurozone te verdelen, kan ondanks de traditionele bezwaren in het noorden onder strikte voorwaarden een volgende zijn. Contes voorstel om het in 2012 ingestelde Europese noodfonds van 500 miljard euro in te zetten moet ruimhartig bekeken worden. Het virus, dat zich aan grenzen sowieso niets gelegen laat liggen, mag de kloof tussen Noord- en Zuid-Europa niet verder vergroten.