De huur nu stopzetten, dat zien veel verhuurders niet zitten

Winkelvastgoed Winkeliers en pandeigenaren staan ver van een sectorbrede oplossing voor de huur. Vastgoed- organisaties doen niet meer mee aan overleg. Enkele grote verhuurders zoeken nog een uitweg.

Het Binnenrotteplein op zaterdagmiddag in Rotterdam. Vanwege het coronavirus is er geen markt.
Het Binnenrotteplein op zaterdagmiddag in Rotterdam. Vanwege het coronavirus is er geen markt. Foto Bart Hoogveld

Het begon veelbelovend: de pogingen om winkeliers én vastgoedpartijen op één lijn te krijgen in de coronacrisis. Maar nu de economie grotendeels op slot is door de maatregelen om het virus in te perken, moeten de betrokken brancheorganisaties concluderen dat het hun vooralsnog niet lukt overeenstemming te bereiken over het meest urgente pijnpunt: de winkelhuur voor de komende periode.

Die moet eerdaags betaald worden, maar veel winkels zijn dicht. En als ze al open zijn, is er door gebrek aan klanten nauwelijks omzet. INretail, de branchevereniging voor onder meer woon-, mode- en schoenenwinkels, hield deze week een peiling onder leden: bijna tweederde heeft zijn inkomsten de afgelopen week met 60 procent of meer zien teruglopen

En dus proberen de brancheorganisaties, winkelketens en de individuele winkeliers eruit te komen met hun verhuurder. Kan de huur niet worden opgeschort, uitgesteld of kwijtgescholden?

Vorige week kwam het kabinet al met een een ongekend pakket aan financiële hulp voor het bedrijfsleven. Voor winkeliers die nu dicht zijn is dat een oplossing voor de loonkosten, maar niet voor de huur.

Idealiter zou hiervoor een snelle, sectorbrede oplossing moeten komen. Dat was ook de inzet van het ministerie van Economische Zaken, vorig weekeinde. Dat had contact met belangenorganisaties van vastgoedpartijen, winkeliers, banken en andere betrokkenen. Konden zij niet op zoek naar een gezamenlijke oplossing voor de huurproblematiek?

Begin vorige week volgde een eerste overleg, met behulp van een bemiddelaar, waarbij de stemming in eerste instantie optimistisch was. Alle betrokkenen leken bereid water bij de wijn te doen – bijvoorbeeld door de huur voor de maand april op te schorten – waardoor er meer tijd en ruimte zou ontstaan om over een oplossing voor de periode daarna te praten.

In de dagen daarna sloeg de toon van de gesprekken om. Er werd gesteggeld over het inzetten van waarborgsommen, over details van regelingen en over het op een lijn krijgen van de sterk verdeelde achterbannen van de brancheorganisaties.

Inmiddels is duidelijk dat een kortetermijnoplossing niet bestaat. En daarmee dreigt ook het plan voor de maanden daarna uit zicht te raken, zeggen vertegenwoordigers uit de vastgoedwereld en detailhandel off the record tegen NRC.

On the record houden zij zich op de vlakte. Op allerlei niveaus wordt komende week doorgepraat tussen vastgoedeigenaren en vertegenwoordigers van hun (winkel)huurders, benadrukken zij. Er staat te veel op het spel en bovendien wil niemand in deze uitzonderlijke economische tijden de zwarte piet toegespeeld krijgen.

De eerste partij die afstand nam van de pogingen om tot een generieke oplossing te komen, was Vastgoed Belang, de belangenorganisatie van particuliere verhuurders. Circa één derde van alle winkels is in eigendom van particuliere beleggers – van de gepensioneerde slager die zijn pand heeft aangehouden en verhuurt, tot grote private vastgoedpartijen als de Kroonenberg Groep.

Woensdag stuurde Vastgoed Belang, waarbij lang niet alle particuliere vastgoedbeleggers zijn aangesloten, een persbericht uit. „De realiteit is dat niet iedere verhuurder evenveel ruimte heeft om mee te bewegen. Behalve gezonde ondernemers, hebben we ‘na corona’ ook nog financieel gezonde beleggers nodig,” aldus directeur Laurens van de Noort, die pleit voor „maatwerk” tussen huurders en verhuurders, en dus tegen een algemeen geldende regeling.

Ook retail niet altijd constructief

Vrijdagmiddag volgde een persbericht van IVBN, de vereniging van grote, institutionele beleggers – zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Die benadrukt dat „alle huurders in problemen geholpen zullen worden”. Maar ook dat dit in een dialoog tussen winkeliers en eigenaren moet gebeuren. „Verhuurders kunnen slechts voor een deel van de liquiditeitsproblemen van retailers een bijdrage leveren”, aldus IVBN-directeur Frank van Blokland in het persbericht.

Wat meespeelt is het sterk versnipperde winkellandschap. Sommige ketens hadden ook al voor de corona-uitbraak moeite het hoofd boven water te houden, terwijl andere „internationale, zeer krachtige retail-organisaties” de afgelopen jaren juist goed draaiden. Waar de ene winkel geld op de bank heeft staan of kan terugvallen op een goed draaiende webshop, is het voor de ander elke maand sappelen.

Bovendien stellen ook winkeliers zich niet altijd even constructief op, merken vastgoedeigenaren. „Er zijn pandeigenaren die keiharde brieven hebben gekregen van de advocaten van goedlopende winkelformules. Dat ze de komende drie maanden geen huur gaan betalen, terwijl ze de afgelopen jaren juist goed hebben verdiend. De overheid is bijgesprongen met hun personeel en nu willen ze ook onder hun huur uit. Terwijl veel vastgoedpartijen het ook moeilijk hebben,” zegt een betrokkene bij de onderhandelingen.

Luister ook: Leidt het coronavirus tot een economische crisis?

Ook het tegenovergestelde gebeurt: vastgoedpartijen die – al dan niet via een advocaat – aan hun huurders laten weten dat de huur toch echt betaald moet worden, corona-uitbraak of niet. Ondertussen hebben veel winkeliers en horecaondernemers hun automatische incasso’s, waaronder die voor de huur, stopgezet – bij gebrek aan inkomsten.

Voor het blok

Toch is een oplossing nog niet helemaal uit zicht, laten betrokkenen aan NRC weten. Want de belangenorganisaties voor vastgoedpartijen mogen dan wellicht geen heil zien in een collectieve afspraak, sommige van hun leden zitten nog wél aan tafel. Een handvol grote institutionele beleggers is bereid om winkels en bloc tegemoet te komen en de huur voor komende maand tijdelijk op te schorten. Deze ‘coalition of the willing’, zoals ze inmiddels gedoopt zijn, probeert nu om zo veel mogelijk collega’s alsnog te overtuigen.

Volgens de voorstanders van zo’n collectieve afspraak is er voor maatwerk, zoals de vastgoedorganisaties voorstellen, nu helemaal geen tijd. Daarvoor zitten te veel winkeliers al in te acute nood. Natuurlijk snappen ze dat vastgoedeigenaren er weinig voor voelen om grote, rijke winkelketens tegemoet te komen. „Maar als jij vindt dat een grote keten toch gewoon de huur moet betalen, kun je dat over een maand altijd nog onderling afspreken”, zegt een bron rond de onderhandelingen. „Dit gaat nu even niet over geld. Het gaat over adempauze.”

Vastgoedinvesteerders die nog twijfelen over deelname, zitten klem in een klassiek gevangenendilemma, aldus een andere partij aan tafel. Wie nu individueel afspraken gaat maken, loopt het risico dat hij met een slechtere deal eindigt dan zijn collega’s. „Maar als jij een statement maakt, zet je je collega’s voor het blok. Wil je dat wel?” Dat de onderhandelingen nu allemaal plaatsvinden op afstand, en dat betrokken partijen elkaar niet „in de ogen kunnen kijken”, maakt het er niet gemakkelijker op.

De tijd schrijdt intussen voort. De partijen die nog wel geloven in een collectieve oplossing willen het liefst maandag al een akkoord hebben – met zoveel mogelijk ondertekenaars. „Dan kijken we of het een substantieel lijstje namen wordt”, aldus een bron rond de gesprekken. „Want als het een lijstje van niks is, kunnen we net zo goed zeggen dat er geen afspraak is.”