Foto Martijn Beekman/ANP

Interview

Boeren: ‘Onze grootste angst? Dat de grenzen gaan sluiten’

Marc Calon Landbouworganisatie LTO vreest een schade van 5 miljard euro door het coronavirus. De vraag naar bloemen, frietaardappelen en varkenshaasjes neemt af.

Het sluiten van de grenzen kan dramatische gevolgen hebben voor de agrarische sector. Die noodkreet laat voorzitter Marc Calon van brancheorganisatie LTO uitgaan na een week waarin het coronavirus de Nederlandse economie ten volle trof. Het land dat met trots de titel tweede landbouwexporteur ter wereld draagt, ziet nu al de gevolgen van het vastlopen van de internationale handel. Het komende half jaar zal de schade voor de boeren al uitkomen op zo’n 5 miljard euro, verwacht Calon.

Lees hier meer over de export: Nederlandse boeren produceren grotendeels voor het buitenland

Waar baseren jullie dat bedrag op?

„Dat is gewoon een optelsom van de schade die we nu al voorzien. Omzet van de afgelopen dagen vergeleken met wat normaal is in deze periode. De vraag naar bloemen en planten stort in, waardoor grote hoeveelheden worden doorgedraaid. Ook het sluiten van de horeca heeft vergaande consequenties. Zo’n 40 procent van het voedsel dat we produceren komt niet bij de mensen thuis, maar belandt in restaurants en bedrijfskantines. Dat valt vrijwel dood. We zijn wereldleider in de export van frietaardappelen. De prijzen daarvoor zakken in en voorraden raken niet verkocht. Daar kun je straks niks mee. Ook voor granen en suiker is de prijs enorm gedaald.”

Wat betekent dat voor de export?

„Kijk: Nederlanders hoeven zich echt geen zorgen te maken. Er zullen misschien minder exotische vruchten als mango’s en lychees binnenkomen, maar er is qua Nederlandse producten genoeg voor in de supermarkten. Ongeveer 70 tot 80 procent van wat wij hier produceren, gaat echter naar het buitenland, driekwart daarvan blijft binnen Europa. Op dit moment zijn er nog geen grenzen dicht, maar we zien wel veel problemen ontstaan. Bij de Duits-Poolse grens ontstaan lange opstoppingen. Daar staan veel vrachtwagens met Nederlandse producten of dieren tussen. Als dat lang aanhoudt, is dat natuurlijk desastreus voor de kwaliteit van de producten en het welzijn van die dieren. Daarom dringen wij er bij de Nederlandse regering op aan om te pleiten voor greenlanes, snelle doorgangen voor voedselexporteurs. De regering is daar in Europees verband mee bezig.”

Lees ook: Vlees stuwt landbouwexport omhoog

Wat gaat de veehouderij merken van het sluiten van markten?

„We zien dat de varkensprijs in China in elkaar is gestort, terwijl die vorig jaar nog hoog was door het uitbreken van de varkenspest in Azië. Ook de vraag naar bepaalde onderdelen zoals de snuit, oren en poten, is teruggelopen. Die willen we hier niet eten, maar in Maleisië of Thailand is dat een lekkernij. Je kunt die zaken niet oneindig invriezen, dus worden ze uiteindelijk doorgedraaid (vernietigd, red.). Maar ook zoiets als een varkenshaasje bestemd voor Duitsland kun je niet kwijt in de horeca dus ook die moet je invriezen.”

Jullie vrezen ook een tekort aan seizoensarbeiders. Hoe zit dat?

„Een koe kun je niet aan- of uitzetten, een aspergeplant evenmin. Die moeten straks gestoken worden, en daarvoor komen vooral arbeiders uit Oost-Europa over. Die gaan nu terug naar Polen of komen helemaal niet, uit vrees dat ze niet meer terug kunnen naar hun thuisland. Dat is voor veel tuinders een probleem. Nederlanders doen het werk niet. We krijgen nu al honderden telefoontjes per dag met vragen hierover van boeren. We hebben een meldpunt opgezet waarbij bedrijven arbeidskrachten aan elkaar kunnen uitlenen.”

Lees ook: Hoelang kan Nederland nog excelleren als exportkampioen?

Wat is momenteel het slechtste scenario waarmee jullie rekening houden?

„Het sluiten van de grenzen. De handel is zo geglobaliseerd. Je ziet het nu al op de automarkt: een dashboardonderdeel wordt in China gemaakt en daardoor kan een auto niet gemaakt worden. Wel denk ik dat de markt als dit allemaal voorbij zal zijn minder globaal zal zijn. West-Europa zal vanwege het klimaat, de grond en kennis producent van voedsel blijven, maar het zal regionaler worden.”