Drukte in parken: ‘Ik heb sociaal contact nodig, anders word ik depressief’

Vrije tijd Nederlanders trekken massaal naar buiten dit weekend. In de bossen, parken en op het strand is het overvol. Anderhalve meter afstand houden is dan niet altijd mogelijk.

Drukte in het Beatrixpark in Amsterdam, zaterdag.
Drukte in het Beatrixpark in Amsterdam, zaterdag. Foto Ilvy Njiokiktjien

Jony Eisden (32) loopt op zaterdag met zijn maat Angelo Job (44) door het overdekte Winkelcentrum Zuidplein in Rotterdam. Angelo kocht verf om een diepzwarte glans aan de banden van zijn grijze Honda Civic Type R te geven. Ze moesten er even uit, ondanks de coronadreiging.

Ze zijn niet de enigen. Het winkelcentrum was niet zo overvol als in een gewoon weekend, maar druk was het wel. Net als elders in Rotterdam. Op Zuid voetballen en hangen jongeren op de pleintjes. Rond de Kralingse Plas was het filelopen.

Ook in de rest van Nederland gingen mensen massaal naar buiten. Vooral in de bossen en natuurgebieden was het druk, het was er lastig de voorgeschreven anderhalve meter afstand te bewaren.

Op verschillende stranden was het zaterdag zelfs zo vol dat echt niet aan de voorschriften om het coronavirus niet te verspreiden, werd voldaan. De burgemeesters van Zandvoort en Bloemendaal riepen daarom de dagjesmensen op niet naar het strand te komen. Op zondag sloot de burgemeester van Noordwijk zich daarbij aan. Natuurmonumenten vroeg mensen halverwege de zondagochtend niet naar de dan al overvolle natuurgebieden te gaan. Van overheidswege wordt een NL-alert rondgestuurd dat iedereen maant anderhalve meter afstand te houden.

NRC keek in dit tweede coronaweekend op drie plekken hoe Nederlanders omgaan met de maatregelen voor sociale afstand na een week thuiswerken en gebrek aan vertier.


Rotterdam-Zuid, Zuidplein

Jony Eisden en Angelo Job zijn voorzichtig. Ze letten goed op dat ze niet ziek worden.

Jony: „Je moet gezond eten, zodat je weerstand goed is.”

Angelo: „Mijn moeder belt me om de dag vanuit Curaçao. Ze is bezorgd. Appelsientjes eten, zegt ze.”

Jony: „Ja, fruit eten is belangrijk.”

Angelo: „Mijn moeder zegt ook: als iemand niest, meteen wegspringen.”

Jony: „Als we buiten zijn, raken we zo min mogelijk aan.”

Angelo: „Ik hou mijn handen in mijn zakken. Thuis was ik ze meteen met zeep.”

Ze gingen wel naar de kapper, vanmorgen. Ze hebben een hele goeie in Rotterdam Delfshaven die precies doet wat je zegt en ook de goede black-hairproducten heeft. De kapper had van te voren geappt of ze zich wel helemaal gezond voelden. Ze voelen zich prima en de kapper ook, dus de afspraak kon doorgaan.

Even verderop eet Sanjeev Sobnath (18) een broodje op Zuidplein met zijn moeder en zijn zus. Hij is niet bang om ziek te worden en stond net rustig in de rij. Hij let wel op. Hij hoest in zijn elleboog, drinkt veel water en houdt afstand van vreemden. „Niet iedereen praat zonder consumptie.”

Normaal gesproken gaat hij in de weekenden uit. Maar nu zijn alle clubs dicht. Hij spreekt wel af met vrienden. Hem valt op dat in zijn vriendengroep van jongens met Turkse, Surinaamse, Antilliaanse en autochtone wortels alleen „de Nederlanders” zich niet meer buiten vertonen. Dat ligt aan de ouders, denkt hij. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond staan er flexibeler in, denkt hij. Zijn moeder ziet dat ook. Kijk maar om je heen, zegt ze. „Nederlanders zie je hier bijna niet.”

Dat is niet zo vreemd, zegt Sami Azcay (17) die met twee vrienden pizza en kapsalon eet op een bankje in het winkelcentrum. Er wonen hier gewoon veel mensen met een migratieachtergrond. Maar reken maar dat de Turkse moeders heel bezorgd zijn. „Zoohoo. Die zijn sowieso al overbezorgd. Maar nu nog éxtra. Hij wordt nog nét niet door zijn moeder onder de douche gezet als hij thuiskomt, maar hij moet zijn handen aan alle kanten met zeep wassen. En dan desinfecteert ze zijn handen met Kolonya [Turkse eau de cologne].

Lees ook: ‘Nederland stevent af op lockdown als aanwijzingen worden genegeerd’

Sami is niet bang voor zichzelf. Hij en zijn vrienden zitten niet in de risicoleeftijd. Hij heeft een broertje van anderhalf, voor hem is hij extra voorzichtig. Net als zijn ouders houdt hij van de meeste familieleden afstand.

Hij let zelf ook goed op. Hij houdt zich niet vast aan een stang in de metro. En als hij shisha rookt met vrienden – dat kan nu alleen in de tuin bij Sami, want de shishalounges zijn dicht – hebben ze allemaal een eigen mondstuk. Ook drinken ze niet meer uit elkaars blikje.

Maar ze móéten er af en toe uit. Zijn vriend Baki Demirez (19), die een kapsalon eet, knikt. Hij werkt net als Sami naast zijn opleiding in de horeca. Maar er is nu geen school én geen werk. Restaurants en sportscholen zijn dicht.

Sami: „Je moet oppassen niet gek te worden.”

Baki: „Als we doodgaan, gaan we met z’n allen.”

De speeltuin bij het Theehuis Rhijnauwen in Bunnik trekt op 19 maart nog steeds veel kinderen en ouders.

Foto Ilvy Njiokiktjien


Eindhoven, wijk Meerhoven

Normaal dient het immense grasveld in Park Meerland, aan de rand van het Brabantse dorp Veldhoven, bij mooi weer als reusachtig picknickkleed. Maar deze zonnige zaterdag zijn hier alleen twee sporters aan het trainen en lijkt het grasveld op een bevroren meer waar niemand op het dunne ijs durft te schaatsen.

In de rest van het park zijn meer mensen, vooral hardlopers, vissers en wandelaars. Een vrouw maakt een wandeling met haar oude moeder. Ze lopen aan weerszijden van het wandelpad. Verderop loopt een minder voorzichtige familie. Oma wordt voortgeduwd in haar rolstoel met de hele familie om haar heen.

Aan het water zit een groepje van vier jongeren. Ze hebben net gepicknickt, de frisdrankblikjes en halflege bakjes kip-kebabsalade liggen er nog. Waarom hebben ze elkaar, tegen het RIVM-advies in, opgezocht? „Ik zie dit niet als onnodig sociaal contact”, zegt Dave (19), terwijl hij een sigaret rookt. „Ik heb dit sociaal contact nodig, anders word ik depressief.”

Jeremy (21) is het met Dave eens, maar hij probeert wel om met niet meer dan vijf mensen tegelijk af te spreken. „En als één van mijn vrienden griepklachten heeft, houd ik anderhalve meter afstand”, zegt hij.

Maria (18) zit ook bij het groepje, terwijl ze toch twee kwetsbare gezinsleden heeft. „Mijn vader heeft laatst een nier afgestaan aan mijn broertje die maar één, slechtwerkende, nier had”, vertelt ze. Hoewel Maria voorzichtig probeert te doen, spreekt ze nu toch soms met haar vrienden af. „Ik heb net drie weken binnen gezeten omdat ik de griep had, dus de behoefte om er even uit te zijn is groot.”

Verderop bij een bankje klinkt harde muziek. Er staan twee scooters, drie jongens zitten er gezellig bij. „Ik ga liever hier een beetje ouwehoeren dan dat ik binnen blijf zitten”, zegt Lucas (17). Zijn opa en oma zoekt hij nog gewoon op, zolang hij niet verkouden is. „Maar die willen dat zelf ook.”

Zouden de vrienden elkaar ook blijven opzoeken als ze klachten hebben? „Ja, ik zou ze allemaal besmetten”, grapt Lucas. Dylan (18) lacht. „Ja, ik zou jou dan ook even goed in je gezicht blaffen”, zegt hij tegen Lucas.

Beatrixpark in Amsterdam, zaterdag.

Foto Ilvy Njiokiktjien


Amsterdam, Beatrixpark

Het Beatrixpark, bij station Amsterdam-Zuid, is zaterdag gevuld met wandelaars, jonge ouders met kinderen en véél sporters. Gewoonlijk wordt het na het middaguur minder druk in het park, zo laten de bezoekcijfers van Google zien, maar deze zaterdag blijven mensen hier ook later op de dag de buitenlucht opzoeken. Op het hoogtepunt is het bijna drie keer drukker dan op een normale zaterdag.

Eén groep laat zich duidelijk zien, nu sport- en fitnessscholen tot in ieder geval 6 april gesloten zijn. Het park is gevuld met hardlopers, wielrenners, voetballers en fitnessers. „We zijn vandaag niet de enigen, blijkbaar”, merkt Natalie Timmermans (29) op. Met haar zus Kimberly (26) en Matthisk Heimensen (27) doet ze haar oefeningen normaal in de sportschool, maar nu dus op handdoeken in het park. „Als je elke dag thuiswerkt is het af en toe wel lekker om buiten te komen”, zegt Natalie. Het drietal probeert de voorgeschreven anderhalve meter afstand van anderen te houden, maar dat lukt niet altijd. Veel zorgen maken ze zich niet over het coronavirus.

Ook andere parken in Amsterdam zijn deze zaterdag drukker dan gebruikelijk. Het Amsterdamse Bos is bijna vier keer populairder, blijkt uit de cijfers van Google. Overigens niet het Vondelpark, waar normaal veel toeristen komen. Daar was het zaterdag minder druk dan normaal.

In het Sarphatipark waarschuwen matrixborden bezoekers om óók in de parken anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Het is druk bij het openbare fitnessplein. Maar voor de rest is het hier echt rustiger dan normaal, zegt de 24-jarige Poolse maaltijdbezorger Jakub Missa. Hij en zijn collega merken weinig van het virus of de maatregelen, zegt Jakub terwijl hij in de zon op zijn volgende bestelling wacht. Bij het noemen van de maatregelen schrikt hij op en duwt hij zijn collega met een lach naar de andere kant van het bankje.

Roemer (11), Liv (11) en Tessel (12) wonen in de buurt van het Beatrixpark. De drie schoolvrienden rennen een rondje door het park. „Ik ren in ieder geval”, roept Roemer. „Zij lopen”, zegt hij terwijl hij naar de twee meisjes wijst. Ze spelen soms het spel ‘jachtseizoen’ in het park. Dat is een moderne variant van verstoppertje waarbij de gezochte eens in de vijf minuten zijn of haar gps-locatie via WhatsApp deelt zodat de anderen op hem of haar kunnen jagen. Het coronavirus vinden ze niet zo eng. „We kunnen er toch niet zo veel last van krijgen”, zegt Liv. Voor anderen mensen vinden ze het wel zielig en daarom houden ze zich aan de voorschriften. Dat het drukker is in park begrijpen de scholieren wel. „Mensen willen naar buiten, fietsen en sporten.”

Irene Goede („bijna 80”) weigert het coronavirus tussen haar en haar dagelijkse wandelrondje te laten komen. Ze probeert iedere dag bijna drie kwartier te lopen. Ook zij maakt zich weinig zorgen over het virus. Voorschriften van de overheid volgt ze, maar ze wil zich niet bang laten maken. „Angst is een slechte raadgever”, zei ze. Dat het veel drukker is dan normaal, snapt ook zij wel. De kinderen, vaders en moeders moeten ergens heen en kunnen niet thuis blijven zitten. „Het is zo lekker buiten en dit is een schitterend park.”