Hockeycoach Siegfried Aikman: ‘Japanners houden ergens aan vast tot het echt niet meer kan’

Tokio 2020 De Nederlander Siegfried Aikman (60) is bondscoach van de Japanse hockeyers. Hun olympische droom dreigt ruw te worden verstoord.

Bondscoach Siegfried Aikman (rechts) met zijn aanvoerder, Manabu Yamashita, tijdens een persconferentie in India, vorig jaar.
Bondscoach Siegfried Aikman (rechts) met zijn aanvoerder, Manabu Yamashita, tijdens een persconferentie in India, vorig jaar. Foto Arijit Sen/Getty Images

„Het zou de tweede keer zijn dat het feest in Tokio niet doorgaat,” zegt Siegfried Aikman. „Dat is godgeklaagd.” De 60-jarige Nederlander is sinds 2017 bondscoach van de Japanse hockeyers, die hij voorbereidt op de Olympische Spelen in hun eigen land. Grotendeels gebeurt dat op het nationale trainingscentrum in zijn woonplaats Kakamigahara.

In de centraal gelegen stad zijn geen Covid-19-patiënten, weet Aikman vrijdagavond Japanse tijd te melden. „Het is hier veilig”, zegt hij. „Maar in de aangrenzende prefectuur Nagoya zijn meer dan honderd gevallen bekend, dus dan komt het weer dichtbij. De scholen zijn dicht, er is ons gevraagd om een beetje op te letten. Maar goed, handen worden hier niet geschud, Japanners hebben altijd al mondkapjes op en fysiek contact wordt nauwelijks gemaakt. De mensen zijn heel gedisciplineerd, ze doen er alles aan om de schade beperkt te houden. Maar het dagelijks leven wordt niet zwaar beïnvloed.”

Net als in de rest van de wereld is Covid-19 „een ding” in Japan. Helemaal omdat het virus de start van Olympische Spelen van Tokio op 24 juli meer en meer in gevaar brengt. Nu de kritiek in de mondiale sportwereld op het Internationaal Olympisch Comité (IOC) toeneemt, ligt uitstel van het sportevenement voor de hand.

De Spelen van Tokio 1940 werden verplaatst naar Helsinki en vervolgens afgelast. Aikman zegt niet te weten – „mij vertellen ze hier niets, maar dat kan ook zijn omdat ik de taal niet spreek” – welke kant het dit keer opgaat. „Er is de overheid veel aan gelegen van de Spelen een feest te maken, ook voor de Japanners zelf. Zoveel mogelijk inwoners moeten in staat worden gesteld om een deel van de Spelen bij te wonen. Ik kan me daarom niet voorstellen dat ze het door laten gaan als het onverantwoord is.”

Tweede periode in Japan

Aikman zegde drie jaar geleden zijn baan bij het UWV in Nederland op en vertrok in zijn eentje naar Japan om zijn olympische droom waar te maken. Voor de tweede keer (in de periode 2009-2011 werkte hij er ook) werd hij aangesteld als bondscoach van de nationale ploeg. Hij moest de Japanse hockeyers klaarstomen voor de eerste olympische deelname bij de mannen sinds 1964, toen de Spelen in Tokio wel doorgingen. „Niet alleen ik, ook mijn spelers hebben een droom. De spirit is er ook nog steeds, dat heb ik ze deze week toevallig gevraagd.”

Sinds de uitbraak van het coronavirus in Japan wordt bij de hockeyers voor elke training de temperatuur gemeten. Voorzichtigheid voor alles, zegt Aikman. Dat geldt ook bij de terugkomst van Kenta Tanaka; de aanvaller speelt bij de Nederlandse topclub HGC en arriveert dit weekend in Japan. „Hij gaat eerst door de scanner op het vliegveld. Daarna duurt het nog een paar dagen voordat hij bij ons mag aansluiten. Laatst is een van mijn assistenten veertien dagen in quarantaine geweest. In zijn omgeving was waarschijnlijk iemand met het coronavirus besmet.”

Lees ook de reportage over sporters die zich fit proberen te houden tijdens de coronacrisis

De Japanse nationale hockeyploeg is in ieder geval nog in training, dat geldt niet voor de Europese concurrentie. De Nederlandse hockeyers hebben bijvoorbeeld sinds 16 maart geen bal en stick aangeraakt, in ieder geval niet en groupe op het veld. Toch is ook de voorbereiding van Japan verstoord door het coronavirus, zegt Aikman. „Vanaf het moment dat het in China toesloeg waren wij hier de sjaak. We zouden in april tegen China spelen, maar zij kregen geen visum. Daarna wilden we naar Sultan Azlan Shah [een toernooi in Maleisië], maar dat ging ook niet door. Vervolgens hadden we afgesproken om in maart naar Nederland te komen. Die reis was bijna rond, maar toen ging de Nederlandse sport in quarantaine. We hebben vanaf november geen internationale wedstrijd gespeeld.”

De organisatie van de reis naar Nederland is volgens Aikman exemplarisch voor de manier waarop Japanners besluiten nemen. Door de toenemende dreiging van het coronavirus in Europa waren de Japanse bondsbestuurders steeds minder overtuigd van de juistheid van hun eigen idee om tegen Nederland te spelen. „Er werd lang getreuzeld met een beslissing, steeds was er vertraging. Totdat Nederland op slot ging en het probleem zich vanzelf oploste”, zegt Aikman. „In Japan blijven mensen vaak ergens aan vasthouden tot het door omstandigheden niet meer kan. Dan is er niemand schuldig en lijdt niemand gezichtsverlies. Dus doet iedereen nu zijn best om de Spelen door te laten gaan. Lukt dat niet, dan is het ze overkomen. Nu roepen dat het niet doorgaat, betekent dat je niet vaderlandslievend bent, dat je opgeeft.”

Langer alleen

Bij uitstel van de Spelen moet Aikman nog langer in zijn eentje in Japan blijven, ver weg van zijn echtgenote, kinderen en pasgeboren kleinkind. Geen enkel probleem, zegt hij. „Ik wil dit heel graag, hè. Het is eenzaam, maar geen straf. Japan is een mooi land. En ik heb een positieve levenshouding, probeer er het beste van te maken. Ik geniet ook volop.”

De coronacrisis heeft daar geen verandering in gebracht. Wel is de reis die hij over een maand – „tijdens de Gouden week, dan heeft heel Japan vrij” – met zijn vrouw naar de Verenigde Staten zou gaan maken, hoogst onzeker. „Via sociale media heb ik een constant lopend lijntje met mijn gezin. Maar mijn kinderen wonen op zichzelf, en in Nederland kun je elkaar nu ook niet zien. Mijn vrouw mag niet meer op onze kleinzoon passen.”

Aikman mag nog wel gewoon naar Nederland komen, alleen moet hij dan bij terugkomst in Japan in quarantaine. En die veertien dagen kan hij niet missen in de voorbereiding op de Spelen, waarvan hij nog altijd hoopt dat ze doorgaan. „Het zou betekenen dat de ellende over de piek heen is. Maar het moet niet coûte que coûte doorgaan, en dat gaat geloof ik ook niet gebeuren. Dan schieten de Olympische Spelen hun doel voorbij. Alleen met sporters uit de hele wereld, daarvoor zijn de Spelen bedoeld.”