Reportage

‘Dit is zo verdrietig’, zegt de werkloze Balinese hoteleigenaar

Coronavirus Indonesië Na de Chinese blijven nu ook de Europese en Australische toeristen massaal weg op Bali. „Morgen heb ik maar twee kamers verhuurd.”

Een militair desinfecteert de Tanah Lot-tempel in Tabanan, op Bali.
Een militair desinfecteert de Tanah Lot-tempel in Tabanan, op Bali. Johannes Christo/Reuters

Een paar dagen geleden had hij gelukkig nog een klant, iemand uit Hongkong. Nu is het weer stil. Wanneer de volgende belt? Wayan Suantara heeft geen idee. „Ik heb voor een maand of twee spaargeld, daarna houdt het op.”

De Balinese Wayan Suantara vertelt door de telefoon – hij wil niet ziek worden – dat hij al bijna twintig jaar als gids en chauffeur werkt. Hij heeft een paar jaar geleden zelfs Chinees geleerd, omdat Chinese toeristen hier het meeste geld in het laatje brengen. Suantara rijdt hen naar Bali’s populairste plekken: de Tanah Lot-tempel, de markt in Ubud, de Tirta Empul met het heilige water.

„Ik ben hier naar toe gekomen om naar binnen te keren. Ik vertrouw er maar op dat het juiste gebeurt.”

Maar nu dus niet. En niemand weet hoe lang dit gaat duren. In februari vielen in één klap de inkomsten van de Chinese toeristen weg, toen die een reisverbod kregen opgelegd. Sinds vorige week geldt iets dergelijks ook voor de meeste andere nationaliteiten. Australië en veel Europese landen adviseren hun inwoners dringend niet meer te reizen of op vakantie te gaan. Indonesië heeft zelf de mogelijkheid om bij aankomst een visum te krijgen tijdelijk ingetrokken.

Geen gesnorkel

De restaurantjes aan het strand van Sanur zijn zo goed als leeg, de bediening is hier en daar maar zelf aan de tafels gaan zitten. Dit is normaal gesproken één van de drukste plekken van het eiland. De bootjes die toeristen mee uit snorkelen nemen, liggen voor de kust. De muziek lijkt net wat harder te staan, misschien omdat die niet meer vermengd is met geroezemoes. Ob la di, ob la da, life goes on, bra.

Het verrast Kakek dat er maar zó weinig mensen zijn. Ze verkoopt wierook en waaiers, met een volle plastic mand op haar hoofd slentert ze langs het strand. Haar kindje hangt in een doek op haar heupen. „Een paar van mijn vriendinnen zijn thuis gebleven, ik ben wel gegaan. Maar het is zo rustig, dit is niet normaal.” De paar toeristen die af en toe langslopen, schudden hun hoofd kort en lopen door.

Kakek hoort bij de bevolkingsgroep die het hardste wordt geraakt. De informele economie draait op Bali ook bijna helemaal rond het toerisme: straatverkopers, masseuses op het strand, taxichauffeurs die vaak zwart werken. Haar man staat met spulletjes op de markt, hij heeft hetzelfde probleem: te weinig klanten. Spaargeld hebben ze niet, ze zijn afhankelijk van hun dagelijkse inkomsten. Kakek weet dus niet hoe het verder moet. „Ik heb geen idee hoe lang dit gaat duren.” Haar onderlip trilt.

Te vol, te druk, te vies

Zo’n 80 procent van de economie op Bali bestaat uit toerisme. De groei heeft het leven van veel Balinezen verbeterd. Alleen de sector is nu zó groot, dat daar kritiek op komt. Bali is te vol, te druk, te vies geworden. Jaarlijks komen er ongeveer vijf miljoen vakantiegangers, meer dan het eiland vaste inwoners heeft. Bali wordt steeds voller gebouwd en vervuiling is een groot probleem.

Maar dit is het andere uiterste. Manager Agus Erawan runt een hotel en restaurant in Sanur: The Oasis Lagoon. Hij heeft niks te doen, er zit niemand op zijn terras. Zijn hotel, 118 kamers, heeft deze maand een bezettingsgraad van ongeveer 10 procent. „Dit is zo verdrietig. Morgen heb ik maar twee kamers verhuurd.” Het enige wat hij kan doen is op de kosten besparen. Dus de helft van zijn personeel zit thuis.

Agus Erawan komt met een thermometer en een fles desinfecterende handgel aanzetten om te laten zien hoe ze het hotel corona-vrij proberen te houden. Met een lichaamstemperatuur van boven de 38 graden kom je er hier niet in.

Het punt is alleen: niemand weet hoe wijd verspreid het virus op Bali precies is. De officiële aantallen kunnen haast niet kloppen. Dan zouden er – dit is de stand van zondag – maar drie besmette gevallen zijn. Twee van hen zijn buitenlanders en overleden aan de gevolgen van het virus.

Op het eiland worden maar heel weinig tests gedaan, net als in de rest van Indonesië. Ze hebben de capaciteit er niet voor. Een onheilspellend teken is dat de directe vluchten tussen Bali en het Chinese Wuhan, waar de uitbraak begon, pas begin februari werden afgebroken.

Erger dan na de bomaanslagen

Intussen maakt de Britse Mary Donald zich weinig zorgen. Ze is het type hoed, grote zonnebril, gelukzalige blik. De villa waarin ze een kamer had geboekt, blijkt ze voor zichzelf te hebben. „Ik ben voorzichtig. Ik gebruik de hele tijd handgel en zorg dat ik goed afstand houd.”

Vanmorgen is ze gaan ontbijten in „één van de hipste tenten van Sanur”, ze was de enige. Ze vindt het verdrietig voor de mensen hier, maar haar komt het ook wel goed uit dat het zo stil is: „Ik ben hier naar toe gekomen om naar binnen te keren. Ik vertrouw er maar op dat het juiste gebeurt.”

Bali heeft vaker stille tijden gekend. Na heftige bomaanslagen in 2002 en 2005. En in 2017 sputterde vulkaan Agung gevaarlijk, waardoor de toeristen wegbleven. Toch is dit anders. Erger, denkt chauffeur Wayan Suantara: „We hebben geen idee hoe lang dit gaat duren. Een paar maanden, misschien langer?” Wat deze crisis ook anders maakt is het reële risico voor de gezondheid van veel Indonesiërs. „We moeten echt meer afstand houden, gedisciplineerder zijn. Onze gezondheidszorg kan veel zieken helemaal niet aan.” Zelf blijft hij binnen zoveel hij kan.

Lees ook:Hoe lang blijft een massale uitbraak India nog bespaard?

Lang niet iedereen neemt de dreiging van Covid-19 zo serieus. Dat blijkt wel in een tentje aan het strand, waar social distancing niet echt lijkt te bestaan. Een groepje Indonesiërs zegt elkaar vrolijk gedag. Tijd voor lunch. Ze ploffen neer in de stoelen. „Een meter afstand houden, hè”, zegt één van hen. De rest begint te lachen.