Reportage

Wie zijn naasten wil zien, moet skypen

Verpleeghuizen in Breda Alle verpleeghuizen zijn voor bezoek gesloten. „We proberen het intern gezellig te maken.”

Verpleeghuis Ruitersbos in Breda. Hier zijn tablets ingeslagen, zodat bewoners met familie kunnen skypen.
Verpleeghuis Ruitersbos in Breda. Hier zijn tablets ingeslagen, zodat bewoners met familie kunnen skypen. Foto Merlin Daleman

Het miezert als Marcha Boeren arriveert bij verzorgingshuis De Leystroom in Breda. Ze wil een wandeling maken met haar schoonmoeder die, eerder getroffen door een beroerte, op de verpleegafdeling woont.

Bezoek is verboden. „Het is een strijd tussen verstand en gevoel”, zegt Marcha Boeren. „Het verstand zegt dat het goed is om bewoners te beschermen tegen corona. Maar het gevoel zegt dat het verdrietig is als mensen in juist deze fase van hun leven hun naasten niet mogen zien. Wat gaat er nog komen? Mijn schoonvader is zelf net genezen van kanker en begrijpt dat het beter is om zijn vrouw even niet te zien. Maar over een week slaat de heimwee toe.”

Boeren (50) is verpleegkundige en werkt toevallig voor De Leystroom in de thuiszorg. „We komen bij de mensen achter de voordeur. Dat kan niet stoppen tijdens de corona. Ik heb mijn handen stuk gewassen. Ik ga daar mee door zolang het kan.”

Het duurt even voordat haar schoonmoeder (79) naar de entreehal is gebracht. Intussen geven kinderen tekeningen af. „Om de boel op te fleuren, meer kunnen we niet doen”, zegt een vader. Daar verschijnt de schoonmoeder achter het raam van de schuifdeuren, in een rolstoel, onzeker zwaaiend. Marcha Boeren krijgt het te kwaad, de tranen staan haar in de ogen. „Ik kan haar maar even zien.” Gaan ze niet wandelen? „Ik denk van niet. Het regent.”

Sinds vrijdag zijn alle Nederlandse verpleeghuizen gesloten voor bezoekers „en anderen die niet noodzakelijk zijn voor de basiszorg”, volgens een besluit van het kabinet. In Brabant was woensdag hiertoe al een dringend advies uitgegaan. „Wij noemen geen cijfers maar de teller loopt hard. Qua besmettingen is de situatie in Brabant zorgelijk”, zegt Conny Helder, bestuurder van branchevereniging Actiz. Hoe „superschrijnend” ook, bewoners mogen geen familie meer ontvangen, en dagactiviteiten zijn tot een minimum beperkt. Wie zijn naasten wil zien, moet bellen of skypen; eten in het restaurant of een wandeling in een park is nu: spelletjes doen, gitaarspel door een medewerker. „We proberen het in de woongroepen gezellig te maken”, zegt Helder.

Verpleeghuis Aeneas in Breda. Merlin Daleman

Hartenkreet

MantelzorgNL, de vereniging voor iedereen die zorgt voor een naaste, krijgt veel vragen over het coronavirus, onder meer van mensen die niet meer voor hun naaste kunnen zorgen omdat hij of zij in een verpleeghuis zit. MantelzorgNL is met het ministerie van Volksgezondheid in gesprek over oplossingen, zegt bestuurder Liesbeth Hoogendijk. „Bijvoorbeeld over het aanbieden van beschermende materialen, waardoor er toch een vorm van contact mogelijk is.”

Rhijja Jansen bezocht haar 98-jarige opa de afgelopen dagen bijna dagelijks. Steeds nam ze afscheid alsof het de laatste keer was, schrijft ze op de website van het Tijdschrift voor Verzorgenden. „Dag opa, ik hou van u hè!” Toen ze hoorde dat bezoek niet meer mocht, barstte ze in huilen uit. „Ik zag het aankomen, maar het komt toch als een klap. De nieuwe seniorentelefoon die ik voor opa heb gekocht, ligt nog onuitgepakt op mijn eettafel.”

Cardioloog Angela Maas kreeg veel reacties nadat ze op Twitter een hartenkreet plaatste over haar 93-jarige vader. Contact is niet mogelijk: haar vader „kan niet meer horen, praten en begrijpen”, want hij is zeer dement. Ze is verdrietig over de overheidsmaatregel, zegt Maas aan de telefoon. „We weten dat hij aan het eind van de rit is. Dat het contact nu zo abrupt wordt afgekapt, is lastig, je wil toch iets van liefde laten blijken.”

De Ruiterbos in Breda. Merlin Daleman

Ook bij Ruitersbos in Breda blijven de deuren gesloten. Maatregelen tegen de „onzichtbare vijand” zijn noodzakelijk maar wel „pijnlijk”, zegt bestuurder Michel Wijngaards. „Bijvoorbeeld als je mensen buiten met familie binnen ziet praten.” Er zijn tablets ingeslagen om te skypen en via beeld te bellen. Elke ochtend zijn er „dilemma’s” waarover in het verpleeghuis wordt vergaderd. „Een medewerker wilde een hond meenemen. Maar zo’n hond wordt geaaid. En besmetting kun je ook via dieren oplopen.” Geen hond, derhalve. Een ritje maken op een elektrische duofiets? „Dan zit de vrijwilliger niet op anderhalve meter van de bewoner.” De instelling krijgt regelmatig goedbedoelde aanbiedingen. „Een gratis gezichtsmassage voor onze medewerkers. Dat gaat ’m niet worden.” Kaarten van scholieren worden zeker afgeleverd, „maar we leggen ze eerst twee dagen in quarantaine te drogen”.

Bij verpleeghuis Aeneas in Breda stapt een vrouw in de auto met een Belgisch kenteken. „Ik mag mijn vrouw ophalen als ik haar ’s avonds weer terug breng en in de tussentijd nergens anders naartoe ga”, zegt echtgenoot Paul. Even verderop loopt servicemedewerker Leny naar binnen voor haar werk in een van de woongroepen. „We houden de moed er in”, zegt ze. „We zetten de televisie aan, of we bakken samen een cake.”

Vanaf de straat is te zien hoe drie bewoners aan een tafel naar een scherm staren. Een medewerker opent een raam en zegt: „Ik begrijp dat u wilt weten hoe wij hiermee omgaan. Maar ik wil er liever niet over praten.”

Met medewerking van Anne-Martijn van der Kaaden