Opinie

Het nieuws ligt op straat – maar hoe raap je het op zonder besmet te raken?

De ombudsman

Het nieuws ligt op straat – het is een journalistiek cliché, maar ook een goede herinnering aan de basis van het ambacht: nieuws haal je in de buitenwereld.

Alleen, hoe kóm je buiten, in een land dat half op slot zit?

Ook NRC kampt met de gevolgen van de coronacrisis. Die trekt een zware wissel op vernuft en discipline van een redactie die haar werk nu in de hoogste versnelling moet doen, maar tegelijk de medische regels moet volgen – dus: zoveel mogelijk binnen blijven.

Ruim een week geleden waren nog zeker een dozijn NRC-redacteuren present in Paradiso, bij de presentatie van 101 culturele talenten. Dat is voorbij. De meeste redacteuren werken nu thuis en overleggen per e-mail, WhatsApp, Skype, Slack, video en telefoon. Chefs vergaderen grotendeels per videogesprek. Ook op andere afdelingen wordt zoveel mogelijk vanuit huis gewerkt. Nog een effect: de volgende NRC Cruise, die in april de trossen los zou gooien, is afgeblazen.

Op de vrijwel lege redactie trof ik woensdag een handvol eindredacteuren, op meters afstand van elkaar, en de hoofdredacteur. Hij overlegt en belt maar heeft nu ook een videobestaan, met dagelijkse journalistieke en bedrijfsmatige conference calls.

Maar je moet ook naar buiten. Dat gebeurt nu in nauw overleg met chefs en altijd ook de hoofdredactie. Een verslaggever die de spoedeisende hulp bezocht, zegt: „Ik bespreek per keer of het nodig is. En: geef geen handen, was ze vaak en hou twee meter afstand.” Maar, relativeert ze: „Het personeel dat ik spreek is veelal zelf al gestoken in een soort maanpakken, dus de kans op besmetting is gering. Ik denk dat ik eerder in de supermarkt besmet raak.”

Een collega reed, na de persconferentie van Rutte, van zuid naar noord door het land, van Roosendaal tot Delfzijl, om na te gaan hoe Nederland „het eerste coronaweekend” beleefde. Zij sprak ten minste 24 mensen, onder wie een astmapatiënt, supermarktklanten, een schipper, de directeur van een partycentrum en een vrachtwagenchauffeur.

Is het verstandig dat door één verslaggever te laten doen? Zij zegt: „Je bent een frontsoldaat, je moet alleen geen dómme frontsoldaat zijn.” Vooral afstand houden, dus. Alleen, ook voor zo’n tango-op-afstand zijn er twee nodig. Want: „Niemand deed het. Ik heb maar één persoon ontmoet die mij vroeg afstand te houden. Bij de anderen ging het andersom: ik probeerde afstand te houden maar zij deden dan een stap naar voren om binnen gespreksafstand te blijven.” Achteraf meldde ze „dat het erg riskant is zoveel mensen in korte tijd te spreken”.

Daar kan de krant nota van nemen – al zal de noodzaak van social distancing inmiddels beter zijn ingedaald. Een fotograaf koos ervoor niet met haar mee te gaan naar een verzorgingshuis: hij was al zoveel in Brabantse ziekenhuizen geweest dat het hem raadzaam leek het lot niet nog meer te tarten. Dat is de lijn, zeggen chefs: bij twijfel niet inhalen. De vrijheid om niet te gaan komt daarbij expliciet aan de orde.

Dat werd ook besproken met een derde verslaggever, die meeliep met de directeur van twee ziekenhuizen; haar reportage staat vandaag in de krant. Zij vertelt dat ze ook tal van kleine, sociale automatismen moest afleren – zoals kopjes koffie aannemen van het ziekenhuispersoneel. Afgesproken is dat ze na de reportage twee weken thuis blijft werken.

Ingewikkeld is het ook voor de nieuwsdienst die de site voorziet van een constante stroom berichten. Zij zijn met een beperkt aantal op de redactie, omdat ze snel en constant moeten wikken en wegen en dat beter gaat „op praatafstand”. Overigens komen ze vaak op de fiets; eindelijk een voordeel van het feit dat veel NRC-redacteuren en -medewerkers in Amsterdam wonen.

En de lezers? Vorige week vrijdag kwam er een beknopte mededeling van de hoofdredacteur, dinsdag werd die opgeschaald naar een paginagrote brief. U werd er nog eens op gewezen dat de krant geheel digitaal te lezen is, net als alles wat op nrc.nl staat. Dat is méér, want niet alles kan direct een plek krijgen op papier – soms tot verdriet van redacteuren die (zoals ik) wat aanloopproblemen hebben om le plaisir de se voir imprimé in bits en bytes te vertalen.

Zo geeft corona ook een versnelling aan het digitale beleid dat NRC al een paar jaar voert – en met succes. Online gelezen wordt er ook verwoed: vorige week zaterdag bedroeg de totale leestijd van artikelen op nrc.nl een kleine vijf jaar. Daarnaast meldden zich in korte tijd honderden nieuwe abonnees – crisis maakt journalistiek urgent.

Moet de economie niet even wijken? Verschillende grote Amerikaanse media, The New York Times en The Washington Post stellen coronanieuws online gratis ter beschikking. Kan NRC dat voorbeeld niet volgen, vroegen enkele lezers en twitteraars.

Nee, zegt de hoofdredacteur, betrouwbare en relevante informatie verzamelen, verifiëren en helder toegankelijk maken kost geld en is dus ook niet gratis voor iedereen ter beschikking. „Met een abonnement steun je het maken van onze journalistiek, dat is wat we nu nodig hebben.” Wel kunnen alle bezoekers de laatste ontwikkelingen lezen op het corona-liveblog op nrc.nl, algemeen toegankelijk zoals eerdere liveblogs van de krant.

En is er leven naast of na Covid-19? Al het andere nieuws mag nu futiel lijken, maar in een vergadering die ik bijwoonde kwam gelukkig ook ander nieuws langs: er schijnen dit jaar Amerikaanse verkiezingen te zijn, bijvoorbeeld.

Je leest nu fantasieën dat we na corona wakker zullen worden in een compleet andere wereld – sober, solidair of juist darwinistisch of dictatoriaal, zegt u het maar.

Maar ook daarin zal het nieuws op straat liggen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.