Reportage

De straat op in Rome: verklaring mee, plastic handschoenen aan

Rome Met een filmpje over het mooie land probeert Italië de moed erin te houden. Straatleven is er nog – een beetje. Joggen mag.

In Rome is het stil op straat.
In Rome is het stil op straat. Foto AP Photo/Andrew Medichini

Misschien wel het meest bekeken Facebookfilmpje van de afgelopen week in Italië gaat zo: prachtige beelden van Italiaanse kunst en natuur, muziek van Queen, tekst over het beeld heen. „Het is een moeilijk moment. Hard voor ons allemaal. Maar we moeten niet vergeten – dat – wij – zijn – Italië.”

„Ik heb het vorige week vrijdag bedacht”, vertelt Luca Volpe, een advocaat uit de Zuid-Italiaanse stad Trani. „Ik was in een sombere bui, en ik dacht, ik moet een manier vinden om tegen mensen te zeggen: we zijn een groot en groots land, we gaan het redden. We moeten elkaar moed inspreken. Misschien komt er uit deze vreselijke geschiedenis wel iets moois voort. Dat we er trots op kunnen zijn Italiaan te zijn. Wat dat is? Aandacht voor wat goed en mooi is in het leven, genegenheid voor elkaar.”

Het filmpje is meer dan 1,6 miljoen keer bekeken en hij heeft tienduizenden reacties gekregen, vertelt hij aan de telefoon. „De enige kritiek is dat ik misschien andere muziek had moeten kiezen dan We are the champions. Misschien. Maar het is nu geen tijd voor polemiek. Ik heb geen sympathie voor de politieke kleur van deze regering, maar ik denk dat alle politici en wetenschappers ’s ochtends opstaan met de gedachte dat ze maximaal hun best gaan doen. We moeten hier samen uitkomen.”

Volpe heeft met zijn filmpje een snaar geraakt. De psychologische impact van het coronavirus en de bestrijdingsmaatregelen is enorm. En hoe kolossaal de economische problemen zullen zijn als mensen weer de straat op mogen, durft niemand nog te voorspellen.

„Deze dagen zijn onze 11 september”, zegt burgemeester Emilio Del Bono van Brescia. Ook nu zie je „het verdwijnen van zekerheden en de pijn en het verdriet van een hele gemeenschap, een psychologische klap. Dit is een enorme noodtoestand, die onze manier van zijn zal veranderen.”

The Huffington Post zei het zo: „Nooit is er in de geschiedenis van de republiek een noodtoestand geweest waarvoor zo lang en zo radicaal de ruimte voor publiek contact is opgeschort, zelfs niet in de donkerste tijden van het terrorisme, zelfs niet in de gebieden die worden gecontroleerd door de bloedigste maffia’s.”

Geen Titanic-tafereel

En dan gaan de Italianen zingen? De filmpjes van de tenor op zijn balkon in Florence die een aria zingt, van de oude dame op haar balkon in Napels die meedanst op een tarantella, van de buurtbewoners in Siena die vanuit hun ramen een meerstemmig lied zingen, zijn de hele wereld overgegaan. Ook het volkslied met zijn bombastische tekst is vaak aangeheven. Maar dat alles was niet het onbezorgd musiceren op het dek van de zinkende Titanic. Het was het hardop zingen van mensen die bang zijn in het donker, en zichzelf en elkaar moed willen inspreken.

Bovendien is de vaart er een beetje uit, valt te merken in de wijk in Rome waar ik woon. In Rome was een speellijst voor deze week verspreid. Maandag ‘Volare’, zaterdag ‘l’Italiano’, zondag ‘Ciao mamma’. Om zes uur allemaal op het balkon, is het parool. Maar als je op dat uur door de wijk loopt, hoor je maar hier en daar het afgesproken lied uit een geluidsinstallatie komen. Er staan wat mensen op het balkon, sommigen zwaaien naar elkaar. Tweehoog praat half hangend over het balkon even bij met vierhoog, een meisje maakt een selfie. Niemand zingt. Want dat voelt niet goed als tegelijk in het dagelijkse bulletin van zes uur wordt bericht over weer honderden doden. Vrijdagavond waren er 627 nieuwe doden bijgekomen, voor een totaal van 4.032.

De straat op

Ik maak een rondje door de wijk. Het is niet verboden de straat op te gaan, maar je moet kunnen aantonen waarom: werk, gezondheid, of een andere dringende noodzaak. Op mijn telefoon heb ik de ingevulde verklaring gezet die je nodig hebt. Ook boodschappen doen mag, maar niet aan de andere kant van de stad. De man die deze week op het eiland Ischia om vijf uur in de middag met twee boodschappentassen was gesignaleerd en twee uur later nog steeds op straat liep, werd aangehouden. Toen op de kassabon stond dat hij om twaalf uur ’s middags zijn inkopen had gedaan, ging hij op de bon.

Agenten controleren intensief. Woensdag heeft de politie in heel Italië ruim 200.000 mensen staande gehouden. Bijna 8.300 mensen kregen een aanklacht aan hun broek. Op overtreding van het uitgaansverbod-zonder-geldige-reden staat een geldboete van ruim 200 euro of een gevangenisstraf van maximaal drie maanden. Maar bij een geldboete blijft het niet: het wordt een aantekening op je strafblad.

Joggen mag nog wel. Een enkeling maakt van die vrijheid gebruik, zo blijkt. Er zijn opvallend veel mensen met honden op straat – op internet worden zelfs honden per uur te huur aangeboden, om er maar even uit te kunnen. Volgens een Italiaanse uitdrukking kan je eenzaam zijn „als een hond”, maar nu noteert kroniekschrijver Massimo Gramellini: „Alleen zijn als een hond is een probleem, alleen zijn met een hond kan de oplossing zijn.”

De helft draagt mondkapjes

Het is rustig, maar niet doodstil. De bussen, met een aangepaste dienstregeling, rijden vrijwel leeg voorbij. Het aantal auto’s en vooral het aantal scooters op straat is ongeveer gedecimeerd – en de lucht is merkbaar schoner – maar je moet nog steeds oppassen bij het oversteken.

Als mensen elkaar op straat tegenkomen, lopen ze met een boog om elkaar heen. Deskundigen zeggen dat het houden van anderhalve meter veilig genoeg is, en toch heeft ongeveer de helft van de mensen mondkapjes op. Velen hebben ook plastic handschoenen aan – ik ook. Normaal zie je overal groepjes mensen met elkaar staan praten, nu gebeurt dat nauwelijks. Het groepje van vijf mannen dat ik tegenkom, staat op ruim een meter afstand van elkaar. Drie hebben een mondkapje op.

Niet alles is dicht. De opticien, de bank, de apotheek, de ijzerwarenwinkel, de slager, de telefoonwinkel, zij mochten openblijven. Meestal hangt er een papier op de ruit: één klant tegelijk. Ook de Tabacchi van Mirella Ciufoli met zijn zwarte uithangbord, waar sigaretten en loten worden verkocht, en vroeger postzegels, is open. „Sigaretten zijn nu eenmaal een eerste levensbehoefte”, zegt haar man Giampiero vanachter zijn mondkapje. Lijden ze veel verlies? „Aanzienlijk. En de regering heeft wel steun beloofd, maar ik moet dat allemaal nog zien.”

Ook de krantenkiosk is open. „Net als de tabacchi gaan wij vrijwel nooit dicht”, zegt Alfredo Tocci. De krantenstal is al sinds 1957 in handen van de familie, vertelt hij. Hij helpt even een vrouw die een tv-gids en een puzzelboek koopt, belangrijke zaken in een tijd van gedwongen binnenblijven. „Dat mensen kranten kunnen blijven kopen, is belangrijk voor onze samenleving, voor onze democratie’’, zegt hij. „Veel mensen van boven de zestig, zeventig jaar zijn technisch niet zo handig en kijken niet op internet. Die hebben de kranten nodig, want zij hebben ook recht op goede en betrouwbare informatie.” Een kranten-abonnement nemen gebeurt niet zo veel in Italië.

Schappen liggen vol

De rolluiken bij de marktkramen zijn naar beneden, tram 8 rijdt vrijwel leeg voorbij. Bij de supermarkt staat een rijtje mensen lijdzaam te wachten tot ze naar binnen mogen, op twee meter van elkaar. Een medewerker van de supermarkt laadt twee volle boodschappentassen op zijn brommer – heel veel mensen laten boodschappen thuisbezorgen, al moet je dat wel een paar dagen van tevoren bestellen. Alle schappen liggen vol, alleen het meel is vrijwel op. Het gedwongen thuiszitten brengt mensen ertoe om zelf brood te bakken en pasta te maken. De caissière, anders zo spraakzaam, is nukkig en stil. Met handgebaren geeft ze vanachter haar mondkapje mensen aan dat ze afstand moeten houden. Bij het weggaan valt het oog op een kindertekening die tegen de ruit is geplakt: een grote regenboog met een tekst die je nu op veel plaatsen leest: „Andrà tutto bene.” Het komt allemaal goed. Virtueel klampen de Italianen zich aan elkaar vast om deze crisis te kunnen doorstaan.

Als ik, weer terug, de lift uitstap, tref ik mijn bejaarde buurvrouw, Clorinda. Zij wilde zelf haar boodschappen gaan doen, om er ook even uit te kunnen – misschien is het toeval, maar door de dunne muren heen is goed te horen dat zij en haar man deze dagen vaak op hoge toon met elkaar praten. Ze heeft vertrouwen in de strenge maatregelen, maar vindt dat die eerder genomen hadden moeten worden.

Wat later komt er nog een whatsapp’je van haar. „Ik maak me zorgen, want ik zie nog geen einde aan deze pandemie met al zijn gevolgen, natuurlijk ook economisch – wie weet of en hoe we ons weer zullen herpakken – maar misschien maakt ons dit wat wijzer, vooral de jongeren, en leert het ons de kleine dingen beter te waarderen.”