Belboula aan de deurknop

kruipt achter het aanrecht en leert er haar moeder beter kennen. Afl. 2
Foto Wai Chan en Getty Images

‘Ik hang het tasje met de belboula aan de deurknop”, zegt mijn moeder vanaf haar vertrouwde stoel. Sinds kort weet ze hoe ze kan videobellen. Nu ik haar niet mag bezoeken vanwege het coronavirus is dat een uitkomst. Ik kan me eerlijk gezegd niet herinneren haar ooit zo veel gesproken te hebben. In moeilijke tijden grijpen we terug op dat wat van waarde is en bovenal: op hen die van waarde zijn.

De afgelopen weken bracht mijn moeder door in Marokko. Vanuit de zon had ze me – naarmate mijn hoest verergerde – streng toegesproken dat ik me warmer moest kleden. Om haar gerust te stellen (en toegegeven: om van het gezeur af te zijn) deed ik een dik vest aan terwijl ik haar voor de miljoenste keer probeerde uit te leggen dat je van kou geen griep krijgt, maar van een virus. Waarvan akte.

Nu is ze gelukkig terug in Nederland. Sociaal geïsoleerd, maar dichtbij haar kinderen. Het was even spannend omdat ook Marokko de grenzen ging sluiten, maar ze was nét op tijd. Met het allerlaatste vliegtuig verliet ze haar geboortegrond.

Eenmaal in Nederland heeft ze, omdat ik nog steeds hoest, belboula voor me gemaakt, pap van gierst. Via WhatsApp keek ik mee terwijl zij liefdevol en bezorgd kurkuma („goed voor je weerstand”), nootmuskaat („opent je sinussen”) en fenegriek („dan zweet je alles uit”) met elkaar mengde. Een simpel gerecht dat het hart kan verwarmen, juist als het door je moeder wordt gemaakt.

„Heb je ooit eerder zoiets ontwrichtend meegemaakt?” vraag ik, omdat ik – net als de mensen om me heen – niet weet wat ik met mijn emoties en gedachten aan moet. Ik hoop op moederlijk advies, al vraag ik me af of dat in zo’n ongekende situatie überhaupt mogelijk is.

„Wie vroeger de pokken kreeg werd als paria behandeld”, vertelt ze. „Niemand durfde bij je in de buurt te komen. Maar zo erg als het nu is ken ik alleen uit de verhalen van mijn vader.” Haar ouders en grootouders hebben de Spaanse griep doorstaan door te doen wat wij nu doen, vertelt ze. Door afstand te houden van elkaar. Ze vertelt hoe de griep gezinnen uit elkaar dreef, hoe haar ooms er uit angst voor de ziekte vandoor zouden zijn gegaan nadat haar oma de griep had gekregen. Over hoe haar vader was gebleven om voor zijn moeder te zorgen. Haar te wassen en voeden, tot ze weer beter werd.

Mijn man haalt het tasje met de belboula op. Mijn moeder heeft het netjes aan de deurknop opgehangen. Veilig vanachter het raam zwaait ze naar hem. Zo zorgt ze voor mij, maar gelukkig ook voor zichzelf.