Reportage

Werken bij Omroep Brabant tijdens de coronacrisis: ‘We wisten dat er iets heel groots op ons afkwam’

Serie | Cruciale beroepen In de provincie waar het coronavirus het felst toesloeg, heeft Omroep Brabant het druk. „Mensen komen bij ons voor het nieuws én de Brabantse binding.” Eerste deel van een serie.

Hoofdredacteur Renzo Veenstra (l) praat met collega’s van Omroep Brabant op het hoofdkantoor in Son.
Hoofdredacteur Renzo Veenstra (l) praat met collega’s van Omroep Brabant op het hoofdkantoor in Son. Foto Ilvy Njiokiktjien

Zoals ieder jaar gaf Omroep Brabant een groot, vierdaags feest tijdens carnaval. Het mediacafé van de redactie werd omgebouwd tot een bruine kroeg. „Vier dagen lang kwamen er busladingen mensen bij ons over de vloer”, vertelt Renzo Veenstra (48), hoofdredacteur van de omroep. „We zijn in die periode een carnavalszender.”

Twee dagen later, op donderdag 27 februari, werd bekend dat de eerste Nederlandse besmetting een man in Noord-Brabant betrof. „We werden meteen getipt over de identiteit van de man. Toen moesten we uitzoeken: is hij ook hier geweest?”

Dat bleek niet het geval. Maar dat in al het feestgedruis besmettingen door onwetende dragers van het virus hadden plaatsgevonden, is zeer waarschijnlijk. Afgelopen donderdag waren al 870 Brabanders positief getest op het coronavirus.

„Op dat moment wisten we: er komt iets heel groots op ons af en we moeten meteen handelen”, vertelt Veenstra in de foyer van de omroep. Uit voorzorg mogen bezoekers niet verder het gebouw in.

De organisatie besloot haar medewerkers over drie locaties te spreiden. „Hier in Eindhoven maken we de achtergrondverhalen, op de redactie in Breda doen ze het harde nieuws en wie thuis kan werken, blijft thuis.” Mochten de overheidsmaatregelen nog verder worden aangescherpt en er een zogenoemde lockdown volgen, dan is Omroep Brabant daarop voorbereid: de veldbedden liggen klaar.

Met 130 medewerkers, onder wie 65 journalisten, is Omroep Brabant een van de grootste regionale omroepen van Nederland. Vijftien medewerkers zitten op dit moment thuis. Sommigen omdat ze griep- of verkoudheidsverschijnselen hebben, anderen omdat hun kind ziek is. Twee werknemers werden naar huis gestuurd omdat ze te veel stress hadden.

Nieuws en binding

De omroep heeft het nog nooit zo druk gehad. Ter illustratie: normaal gesproken worden de app en de website van de omroep per maand dertig miljoen keer aangeklikt – in de eerste vijftien dagen van maart gebeurde dat al 35 miljoen keer. Veenstra: „Mensen komen bij ons voor het nieuws én de Brabantse binding. In tegenstelling tot andere media zitten de menselijke verhalen bij ons niet achter een betaalmuur.”

Voor Brabanders is de omroep een grote steun, nu hun provincie zo hard is getroffen door het coronavirus. Ze weten de zender niet alleen te vinden via de reguliere website, radio- en tv, maar ook via de Facebookgroep ‘Brabant helpt elkaar’, die speciaal voor de crisis in het leven is geroepen. Veenstra: „Het is mooi dat de mensen ons dankbaar zijn, maar wij doen gewoon ons werk. En met plezier, we zijn een vrolijke club.”

Toch heerst er ook veel bezorgdheid. Om de isolatie niet te doorbreken, leidt de hoofdredacteur digitaal rond, via een videocall. Hij loopt langs cameraman Rick Leenes (25), die vertelt dat hij tot zijn grote spijt onlangs heeft moeten weigeren mee te gaan op reportage. „Soms draaien we echt in een risicogebied. Dan moet ik goed opletten: is het veilig of niet? Mijn zus is gehandicapt en heeft een heel lage weerstand. Ik wil haar absoluut niet besmetten.” Veenstra knikt begripvol. „Ik ben zelf ook vaak ongerust, hoor. Ik slaap er slecht van.”

Lees ook dit dagboek uit Brabant: ‘We worden steeds verder teruggedrongen in onze huizen’

Guus Meeuwis

Veenstra loopt verder over de redactie, spreekt wat collega’s vermanend toe – „Jullie staan te dicht bij elkaar!” – en komt aan bij de radiostudio. Het programma Brabants Bont loopt. „Het zijn heel andere uitzendingen dan normaal”, vertelt dj Hubert Mol. „Ik krijg veel verzoekplaatjes, vooral Brabant van Guus Meeuwis. Die kan ik wel op repeat zetten. Veel mensen hebben een speciale band met dat nummer, het steunt ze.”

Ook zijn er veel ‘inbellers’ op de radiozender. „Mensen vertellen dat ze thuis zitten en willen laten weten dat het goed met ze gaat.” De uitzending wordt hervat en Hubert Mol spreekt zijn luisteraars toe: „Kom lekker dicht bij de radio zitten, dit programma is niet virusgevoelig. Niks aan het handje.”

Terug bij de receptie introduceert Veenstra nieuwsmanager Ton Mallo (61). „Hij is de rust zelve en onze rots in de branding.” Mallo haalt zijn schouders op: „Nou, dat weet ik allemaal niet, hoor.” Zijn belangrijkste taken: overzicht houden en het nieuws doseren. „Er is weinig anders te melden dan het coronanieuws en daar gaan de mensen uiteindelijk ook aan wennen”, zegt Mallo. Niet te veel verhalen achter elkaar publiceren dus, maar uitsmeren. Op zachte toon vraagt Veenstra of Mallo het meest recente slachtoffer nog wel aan het publiek heeft gecommuniceerd. „Die laatste overledene, had je die nou al gepusht of niet?” Mallo weet het even niet meer.

En lastige beslissingen nemen, dat hoort ook bij de taken van de nieuwsmanager. „Je moet verslaggevers op pad sturen, maar je wil ze ook niet onnodig blootstellen aan een mogelijke besmetting.” Mallo’s devies? „Gewoon je gezond verstand gebruiken. En ontsmettingsmiddelen meenemen.” Hij gaat nu aan de slag met verhalen die typerend voor het agrarische Brabant zijn. „De varkensstallen staan op ontploffen, er wordt geen varken meer geëxporteerd. En alle Polen zijn naar huis, dus er gaat geen asperge meer gestoken worden.”

Veenstra zal zich de rest van de dag bezighouden met vergaderen en het contact met de thuiswerkers. „Dat is zo belangrijk. Je moet blijven checken: gaat het wel goed met je?”

Zo is er de vaste nieuwslezer van Omroep Brabant die, toen het virus uitbrak, toch op vakantie ging naar Italië. Nu zit hij in thuisisolatie. Veenstra: „Die leest al twee weken het nieuws voor vanachter zijn eigen keukentafel. Daar hoor je verder niks van, hoor.”