Voortaan regionaal aanspreekpunt voor ingewikkelde jeugdzorg

Jeugdzorg Gemeenten hoeven niet langer ieder voor zich complexe jeugdzorg te organiseren, schrijven minister Hugo de Jonge en zijn collega Sander Dekker.

Een leefgroep voor jeugdzorg in Heerhugowaard. Foto: Olivier Middendorp
Een leefgroep voor jeugdzorg in Heerhugowaard.

Foto: Olivier Middendorp

Het kabinet wil dat gemeenten complexe vormen van jeugdzorg samen gaan organiseren. Om die samenwerking tussen gemeenten te garanderen, worden regionale samenwerkingsverbanden vastgelegd in regelgeving. Hierdoor krijgen jeugdzorgaanbieders voortaan één duidelijk aanspreekpunt in de regio. Dat schrijven ministers Hugo de Jonge van Volksgezondheid, (Welzijn en Sport, CDA) en Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) vrijdag aan de Tweede Kamer.

De samenwerking tussen gemeenten is nu te vrijblijvend, constateren de ministers. Dit kost zowel de gemeenten als de aanbieders van specialistische jeugdzorg veel tijd en energie. Aanbieders hebben soms te maken met meer dan honderd opdrachtgevende gemeenten, met elk een eigen verantwoordingssysteem. Dat zorgt niet alleen voor veel administratieve lasten en onrust, maar heeft ook impact op de zorg voor kinderen en gezinnen.

Lees ook het interview met minister De Jonge: ‘Ik durf niet te zeggen dat het goed gaat in de jeugdzorg’

Kwetsbare jongeren

In de brief werken ministers De Jonge en Dekker hun eerder aangekondigde plannen voor het verbeteren van jeugdzorgstelsel verder uit. Eind vorig jaar bleek uit een zeer kritisch rapport van de Inspecties Gezondheid en Jeugd en Justitie en Veiligheid dat zeer kwetsbare jongeren nu te lang moeten wachten op passende hulp. De gevolgen hiervan zijn volgens de inspecties „zeer ernstig”. „Kinderen blijven langer in onveilige situaties en raken meer beschadigd, waardoor problematiek verergert.” Het gaat met name om jongeren met meerdere complexe problemen, bijvoorbeeld autisme, schizofrenie én een eetstoornis, die specialistische kennis en langdurige zorg nodig hebben.

De ministers schrijven dat gemeenten de noodzaak inzien van niet-vrijblijvende regionale samenwerking om hun verantwoordelijkheid waar te kunnen maken. Het is de bedoeling dat aanbieders en gemeenten afspraken gaan maken over zorgvuldige inkoopprocedures en de minimumcontractduur voor gesloten jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zal een zogeheten ‘norm van opdrachtgeverschap’ opstellen, die beschrijft waaraan de samenwerking moet voldoen en hoe de beschikbaarheid van specialistische zorg wordt geregeld. Bij het bepalen van de samenwerkingsverbanden wordt in principe uitgegaan van de bestaande 42 jeugdzorgregio’s.