Covid-19 is voor de economie een ‘oorlog-achtige crisis’

Systeemschok Het is nu zaak te voorkomen dat het virus het economische systeem helemaal platlegt . „Eerst de zorg, en de rest is bijzaak.”

Het opzetten van een tenthospitaal in Roemenië, afgelopen maandag.
Het opzetten van een tenthospitaal in Roemenië, afgelopen maandag. Foto Vadim Ghirda/AP

Planeet aarde sluit zijn deuren, zoals het Britse weekblad The Economist het zo beeldend samenvat. De gevolgen van Covid-19 plaatst niet alleen medici en politici voor grote uitdagingen, maar ook economen. Waar is een dergelijke systeemschok mee te vergelijken, langs welke lijnen biedt de economische theorie houvast voor het oplossen van deze problemen. En, voor de iets langere termijn, hoe richt de wereldeconomie zich weer op als de strijd tegen Covid-19 gevoerd is?

Voor overheden is de huidige fase uiterst complex. Wat goed is voor het afremmen van de verspreiding van het virus, kan desastreus uitpakken voor de economie. Het ‘flatten the curve’-scenario waarvoor nu in onder meer Nederland gekozen is, heeft als voordeel dat de ziekenhuizen minder piekbelasting krijgen op de intensive cares. Maar vanuit economisch perspectief is het juist voordeliger om een periode van gedeeltelijke bevriezing van de economie zo kort mogelijk te houden.

De onzekerheden over waar we economisch gezien nou precies mee te maken hebben zijn groot. Dat heeft te maken met de fase waarin de verspreiding van het virus zich bevindt. Niemand kan voorspellen hoe lang de extreme maatregelen van social distancing of zelfs lockdowns – die de meeste economische schade aanrichten – nodig zijn. Toch verwachten doorgewinterde crisisexperts, mensen die in de frontlinie van de grote recessie van 2008 hebben gestaan, dat de klap van corona veel heftiger zal zijn dan de gevolgen van de kredietcrisis van ruim een decennium geleden.

De cijfers over de impact van de eerste virusgolf in China zijn dramatisch: de industriële productie klapte met 13,5 procent in elkaar, de consumentenverkopen zelfs met 20,5 procent. Economische bureaus als het Centraal Planbureau komen binnenkort allemaal met hun eerste verwachtingen over de impact van corona op de economie van 2020. Nu al is duidelijk dat het virus de hele wereld in een diepe, diepe recessie zal storten.

Dat kan ook niet echt anders: door het virus wordt in één keer een substantieel deel van de economie plat gelegd. „Zie het als een klassiek productieverbod”, zegt econoom Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Net als na een milieuramp zoals met de kernreactor in Fukushima: een deel van de productie gaat dan door overheidsingrepen verloren. In dit geval gaat dat om toerisme, horeca, cultuur. Alles moet dicht vanwege de volksgezondheid.”

Oorlogseconomie

Sectoren als toerisme en horeca zijn belangrijk, maar niet essentieel voor het functioneren van een maatschappij. Zolang levensmiddelenwinkels open blijven, de zorg functioneert en mensen aan hun primaire levensbehoeften kunnen komen kan het lijken alsof de klap meevalt. Maar dat is schijn.

In een interview in The New Yorker legt econoom Ian Shepherdson, voormalig hoofdeconoom van de bank HSBC en nu eigenaar van economisch adviesbureau Pantheon Macroeconomics, uit dat westerse economieën inmiddels zo 40 procent van hun bbp verdienen met zogenoemde discretionaire, niet-essentiële consumptie. Als dat een kwartaal lang helemaal stilvalt, krimpt de economie met 10 procent. „In dergelijke scenario’s moet je stoppen met in normale termen over de economie denken”, zegt Shepherdson. „Dit is meer een oorlog-achtige crisis dan een normale economische situatie.”

Het stilleggen van delen van een economie doet inderdaad denken aan een oorlogsscenario, zegt Hans Stegeman, econoom bij Triodos Investment Management. „Het geld gaat alleen niet naar wapens, maar naar de zorg. Volksgezondheid en primaire levensbehoeften, de rest is bijzaak.” „De wereld is de facto in oorlog (tegen het virus in plaats van tegen elkaar, dat is het goede nieuws…)” tweette ook Olivier Blanchard, voormalig hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds en algemeen erkend als een van de slimste economen ter wereld, afgelopen maandag. Hij vervolgde met de jaarlijkse begrotingstekorten van de Amerikaanse overheid in de periode 1940-1945 en de aansporing „laten we niet al te terughoudend zijn”.

Imperfecte financiële markten

Bij productiviteitsschokken als nu door corona zouden in een perfect werkende economie de financiële markten de rol op zich moeten nemen om de kosten van schokken ofwel via verzekeringen af te dekken ofwel mensen en bedrijven helpen de gevolgen te mitigeren door die kosten in de tijd spreiden met overbrugggingskredieten”, legt Jacobs uit. „Dat is de kern van de financiële sector.”

Alleen, tegen een schok als deze is ook de financiële sector niet, of maar zeer ten dele bestand. Verzekeringen tegen pandemieën zijn er sowieso niet en juist de onzekerheid over de duur van de productiedip maakt banken huiverig om overbruggingen aan te bieden. Daarbij, zegt Stegeman van Triodos, legt corona een aantal fundamentele zwakheden van de financiële sector opnieuw bloot. „De met teveel schulden gefinancierde economische groei staat een echte oplossing in de weg. Het disfunctioneren van de financiële markten heeft maar ten dele met de coronapaniek te maken. Dit is de zwarte zwaan waar een heleboel economen al lang op zitten te wachten. De kracht waarmee deze bubble nu uiteen spat is al heel lang aan het opbouwen, eigenlijk al sinds de vorige crisis.”

Lees ook: Door de coronacrisis lijken al die schulden ineens wél gevaarlijk

En dus is het nu wederom, net als twaalf jaar terug, aan overheden en centrale banken om de eerste klappen op te vangen. Vandaar ook Blanchards verwijzing naar de investeringen van de Amerikaanse overheid in oorlogstijd. Belangrijkste doel van de overheidsinterventies nu is volgens Stegeman het zo klein mogelijk maken van de structurele schade van deze tijdelijke schok.

Voorkomen van verdere uitval

Jacobs is dat met hem eens. De steun moet langs drie lijnen worden geboden, zegt hij. De eerste is liquiditeitssteun aan getroffen burgers en bedrijven. Dat kan in de vorm van loonkostenondersteuning, door overbruggingskredieten te verschaffen (letterlijk als leningen of door uitstel van belastingen) en door banken garanties te bieden op bedrijfsleningen. „Zo pak je het acute liquiditeitsprobleem aan en smeer je de verliezen uit over een langere periode”, zegt Jacobs. De economische variant van flattening the curve.

Ten tweede kan de overheid de inkomensrisico’s van getroffen werknemers en zzp’ers overnemen en daarmee collectief delen. Dit is een variant op verzekeringen tegen verlies van inkomen die een financiële sector in normale tijden zou bieden. Hieronder vallen maatregelen als het noodfonds voor de loonkosten en de garantie van het bestaansminimum voor zzp’ers.

En tenslotte moet de overheid proberen om de vraaguitval in alle andere sectoren van de economie te voorkomen. „Dat is precies wat overheden en centrale banken nu laten zien met hun ongekende steunpakketten”, zegt Jacobs.

Daarbij gaat een groot aantal taboes overboord, zoals het taboe op monetaire financiering. Dat is het systeem waarbij centrale banken via geldschepping nieuwe uitgaven mogelijk maken. In een wat rustiger economische periode is het argument tégen monetaire financiering altijd gelegen in de angst voor hyperinflatie. Wie onbeperkt geld in een economie pompt zonder dat daar productiegroei tegenover staat drijft de geldontwaarding op.

Stegeman vindt dat een totaal achterhaald debat. „We doen al aan monetaire financiering”, zegt hij, verwijzend naar het voorstel in de VS om elke burger een cheque van duizend dollar te geven. Ook Shepherdson vindt in The New Yorker dat monetaire financiering onderdeel moet kunnen zijn van het anticoronapakket. „De centrale bank moet gewoon staatsobligaties kunnen opkopen om nieuwe uitgaven die nodig zijn ter ondersteuning van de economie mogelijk te maken.” Net als na de Tweede Wereldoorlog gebeurde.

Na de pandemie

Een ding is zeker: de tijd van acute crisisbestrijding zal ooit eindigen, de pandemie zal uitdoven, corona een beheersbaar probleem worden. Wanneer is onzeker en hoe de wereld op dat moment ervoor staat daarom ook. Hoeveel schade is er geleden, hoeveel doden, hoeveel failliete bedrijven, hoeveel armoede?

De vraag die dan gesteld gaat worden is: hoe heeft de overheid het gedaan? Stegeman is optimistisch over die tijd. „Ook hier is de analogie met een oorlogseconomie een goeie”, zegt hij. „Na zo’n periode van bevriezing ontstaat er vaak een enorme wil om te vernieuwen. Het zou mooi zijn als deze tijd tot een herwaardering van de rijksoverheid als speler in de economie leidt.”

In lijn met de koers van de bank waarvoor Stegeman werkt hoopt hij op een omslag na corona. „We moeten uiteindelijk af van onze groeiverslaving. Deze periode van gedwongen matiging laat zien dat we dat kunnen. En dat het voordelen heeft: niet meer elke dag in de file, veel minder drukte in de binnensteden. De overheid heeft heldere doelen als het gaat om het klimaat en het terugdringen van CO2-uitstoot. Ik zou zeggen: verbind zoveel mogelijk van je reddingsoperaties aan duurzame doelen en laat het nu niet alleen aan sociale zaken en financiën over. Ik zie het als een meganudge de goede kant op.”

Jacobs wil het huidige reddingsbeleid niet direct ‘belasten’ met hogere doelen. „Alle aandacht moet primair gaan naar het blussen van de brand nu. Als we daarmee klaar zijn gaan we wel zien of er nog wat overeind staat van het huis. We weten veel beter hoe we dat weer kunnen opbouwen dan hoe we nu het vuur moeten blussen.”

Uiteindelijk, als dit allemaal achter de rug is, moeten economen de balans opmaken. Dan zullen de sommen gemaakt worden: hoeveel euro heeft het voorkomen van een coronadode ons gekost. „Ik ben blij dat ik die keuze nu niet hoef te maken”, zegt Jacobs.