Tramschutter heeft ‘de hele samenleving ernstige vrees aangejaagd'

Aanslag Utrecht Gökmen T. is zo geradicaliseerd dat een levenslange celstraf de enige manier is om de samenleving tegen hem te beschermen.

Gokmen T. tijdens de rechtszaak.
Gokmen T. tijdens de rechtszaak. Aloys Oosterwijk / ANP

De 38-jarige ‘tramschutter’ Gökmen T. heeft zelf „een panoramisch vergezicht” van nog meer terreur mocht hij ooit weer op vrije voeten komen. Het is een van de redenen waarom rechtbankvoorzitter Ruud Veldhuisen de man die op 18 maart 2019 het vuur opende op passagiers in een tram in Utrecht vrijdagmiddag tot een levenslange celstraf veroordeelde.

Veldhuisen sprak zijn vonnis uit in een vrijwel lege Utrechtse rechtbank. „In het belang van de volksgezondheid”, zoals de magistraat het noemde zaten in de rechtszaal slechts één officier van justitie, één rechter, de advocaat van de verdachte, één griffier en acht nabestaanden en slachtoffers. Omdat Gökmen T. tijdens zijn proces spuugde naar zijn eigen advocaat en naar de rechters, achtte de rechtbank het „onverantwoord” om in een tijd waarin iedereen afstand moet houden om besmetting met het coronavirus tegen te gaan, de parketpolitie en gevangenisbewaarders belast worden met het vervoer en de bewaking van de verdachte.

Huiveringwekkende daden

Het voorlezen van het vonnis ging vooral over het motiveren van de straf. Gökmen T. heeft door „zijn huiveringwekkende daden” bij veel mensen „diep en onomkeerbaar leed” veroorzaakt. Het OM verwijt hem moord op vier mensen, poging tot moord op drie mensen en bedreiging met een terroristisch misdrijf van zeventien mensen.

Door zijn aanslag heeft hij „de hele samenleving ernstige vrees aangejaagd”, zei Veldhuisen. „Verdachte heeft zijn handelen gerechtvaardigd door de werkelijkheid te reduceren tot een onwerkelijk rechtlijnig ‘wij’ tegenover ‘jullie’: wij moslims, worden wereldwijd vernietigd door jullie, democraten. Die gedachte rechtvaardigt voor verdachte zijn uiterst gewelddadig handelen en de legitimatie daarvoor vindt hij in wat zijn geloofsovertuiging hem blijkbaar ingeeft”, aldus de rechtbank.

Zijn „onverholen weerzin” tegen wat hij „de democratie” noemt, maakt dat hij ook geen mededogen kan voelen voor de slachtoffers van zijn eigen terreur. Gökmen T. heeft ze tijdens de zitting zelfs „geprovoceerd, door hen (non)-verbaal te honen en beschimpen. Zo bezien heeft hij zelfs ter terechtzitting nog leed toegevoegd”.

De verdachte is de laatste jaren geradicaliseerd. Hij richtte zich in toenemende mate op zijn geloof niet zozeer vanwege „een groei en rijping van innerlijke geloofsovertuigingen, maar meer uit frustratie over eigen tekortkomingen en mislukkingen in het leven. Het bood hem als het ware een nieuwe identiteit waarmee hij alsnog grip op zijn leven probeerde te krijgen”. Het radicaliseren hielp hem volgens de rechtbank om te gaan met de tegenslagen in zijn leven.

Lees ook het interview met René Verschuur, vader van een de slachtoffers: ‘Zolang ik leef, hou ik hem in de gaten’

Alles overziend kan de conclusie geen andere zijn dan dat verdachte pal stond en nog steeds pal staat voor wat hij op 18 maart 2019 heeft aangericht. Dat volgt ook uit de inhoud van afgeluisterde en opgenomen gesprekken die hebben plaatsgehad en waaraan verdachte in detentie heeft deelgenomen. De rechtbank acht het gevaar op herhaling bij T. groot.

Een tijdelijke gevangenisstraf en behandeling, zoals bepleit door zijn raadsman André Seebregts, doet volgens de rechters onvoldoende recht aan de aard en ernst van de door hem gepleegde misdrijven en de met strafoplegging na te streven doelen van vergelding en beveiliging van de samenleving.

Een woordvoerder van de rechtbank zei „niet te weten” of T. in de gevangenis naar het uitspreken van het vonnis heeft geluisterd. Of hij in hoger beroep gaat, is ook nog onbekend.