Thuisonderwijs voor beginners: ‘Stop als hun oogjes afdwalen’

Onderwijs ‘Begrijpend lezen: werkboekje Cito taak 14. Rekenen: Oefenboek 2, Junior Einstein blz. 37 t/m 40. Spelling: kopieerblad 40 en 41.’ Lesgeven – plus werk én huishouden – is een beproeving. Tips en valkuilen van ervaren thuisonderwijzers.

Een filmpje maken van het ‘thuisgymmen’ en daar een muziekje onder zetten – zomaar een opdracht die een middelbare scholier deze week kreeg van haar gymleraar. „Gekkenwerk”, zegt haar vader. „Ik heb gezegd: concentreer je eerst maar eens op de kernvakken.”

Vrijwel alle scholen hebben het afstandsonderwijs razendsnel op poten gezet, bleek deze week uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders onder 752 schooldirecteuren. Bijna 90 procent van de basis- en middelbare scholen draait sinds maandag volledig op afstand. De scholen zetten dagelijks nieuwe taken klaar op hun website, willen het huiswerk inzien via de mail en bieden de mogelijkheid om te chatten met de juf via bijvoorbeeld Google Hangouts.

Ook de andere kant van de medaille wordt na een paar dagen thuisonderwijs zichtbaar: veel ouders zijn hier helemaal niet in getraind. Ze missen het geduld en de kennis om les te geven aan hun kinderen én moeten dit in de meeste gevallen ook combineren met hun werk.

Een blik op een aantal thuisonderwijsschema’s laat zien: thuiswerken is serious business. Zeker voor ouders met kinderen op de basisschool. Neem deze, uit het rooster van een groep 8 voor vrijdag: Begrijpend lezen: werkboekje Cito taak 14. Rekenen: Oefenboek 2, Junior Einstein blz. 37 tot en met 40. Bij elke som de strategie opschrijven! Spelling: kopieerblad 40 en 41. Et cetera. Een gemiddeld kind is hier zeker een paar uur zoet mee. Je kunt je er bovendien niet gemakkelijk van afmaken. De meeste scholen hebben controle-momenten ingebouwd: ze nemen contact op met de ouders of hun kind – „we bellen 1 keer per week met je om te vragen hoe het gaat.”

Wat kunnen we leren van ervaringsdeskundigen? Zo’n duizend kinderen kregen ook al voor de coronacrisis thuis les, van hun ouders. Zij hebben een vrijstelling van de leerplicht vanwege ‘richtingsbezwaar’: hun ouders hebben geen school in de buurt kunnen vinden die past bij hun levensovertuiging. Waar veel andere ouders deze week aanrommelden met dagindelingen, uitleg en de vraag hoe je kinderen aan het werk zet, hebben deze ouders al jaren ervaring. De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs kreeg deze week dan ook veel vragen van ouders die tips wilden, vertelt de voorzitter.

Miriam van Buren geeft haar vier dochters van 9, 11, 13 en 16 jaar al hun hele ‘schoolcarrière’ thuis les. Zij en haar man besloten daartoe toen de kinderen jong waren. „Ik heb veel lesboeken in huis”, vertelt ze. „Ik maak mezelf eigen wat daarin staat, zodat ik het uit kan leggen wanneer het onderwerp ter sprake komt. Mijn kennis moet goed op peil zijn.”

Het basisonderwijs past ze zoveel mogelijk aan de interesses van het kind aan. Geschiedenisles kan bijvoorbeeld ook in een museum. Voor het middelbaar onderwijs gebruikt Van Buren vooral reguliere lesboeken. „Mijn oudste dochter is zich aan het voorbereiden op het staatsexamen, dan ga je niet voor elk vak het wiel opnieuw uitvinden.” Uitleggen gaat goed, vooral de bèta-vakken: Van Buren studeerde sterrenkunde. Latijn gaat ook nog. „Maar ik roep al jaren: als iemand vwo-Frans wil gaan doen, dan huur ik iemand in. Dan moet je de taal goed spreken en literatuur kennen.”

Lees ook: Hoe je met je kinderen over het coronavirus praat

Door de jaren heen is ze steeds beter geworden in het lesgeven, zegt ze. „Je leert beter aan je kinderen te zien of ze het nog volgen. Als hun oogjes afdwalen, dan kan ik beter stoppen of het op een andere manier doen. Ik pas me aan: het ene kind is meer hands-on , terwijl het andere kind vooral leert door over de stof te lezen en te praten.” Dat is dan ook haar tip aan ouders die deze week opeens thuis moeten lesgeven. „Als het een dag niet lukt, dan lukt het niet. Je kunt ook leren rekenen met rozijnen of met spelletjes met dobbelstenen. Dan is het ook veel gezelliger thuis.”

De twee zonen van Suzan Polet kregen twee keer een half jaar thuis-onderwijs, omdat het gezin op wereldreis was. De eerste keer waren ze 11 en 13, de tweede keer 15 en 17. Polet, directeur van de School voor Persoonlijk Onderwijs, kijkt er met plezier op terug. „Mijn jongste heeft zijn Cito-toets gemaakt op de mooiste plek op aarde, Bariloche, het Zwitserland van Argentinië.” Hun thuis-onderwijs was strak gepland, vertelt Polet: „’s Ochtends werken, ’s middags op pad. Ik hield hun taken bij in een Excelbestand. Zonder ritme lukt het niet.”

Haar kinderen gemotiveerd houden was nauwelijks een probleem. „Het werk moest gewoon af. Daarna konden ze weer leuke dingen doen.” Ze stelde zich bewust niet op als ‘juf’, maar als begeleider. „Ik was niet degene die de stof ging uitleggen, dat haalden ze uit de schoolboeken die we meenamen. Ik was er gewoon en hielp ze door vragen te stellen als ze vastliepen. Dat was meestal genoeg.”

Polet realiseert zich dat zij in een luxe-situatie zat. „De ouders die nu thuisonderwijs geven, moeten daarnaast zelf werken. Dat is echt een stuk lastiger.”