Thuisblijven is zo fijn nog niet voor kinderen, als het daar niet veilig is

Kwetsbare gezinnen Verplicht thuiszitten is voor kinderen uit kwetsbare gezinnen allerminst fijn. Voor hen zijn school en de sportclub juist een veilige plek.

Foto Stephanie Howard/Getty Images

Er komt toch een oplossing voor kinderen die geen veilige thuissituatie hebben en nu niet naar school kunnen. Minister van Onderwijs Arie Slob heeft laten weten dat gemeenten samen met scholen, de kinderopvang, Veilig Thuis en de jeugdzorg er voor moeten zorgen dat leerlingen elders les krijgen. In de bibliotheek bijvoorbeeld, of in een klaslokaal. Daar kunnen kinderen dan heen als het thuis niet meer gaat, aldus Slob. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen die thuis mishandeld of misbruikt worden. Toen de scholen afgelopen maandag hun deuren sloten vanwege het corona-virus, sloegen verschillende experts alarm.

Lees ook: ‘Ik word geacht om ineens fulltimejuf te zijn’

Zo ook klinisch psycholoog Iva Bicanic. Met een dubbel gevoel kijkt ze naar de foto’s van gezinnen in pyjama’s die er gezellig het beste van maken nu de scholen dicht zijn. Ze denkt aan al die kinderen voor wie het thuis helemaal niet fijn is. Voor hen is school de veilige plek in hun leven. Het is de omgeving waar ze even niet bang hoeven te zijn, waar ze gezien worden.

„Veel kinderen uit mijn spreekkamer balen normaal gesproken al enorm als het vrijdag is. Dan gaan ze weer een weekend tegemoet vol onvoorspelbaarheid en dreiging”, vertelt Bicanic, die hoofd is van het Landelijk Psychotraumacentrum in het UMC Utrecht. „School is voor hen niet alleen een plek om te leren, maar ook een rustgevende plek waar de ellende van thuis even niet bestaat.”

De afgelopen dagen zijn de oproepen bij De Kindertelefoon met 25 procent gestegen, vertelt directeur Roline de Wilde. Daar zitten veel vragen bij van kinderen die zich zorgen maken over besmetting met het coronavirus, maar er zijn ook hulpkreten van kinderen wier thuissituatie verslechtert. „De spanningen nemen toe. Sport en school vallen weg als afleiding, kinderen in kwetsbare gezinnen zitten dichter op elkaar. Dat is geen prettige cocktail.”

Een eigen ruimte creëren

Medewerkers van De Kindertelefoon bieden een luisterend oor en vertellen de kinderen dat ze niet de enigen zijn en dat de schuld niet bij hen ligt. Dat lucht vaak al enorm op, zegt De Wilde. Vervolgens verkennen de medewerkers met de kinderen welke stappen ze kunnen nemen om hun situatie te verbeteren. „Kun je een ruimte in huis creëren waar je soms even alleen kan zijn? Of kun je misschien bij iemand anders terecht?”. Als ze inschatten dat de problemen acuut en ernstig zijn, vragen ze of er iemand bij gehaald mag worden van Veilig Thuis, het meldpunt voor huiselijk geweld, ouderen- of kinderenmishandeling.

De jeugdhulpverlening en de jeugdbescherming maken zich grote zorgen over kwetsbare kinderen met risicovolle thuissituaties omdat ze in de huidige situatie uit het zicht raken. „School is voor ons een belangrijke informatiebron voor hoe het met kinderen gaat”, zegt Richard Bakker van de Raad voor de Kinderbescherming. Kinderen die onder toezicht staan, krijgen door het coronavirus nog nauwelijks hulpverleners over de vloer.

„De richtlijn nu is dat we alleen komen als het strikt noodzakelijk is, maar ouders kunnen ons al weigeren als ze licht verkouden zijn”, zegt Marit Röben, gedragskundige bij De Jeugd- en Gezinsbeschermers in Haarlem. „Het zou best kunnen dat er ouders blij zijn dat er even geen toezicht is.”

Ingrijpende gebeurtenissen

Ook orthopedagoog Evelyne Offerman maakt zich zorgen over kwetsbare kinderen. Zij werkt als praktijkonderzoeker bij stichting Orion, aanbieder van speciaal onderwijs. „Onze leerlingen hebben thuis vaak met veel stress te maken. Het merendeel van de kinderen maakt van jongs af aan tal van ingrijpende gebeurtenissen mee”. Op haar scholen bieden ze zogenoemd traumasensitief onderwijs aan. „Door een warme, gezonde omgeving te creëren, zien we de stress afnemen. De vreugde en houvast die school normaal biedt, valt nu weg.” Ze verwacht bovendien dat de coronamaatregelen ook invloed hebben op de stress en veerkracht van de ouders, die toch vaak al kampen met opvoedproblemen, psychische problematiek of schulden.

Veel scholen werken aan een noodplan. „Vanaf het moment dat we hoorden dat we dicht moesten, hebben we meteen de thuissituaties besproken met ons zorgteam”, zegt Dirk Koops, directeur van de Mr. de Jonghschool, voor kinderen met ernstige gedragsproblemen, ontwikkelingsproblemen en/of psychiatrische problemen. „Bij ons op school zijn veel gezinnen met moeilijke situaties. Als school zijn wij zijn een bodemvoorziening die nu wegvalt. Bij een vakantie kunnen we daar lang van tevoren op anticiperen, nu overvalt het iedereen.”

Zijn leerkrachten hebben sinds de schoolsluiting elke dag videocontact met hun leerlingen zodat ze letterlijk gezien blijven worden. Wie thuis niet voldoende digitale middelen heeft, kan een tablet van school lenen. Koops: „We weten bij welke gezinnen we extra alert moeten zijn en als we de indruk hebben dat het niet goed gaat, schakelen we hulpverlening in. Twee leerlingen worden inmiddels op school opgevangen vanwege de schrijnende thuissituatie.

Koops weet niet of hij blij moet zijn met de aankondiging van Slob dat er extra maatregelen komen voor kwetsbare kinderen. Hij voorziet problemen: „Kinderen die in een acuut gevaarlijke situatie zitten, kun je niet zo maar in een bibliotheek zetten. Hetzelfde geldt voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking of kinderen met ernstige gedragsproblemen. Hen toch opvangen op school betekent dat we alsnog met relatief grote groepen zitten, wat ingaat tegen de richtlijn van het RIVM. Dat zal bovendien praktisch onuitvoerbaar zijn als ook de docenten ziek worden.”

Lees ook: Het hele gezin thuis: hoe laat je dat goed gaan?

Juf Lianne Koper houdt op de Mr. de Jonghschool haar groep 8 intussen nauwlettend in de gaten. „Als ik videobel met kinderen, dan vraag ik ook even of thuis alles goed gaat, of het goed gaat met mama.” Ze kent de kinderen goed en merkt snel wanneer het zich anders gedraagt dan anders. Ze kan daarna hulp inschakelen.

„Er zijn ouders bij ons op school die zichzelf verwaarlozen, omdat ze bijvoorbeeld een depressie hebben. Ook aan hen wordt door onze leerkrachten gevraagd: trek je het nog?”, vertelt Koper. „Door kinderen dagelijks te spreken en ze te laten focussen op een dagprogramma bied ik structuur, veiligheid en zorg. Dat is ook een enorme steun voor ouders die er nu veelal alleen voor staan.”
Medicatie slikken

Zeven van de tien kinderen van juf Lianne slikken medicatie. „Normaal gesproken zie ik ‘s ochtends bij het binnenkomen al aan de ogen van de kinderen als ze hun medicatie niet hebben genomen.” Nu vraagt ze telefonisch of ze hun pillen willen slikken. Ze realiseert zich wel dat het met leerlingen uit groep 8 makkelijker is om een vinger aan de pols te houden dan met leerlingen uit groep 3, die meestal nog geen eigen telefoon hebben. Met de kleine kinderen gaat het dagelijkse contact via de ouders .

Niet alleen school valt weg door het coronavirus, maar ook de sportclub, of het huis van oma en opa. „Die plekken fungeren vaak als een escape om te kunnen overleven”, zegt psycholoog Bicanic. Bovendien zijn het plaatsen waar kinderen zich competent en geliefd voelen. Alleen een oma die je een knuffel geeft kan al zo belangrijk zijn. „Veel kinderen groeien op met het idee dat ze er niet toe doen. Als ze dan heel goed zijn in judo of paardrijden, kan dat als tegengif werken. Nu is dat er niet. Op de lange termijn kan dat gevolgen hebben voor slachtoffer- én daderschap.”

De opvang voor kinderen in een kwetsbare omgeving, waar minister Slob nu in wil voorzien, is vooral fijn voor kinderen die al in beeld zijn bij hulpverleners, denkt Bicanic. „Als problemen thuis al bespreekbaar zijn, is de stap minder groot om je kind naar de opvang te brengen. Maar dat geldt niet voor gezinnen waar misbruik of mishandeling verhuld wordt. Bovendien zullen ouders die de stress nu niet aan kunnen zich wellicht schamen voor hun situatie en niet aan de bel trekken.”

Advies- en meldpunt Veilig Thuis krijgt de afgelopen dagen veel vragen van hulpverleners die met hun handen in hun haar zitten omdat ze niet naar hun cliënten toe kunnen. „Ons belangrijkste advies is: blijf zo dicht bij hen als mogelijk, bel het liefst elke dag”, zegt bestuurder Debbie Maas. „Vraag tegen welke praktische problemen gezinnen aanlopen en wie ze in hun netwerk hebben aan wie ze hulp kunnen vragen.”
Dat advies geldt overigens niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen. „Als je weet dat een gezin uit je netwerk het moeilijk heeft of extra onder spanning staat, omdat er bijvoorbeeld een echtscheiding aanstaande is, bied dan hulp aan.” Het kan volgens haar al enorm helpen om even met iemand een blokje om te gaan, zodat de stress afneemt. Ze roept mensen op niet te aarzelen om te informeren naar gevoelige onderwerpen. „En weet ook: als de situatie echt ernstig is, gaan wij gewoon naar binnen.”