‘Riolering’ van de beurzen hapert

Financiële markten Beleggers willen nu uit álles. Maar de vluchtheuvel bij uitstek, staatsleningen van de VS, functioneert juist nu slecht.

De beursvloer van de New York Stock Exchange. Woensdag werd de aandelenhandel op Wall Street voor de vierde keer in twee weken onderbroken, een griezelige ervaring.
De beursvloer van de New York Stock Exchange. Woensdag werd de aandelenhandel op Wall Street voor de vierde keer in twee weken onderbroken, een griezelige ervaring. Foto Lucas Jackson/Reuters

Er zijn al veel heftige dagen geweest op de financiële markten, maar woensdag moet voor zelfs de meest doorgewinterde belegger een griezelige ervaring zijn geweest. Niet alleen werd de aandelenhandel op Wall Street voor de vierde keer in twee weken onderbroken omdat de koersen te hard vielen. Ook de laatste vluchtheuvels liepen onder. Er was nergens meer een goed heenkomen te vinden.

Als beleggers zich afkeren van aandelen, dan is de normale reflex dat ze vluchten in staatsleningen van ‘stevige’ landen: Duitsland, bijvoorbeeld. Nederland. En uiteraard de Verenigde Staten. Als hun staatsleningen worden gekocht, dan stijgt de koers daarvan. Als gevolg daalt dan de rente die de belegger als percentage van die gestegen koers ontvangt.

Zo ontstaat er, in normale tijden, een fraai terugkoppelingsmechanisme. De aandelenkoersen gaan naar beneden, beleggers vluchten in staatsleningen. De rente daarop daalt dan als gevolg. Waardoor de aandelenkoersen dan weer worden gesteund.

Het kwam de laatste tijd wel vaker voor dat dit niet opging. Beleggers wilden geen aandelen, maar stapten óók uit staatsleningen. Daardoor steeg de rente, bij dalende aandelenkoersen. Dat is een dodelijke cocktail. En woensdag borrelde en dampte die cocktail vervaarlijk.

Nog maar een week geleden kelderde de rente op de toonaangevende Nederlandse staatslening naar het laagterecord van -0,69 procent. Woensdag steeg hij voor het eerst in een jaar boven de nul, tot 0,07 procent. Ook Duitsland maakte zo’n sprong. En, nog belangrijker, de VS eveneens. Een week geleden nog bereikte de tienjaarsrente het diepterecord van 0,4 procent. Woensdag stond hij alweer op 1,2 procent. Dat is een formidabele verschuiving.

Maar wat gebeurde er nu precies? Natuurlijk, er was onzekerheid gerezen over de houdbaarheid van de eurozone. De rente op bijvoorbeeld Italiaanse staatsleningen ging enorm omhoog. Maar gangbaar is dat de Duitse (en Nederlandse) dan juist dalen: vluchtgedrag van het wankele deel van de eurozone naar het stevige deel. Maar nu gingen álle rentes omhoog.

Amerikaanse dollar

De obligatiekoersen daalden dus. De aandelenkoersen ook. Zelfs goud ging de afgelopen week met 12 procent naar beneden. Beleggers wilden uit bedrijfsleningen, verkochten hun beleggingsfondsen. Er was één veilige haven over waar iederéén naartoe wilde: cash. En dan vooral de Amerikaanse dollar.

Beleggers kochten massaal zeer kortlopende Amerikaanse staatsleningen, want die komen nog het meest in de buurt van cash: treasury bills met een looptijd van drie maanden waren dermate in trek dat hun effectieve rente licht negatief werd. Dat gebeurde voor het laatst in de donkerste dagen na de val van Lehman Brothers in 2008.

De Amerikaanse centrale bank had met die oplopende vraag naar dollars al rekening gehouden. Op zondag opende de Fed zogenoemde swaplijnen met de collega-centrale banken uit bijvoorbeeld de eurozone, Japan en het Verenigd Koninkrijk. Deze centrale banken kunnen zo onbeperkt dollars krijgen uit de VS, tegen een minimale rente. Zo wordt voorkomen dat er acute dollartekorten ontstaan en de financiële markten opdrogen. China kreeg zo’n swaplijn overigens niet, een teken dat de Amerikaanse geopolitiek ook tijdens deze financiële crisis gewoon doorgaat.

Iedereen in dollars, en graag zo cash mogelijk, dus. Het zou allemaal minder heftig zijn geweest als niet alleen de Amerikaanse geldmarkt, maar de gehele Amerikaanse markt voor staatsleningen als toevluchtsoord had kunnen functioneren. Maar daar zit een probleem dat zich begint te wreken. De meest liquide en ‘verhandelbare’ markt van de wereld, waar doorgaans iedereen terecht kan, functioneert niet.

Dat is verontrustend. Amerikaanse treasuries, van kortlopend (bills) tot langlopend (bonds) zijn voor de financiële wereld de maat aller dingen. Zij bepalen in tal van formules wat het ‘risicovrije’ rendement is. Onnoemelijk veel contracten en afspraken, financiële derivaten en beleggingsalgoritmes leunen op de rentes die op de treasury-markt gelden. Wat de meter is voor de fysieke wereld, is de treasury bond voor de financiële wereld.

Sinds vorige herfst doen zich echter steeds meer problemen voor. De markt is van tijd tot tijd lang niet zo liquide (verhandelbaar) als voorheen. Vorig jaar zorgde de Fed er met geldinjecties voor dat alles toch bleef functioneren, en de Fed moest die exercitie herhalen rond de jaarwisseling. Ook de afgelopen weken waren er ingrepen.

Veel helpt het voorlopig niet, omdat nog niet helemaal duidelijk is waar het probleem zit. Vermoed wordt dat veel maatregelen van na de Lehman-crisis het aantal spelers dat de markt onderhoudt te sterk hebben verminderd.

De treasurymarkt is de riolering van de internationale beurzen: je denkt er nooit over na, totdat zij stuk is. Net als de aandelenmarkt heeft ook de Amerikaanse markt voor staatsleningen zijn ‘angst’-index, die de beweeglijkheid van de koersen weergeeft. Voor aandelen is er de bekende VIX, voor staatsleningen de MOVE. En die bereikte deze week een waarde van ruim 150, het hoogste niveau sinds 2009.

Woensdagavond kwam de Europese Centrale Bank met een enorm program van 750 miljard dollar (Pandemic Emergency Purchasing Program) om vooral de Europese markt voor staatsleningen te kalmeren. Het opkopen van staatsleningen in ruil voor cash is een gangbaar middel om de markt weer liquide te krijgen. De Fed is een soortgelijk programma al versneld aan het uitvoeren. In de hoop dat het ditmaal wél werkt.